Nagasaki Swim beweegt mee met het getij

Tijdens een show van The Homesick in Worm is Jasper Boogaard (Nagasaki Swim) fervent aan het crowdsurfen. Iemand laat hem per ongeluk vallen. Hij lijkt behoorlijk vervelend terecht te komen, maar gelukkig staat hij direct weer op en doet opnieuw nog een poging tot. Maar niet nadat hij ondergetekende nadrukkelijk geruststelt dat alles oké met hem is. Dat is Boogaard in een notendop: continu in beweging, turend in de verte om te zien waar de blauwe lucht eindigt en de zeespiegel begint. Vallen, opstaan, struikelen, springen in het diepe, maar voorwaarts desalniettemin.

Door: Jasper Willems Foto’s: Cheonghyeon Park

Boogaard krijgt met die zoekende mentaliteit veel dingen voor elkaar. Hij richtte indie label Coaster Records op met Jente Lammerts, was mede-initiatiefnemer van het muziekplatform Front en speelde in diverse bands en projecten. De bekendste hiervan is wijlen Goodnight Moonlight (GNML), volgens Boogaard een band die beïnvloed was door ‘zo’n beetje alles uit de Captured Tracks-stal’. GNML schreef geweldige, bijna irritant-catchy liedjes, en live vond het kwartet – naast Boogaard bestaande uit Micha Zaat (Pig Frenzy), Jim Luijten en Lammerts – het prima om de teugels losjes in handen te nemen. Een beetje aanklooien en de mist ingaan, paste mooi in het plaatje van de zonnige, tongue-in-cheek ‘rammelpop’. Dat was best verfrissend in een klimaat waar een strak podiumplan de norm was. GNML was bovendien onbeschaamd grassroots: de EP Letters to Japan schopt het in 2018 tot de voorpagina van Bandcamp.

Toch moet ik steeds terugdenken aan een opmerkelijk intense show in Roodkapje. De muziek klonk opeens minder als Mac DeMarco en juist wat meer als bijvoorbeeld Mount Eerie: het had iets onaf, was schetsmatig; een sfeer die de band juist opriep om wat intensiteit bij te zetten. De show leek bijna bewust uit elkaar te vallen: het eindigde met een impulsieve oerschreeuw van de van nature vrij nuchtere Boogaard. Het trof als een uiting van verlangen om een bepaalde leegte op te vullen.

The Mirror van Nagasaki Swim is 26 maart 2021 uitgebracht

Niet veel later vertrok Boogaard voor drie maanden naar Philadelphia om stage te lopen bij Headroom Studio, de plek waar artiesten als Modern Baseball, Adult Mom en Alex G albums opnamen. Precies het soort artiesten waar Boogaard de laatste jaren aan verknocht raakte. Hij leerde de kneepjes van productie, mixen en masteren eerder aan de HKU, maar dat was niet genoeg; de nóg fijnere kneepjes die hij in zijn favoriete platen hoorde, wilde hij eigenhandig gadeslaan en aanleren.

Boogaard vond al vrij gauw zijn draai in Philly. „In het begin ben je toeschouwer en aan het eind mag je wat meer initiatief nemen, en gaandeweg word je meer onderdeel van het productieproces”, vertelt hij. „Qua opnametechnieken en mixen heb ik veel geleerd, maar vooral het arrangement-gedeelte: als dat goed in elkaar zit, kun je alle partijen en tracks bij elkaar al sick laten klinken zonder dat je iets mixt. Het past dan allemaal in elkaar. Dat was wel een moment dat ik dacht: misschien liggen de dingen waar ik tekort kom niet alleen bij het beter leren mixen of opnemen, maar ook bij het arrangement.”

Naast het werk in de studio moest Boogaard acclimatiseren binnen een nieuwe groepsdynamiek. Aangezien hij in Rotterdam al principieel zwoer bij een DIY-ethiek, was het volgens hem best eenvoudig om dezelfde golflengte te vinden binnen de scene in Philly. „Ik werd al snel meegenomen naar shows om een beetje te zien hoe het er daar aan toegaat. Ze begrepen zelf ook wel dat ik daar niemand kende; het zorgde er voor dat ik me gelijk op mijn gemak voelde.”

De dynamiek binnen de Headroom Studio bracht Boogaard veel waardevolle inzichten: met name hoe impulsiviteit en perfectionisme niet per se tegenstrijdig hoeven te zijn, maar elkaar juist kunnen versterken. „Ze waren daar heel perfectionistisch”, meent Boogaard. „Vaak deden muzikanten tien takes achter elkaar en haalden daar steeds de beste elementen uit. Meer perfectionistisch dan ik zelf voorheen was. Als ik mensen hierover vertel, lijkt het alsof ik muziekleer saai wil maken of heel voorspelbaar. Maar door dat te doen kun je die momenten van spontaniteit wat scherper inplannen. Wat misschien weird klinkt; je maakt daardoor juist bewustere keuzes.”

Field recordings
De stage in Headroom Studio bracht nieuwe stabiliteit in Boogaard’s werkwijze: de kennis en vaardigheden die hij daar opdeed bleken een steunpilaar om ook spontanere situaties kunnen te scheppen. Een natuurlijke en fijne balans dus. Toen Boogaard terugkeerde naar Rotterdam kreeg hij last van heimwee. Als het nu een kantoorbaan was geweest, dan zou je wellicht snel weer de draad kunnen oppikken. Maar in een studioruimte bivakkeren met gelijkgestemden en artiesten waar je jaren fan van bent, dat is toch iets meer geworteld in passie en vriendschap.

Tijdens de eerste paar weken terug in Nederland ontstond bij Boogaard dus een bepaalde dissociatie: wie was hij hier, en welke persoon liet hij achter aan de andere kant van de oceaan? Waar liggen zijn eigen waarden? Aanvankelijk wilde Boogaard zijn debuut als Nagasaki Swim wijden aan zijn tijd in Philadelphia. “Ik moest wennen aan het feit dat de mensen die je bijna elke dag ziet in een keer niet meer ziet. In het begin wilde ik gelijk weer terug naar Amerika. Op dat moment had ik echt geen zin in Nederland. ” Om zijn tijd daar een plek te kunnen geven, moest hij ook zijn leven en muziekscene in Rotterdam opnieuw leren waarderen. In de vorm van veldopnames vond hij een belangrijk element, de bindweefsel die het werk versoepelde waar het voorheen schuurde.

Boogaard: „Ik maak veldopnames gewoon met mijn iPhone; wat mij betreft hoeft het niet hi-fi te zijn of heel erg gepland. Vaak weet ik ook niet meer wat het is: het is alleen een voice-memo op mijn telefoon. Ik nam het fragment aan het eind van de plaat bijvoorbeeld op terwijl ik op mijn balkon zat in Rotterdam. Verder komt er veel uit korte filmpjes die ik ergens op straat in Philadelphia heb opgenomen. En daar heb ik weer geluiden uitgeknipt. Het mooie aan een field recording is dat je niet precies hoeft te weten waar het vandaan komt om er een bepaalde sfeer mee te kunnen scheppen.”

Inderdaad. Of je nu in Philadelphia of in Rotterdam bent, het geluid van verkeer, regen en watervogels klinkt overal op aarde min of meer hetzelfde. Toen Boogaard langduring sleutelde aan The Mirror vormde de ambient-muziek die hij onder eigen naam J.T. Boogaard, maakte een broodnodige uitlaatklep. „Ik heb het idee dat ambient iets meer de onuitgesproken gevoelens gestalte geeft. Als je een tekst schrijft ga je daar heel diep op in. Je denk lang na over welke zinnen je schrijft, hoe je jezelf zo articuleert om zo mooi mogelijk gevoelens te uiten. Dat vind ik te gek, maar ambient maken doe ik heel erg vanuit improvisatie. Ik heb het idee dat dat meer vanuit je ziel komt. Het is heel rauw.”

Boogaard schreef het album Place met Roel van der Meulen waarop tracks vernoemd werden naar specifieke locaties in Rotterdam. Rond die tijd bracht hij zelf een compositie uit genaamd De vogels van Rotterdam, dat volgens hem direct is afgeleid van The Water, een van de sleutelnummers op The Mirror. „Ik had wat pianopartijen opgenomen voor The Water. Later speelde in nog een beetje met dezelfde akkoorden en daaruit is De vogels van Rotterdam ontstaan.”

Uitvogelen
Waar Boogaard in het begin een zinken-of-zwemmen mentaliteit koesterde met een overdaad aan projecten, lijkt hij als Nagasaki Swim een natuurlijke flow gevonden te hebben die hem drijvende houdt. „Ik heb in het begin heel veel liedjes geschreven die helemaal niet bij (Nagasaki Swim) pasten. Ik ben tegen duizend muren aangelopen. Maar ik heb ook gewoon heel veel shit gemaakt. Er waren wel mensen in mijn omgeving die mij een dikke huid gaven. Heel veel moet je vanuit jezelf uitvogelen.”

Boogaard noemt Fokke de Wit (Global Charming) en Mark Watter (Swim Camp) als belangrijke figuren die hem bij knelpunten verder hielpen. Het vorige week verschenen album The Mirror is een bijzonder knappe plaat geworden waarop het vrije experiment in perfecte harmonie leeft met pakkende, melodieuze liedjes. The Water bijvoorbeeld is verrijkt met de fraaie vioolpartijen van Molly Germer, bandlid van Alex G, en volgens Boogaard had dat gedeelte nauwelijks bewerking nodig als omlijsting van het nummer. Instinctief klopte het plaatje meteen.

„Ik gaf iedere gastmuzikant gewoon carte blanche. Het waren gelukkig allemaal mensen die heel goed wisten hoe de muziek in elkaar zit. Het was heel easy. Ik vind het juist leuk dat als je iemand anders vraagt om mee te doen aan de plaat, dat je een beetje verrast wordt. Je krijgt wat bestanden opgestuurd en ineens heeft een liedje weer een heel andere smaak gekregen waar je zelf niet opgekomen was.”

Magie
Als je aan Jasper Boogaard vraagt welke producers hij het interessantst vindt, voelt hij zich genoodzaakt te nuanceren. Hij noemt Jack Shirley (die de mastering voor The Mirror deed, maar ook werkt met bijvoorbeeld Deafheaven) en Steve Albini (die Boogaard twee jaar geleden nog interviewde voor Front). Maar uiteindelijk hangt kwaliteit meer af van een samenkomst van diverse factoren.

„Veel van mijn favoriete platen zijn gemaakt door mensen die verder helemaal niks hebben opgenomen wat ik zelf cool vind. Een producer is belangrijk, maar het belangrijkste nog is dat het past. Dat de puzzelstukjes in elkaar kunnen vallen. Driver van Adult Mom is bijvoorbeeld opgenomen door Kyle Pulley. Hij werkt ook in Headroom Studios en ik heb ook veel van hem geleerd. Die plaat vind ik een mooi voorbeeld van hoe de puzzelstukjes in elkaar passen. Kyle is een super poppy producer. Hij heeft ook de nieuwe plaat van Shamir geproduceerd: heel strak, heel groots. Adult Mom maakte daarvoor kleinere liedjes en ik denk dat Kyle in de liedjes van Adult Mom iets zag dat heel poppy klonk. Als dat samenkomt, dan gebeurt de magie.”

Een van de levenswijsheden die Boogaard tegenwoordig koestert is niet per se te denken in goed of fout, maar gewoon het proces te waarderen zodra het zich ontrafelt, en de ruimte waarin je je bevindt bewust tot je te nemen. Op Solitude zingt hij ‘things fall in and out of place‘, als een kleine reminder gericht aan zichzelf. „Het is niet zo dat zodra alle puzzelstukjes in elkaar vallen, alles gelijk meteen opgelost is. Dat proces moet je een beetje leren accepteren, denk ik.”

Jasper Willems is journalist, copywriter en auteur van het boek Rotterdam Goddamn, dat verhaalt over zijn kennismaking met de Rotterdamse underground scene. Het boek, waarin veel Rotterdamse bands ter sprake komen, is hier te bestellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s