Working Men’s Club – Fear Fear

Van sommige bands weet je nog precies waar je was toen je voor het eerst een nummer van hem hoorde. Working Men’s Club is zo’n band. De locatie: een zonovergoten terras. Het nummer: Valley’s. Kippenvel! Het klonk bekend, en toch authentiek en fris. Wat een energie, maar ook enigszins ingehouden, alsof er nog van alles kan gebeuren. Precies hoe ik me voelde, tussen twee lockdowns in – al kon ik toen nog niet weten dat er nog een lockdown aan zou komen. 

De band onder aanvoering van Sydney Minsky-Sargeant komt twee jaar na dato met een uitstekende opvolger van het titelloze debuut. Dat Working Men’s Club destijds nog zoekende was naar een sound, is met de kennis van nu wel te horen. Destijds koos men schoorvoetend voor een meer elektronische sound, maar schemerde het feit dat de Club ooit als gitaarband begon nog duidelijk door. Op Fear Fear heeft men de band dat losgelaten. Het resultaat is daardoor niet alleen consistenter, maar bovenal nog meer dansbaar. 

Evenals in 2020 dook de band de studio in met producer Ross Orton (Arctic Monkeys, M.I.A., The Fall) en concentreerde zich daar nog meer op een elektronisch geluid. Moddervette beats, en vintage synths lijken gitaar volledig te hebben verdrongen, al blijkt Cut een aangename uitzondering. Het is niet het enige nummer dat ons terug in de tijd voert. Fear Fear staat bomvol met nummers die een vette knipoog geven naar de Madchester-periode.  

Openingsnummer 19 had met gemak op de soundtrack van Trainspotting kunnen staan. Het titelnummer doet denken aan een geslaagde mix van New Order en Depeche Mode. Widow is uiterst dansbaar, al staat de tekst in schril contrast met de opbeurende melodie en levendige beat: ‘Lust was easy until you died, now I fuck inside my head but not outside’. 

Circumference klinkt groots door klein te blijven en staat bol van spanning, die niet tot ontlading komt. En dat geldt eigenlijk voor het hele album, dat new wave en post-punk lijkt te willen verenigen in nummers als Ploys (toegankelijk en behoorlijk pop), Rapture (electro-punk) en Heart Attack (hip-hop beat meets video-game sound). Al met al zorgt het voor een vette 80’s sound, zonder dat het gedateerd klinkt.  

Met dit album laat Working Men’s Club overtuigend zien dat de band is gegroeid en dat hij mede dankzij de samenwerking met Orton in staat is tot grootse composities, die dankzij wat sinister klinkende praatzang ook goed valt bij de minder op dans georiënteerde luisteraar. Wat ons betreft is het bijna acht minuten durende slotnummer The Last One, dan ook niet het laatste wat we van Working Men’s Club horen, want Fear Fear smaakt absoluut naar meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s