D.A.N.C.E.

‘My dancing days are over’. Of deze in films vaak gebezigde uitspraak ook op mij van toepassing is? Ik hoop het niet, maar feit is wel dat het alweer een tijdje geleden is dat ik mijn moves heb getoond op de dansvloer. Hoewel ik – zoals onze zuiderburen zeggen – graag een danske placeer, komt het er al geruime tijd niet meer van. Komt bij dat ik het contact met zo’n beetje alles wat onder het containerbegrip ‘dance’ valt ben verloren en gruw van wat er onder de naam EDM op de wereld wordt losgelaten. Ja, ik heb rond gestuiterd op de vroege houseparties, op de vierkwartsmaten die geserveerd werden op de Extrema’s en Solars in den lande en het Amsterdam Dance Event. Maar wat van ADE vooral is blijven hangen, is die keer dat ik m’n tong blauw heb moeten lullen om een doorbitch te kunnen passeren, alvorens bij de gratie God’s de hoofdstedelijke Jimmy Woo te mogen betreden. Als provinciaaltje mijn ogen uitgekeken daaro en tevens hoofdschuddend toegezien hoe een publiek van hipsters – of wat daarvoor moest doorgaan – meer interesse toonde in zichzelf dan in een behoorlijk vette dj-set van Junkie XL’s Tom Holkenborg. 

Als melomaan ben ik een bijna-alleseter, maar in de praktijk blijkt dat ik toch meer een bandjesman ben dan een dance-adept. En hoewel niet van onbesproken gedrag: toch liever pils dan pills. Toen de dance zich steeds meer verplaatste naar een parallelle, digitale wereld die ik als oudere jongere niet meer bij kon of wilde houden, was het grotendeels klaar. Sowieso kan ik dance beter pruimen wanneer deze ook in de woonkamer overeind blijft en er op een podium meer valt te beleven dan een met de handjes wapperende usb-dj. Dan gaan de gedachten van grootvader automatisch terug naar begin jaren ’90. De tijd dan dance en rock een geslaagd huwelijk aangingen, met The Prodigy, Chemical Brothers, Underworld en aanverwante dance-acts. Totdat bij mij ook voor de Heilige Drievuldigheid van de live-dance de verzadiging toesloeg. 

Er bestaan gelukkig geen bewegende beelden van, maar ik ben zelden zo uit mijn plaat gegaan als op Losing my edge van LCD Soundsystem, die keer op Lowlands. Het motto ‘dance like nobody’s watching’ in de praktijk gebracht. Niet dat er daarna niks meer te halen viel op dancegebied voor ondergetekende, maar net iets te vaak met ‘the next big thing in dance’ op vinyl onder de arm de platenzaak uitgewandeld, om na beluistering thuis niet verder te komen dan een ‘mwoa’.

Toch is er nog hoop voor een ietwat gemankeerde danser die ver is afgedreven van de four-to-the-floor kudde. Working Men’s Club John Cooper Clarke en hun twee albums zetten de stramme heupen al voorzichtig in beweging, PVA’s dancefloor-banger Untethered deed me dit jaar Travolta-gewijs ontwaken. Die hoop is nu vooral gevestigd op de nieuwe Leftfield This is what we do, die onderweg is naar mijn woonst. Enkele voorproefjes beloven een plaat die schuurt en knettert als in vroeger dagen. Ik vertrouw er op dat dat album me weer aan het dansen krijgt. Vooralsnog alleen in de keuken, maar het is een begin.

DJ 45Frank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s