Delft even ondergedompeld in popmuziek

Delft is nu niet echt gezegend met een levendige popscene. Het aanbod live-muziek blijft een beetje hangen in het vieren van de oude Delftse helden of het handjevol muzikanten uit de stad dat landelijke bekendheid geniet. Achter de deuren van studentenverenigingen valt af en toe wel iets te beleven. Maar wil je actuele livemuziek van niveau zien, moet je als Delftenaar toch maar al te vaak naar de omliggende steden. Op één moment in het jaar na, als Popronde de stad aandoet.

Door Mats Burgering en Wim du Mortier

Dat tekent het belang van Popronde voor steden die lijden aan popbloedarmoede. Het werkt als het ware als een staalpil, en biedt inwoners een prima gelegenheid om bij te tanken en nieuw Nederlands talent te ontdekken. Maar je moet daar wel iets voor over hebben. In Delft is het bijvoorbeeld rennen geblazen. Want in pakweg vier uur tijd komen 28 acts langs op meer dan tien plekken in de stad. Niet te doen dus om het allemaal tot je te nemen en is het een kwestie van cherry picking. En hopen dat je geluk hebt om net die band of die artiest te zien die vandaag in bloedvorm verkeert en mag spelen op een plek waar de apparatuur geen roet in het eten gooit.

Een gegeven paard kijk je niet in de mond. Popronde is geheel gratis en leunt op een omvangrijke organisatie van vrijwilligers die met ziel en zaligheid het programma verzorgen. en ondernemers die Popronde een plekje gunnen in hun etablissement in de hoop op een drukbezochte avond en een leuke omzet. Niets dan liefde verdienen ze. Het is in een oude stad waar in de binnenstad ook nog eens wordt gewoond bovendien organiseren-tegen-de-klippen-op. Altijd ontstaat er gezeik over geluidsoverlast. Dat er weer een Popronde is in Delft, is dus an sich al een hele prestatie.

Bij het concept past dat artiesten terecht komen op plekken waar doorgaans geen live-muziek wordt geprogrammeerd en zij ingeklemd tussen de barkrukken en bierkratten moeten spelen. Niks mis mee, het is ook een deel van de charme. En voor de artiesten is het een mooie gelegenheid om ervaring op te doen, om te leren omgaan met verschillende omstandigheden, meters te maken en als alles meezit wat zieltjes te winnen. Maar er zijn grenzen en vaak worden die overschreden als het om de geluidstechniek gaat. Want als de installatie niet naar behoren werkt, dan houdt het op, tot grote teleurstelling van artiest én publiek.

Jaro

In Delft komen we in kort tijdbestek alles tegen wat bij Popronde hoort: the good and the bad. We zien een band erin vliegen, met een lege kroeg beginnen en eindigen met een bomvolle zaal vol enthousiaste mensen. We missen acts omdat de toegang tot een kroeg stampvol staat en er een grote groep buitenlandse studenten met duwen en trekken toch echt naar binnen wil. We zien een zanger gefrustreerd zijn microfoon weggooien, na al zingend minutenlang op de vloer te hebben geprutst met kennelijk kapotte kabeltjes. We zien publiek in kroegen die de muziek eerder als hinderlijk lijken te ervaren tijdens hun avondje uit en de wat zachter spelende acts overstemmen met geklets. We ontdekken een band die vroeg op de avond een langzaam volstromende zaal met open mond laat toekijken naar wat zij daar allemaal staan te doen met wat elektronica en een berg akoestische instrumenten. En we zien een elektronische act ten onder gaan omdat de muziek moet worden geproduceerd via een aftandse zanginstallatie die zonder twijfel al menig biertje over zich heen heeft gekregen. Als dan ook hier de microfoon niet blijkt te werken en het publiek enkel aan de mimiek van de artiest kan ontlenen dat er kennelijk nog iets bij hoort, zijn we er klaar mee.

Tijdens Popronde Delft zag MuziScene een aantal acts en daaruit is onze persoonlijke top vier:

Dogman – Het Amsterdamse duo is aan het eind van elk gespeeld liedje weer heel blij dat het is goed gegaan. Zo vers is het kennelijk allemaal nog. Op het web is er dan ook nog niet heel veel te vinden over Dogman. Wel kunnen we in Delft opmaken dat het trio intussen een duo is bestaande uit geluidstovenaar en trompettist Milan Mes en dichter/zanger/percussionist/multi-instrumentalist Robin Block. Vanavond in de Koornbeurs bespeelt Block een grote hoeveelheid instrumenten; zeg maar alles wat je kunt bekloppen en dan geluid maakt. De twee serveren een bekend recept: je hebt loopers en daar speel je live iets in en bouwt zo samen een ritmische compositie op. Het aardige van Dogman is dat ze het grootste deel van hun bouwsels baseren op geluiden van akoestische instrumenten – bijvoorbeeld de trompet van Mes. Ja, zelfs hun ‘drummer’, een machientje dat midi-getriggerd instrumenten aanslaat, begint weliswaar digitaal, maar produceert een waar akoestisch geluid. De meer experimentele op ritmes gebaseerde composities van de mix akoestisch/electro zijn het aardigst. De enkele poging om met hun instrumentarium een liedje te bouwen steekt dan ineens een beetje ‘gewoontjes’ af. In Delft vangen ze in elk geval de aandacht van het publiek en weten die goed vast te houden.

Bella Luna – Bella Luna komt erg sympathiek over. Voorafgaand aan het optreden maakt de soulzangeres uit Enschede een praatje met het publiek en wordt de spanning meteen gebroken als de band een grapje maakt over het gebrek aan ruimte op het volgepropte Bebop-podium. De zangeres met Filipijnse roots wordt bijgestaan door een pianist, drummer, bassist en gitarist. De band is goed op elkaar ingespeeld, wat je merkt aan de uiterst strak gespeelde ritmes en tempowisselingen gedurende de nummers. Tijdens de soul-R’n’B-grooves persen de muzikanten het uiterste uit hun instrumenten en spat het plezier er van af. Lachend communiceren de bandleden met elkaar terwijl Luna het publiek met volle overtuiging weet aan te steken met haar brede glimlach en charisma. Bella Luna komt op mij over als een vrouwelijke versie van Anderson .Paak. Misschien dat dit deels door haar neuspiercing komt, maar ook zeker door het goede staaltje R’n’B dat Bella Luna neerzet. Het publiek was zo enthousiast dat de zangeres er zelf ook van schrikt; ’Who paid you guys’, grapt ze na het ontvangen van luid applaus. En na het beëindigen van hun set weet het publiek de band om te kopen om nog één nummer te spelen. De prijs? Drie biertjes.

Marathon – Samen met Huub Prins (oftewel Elias Elgersma, lid van de Nederlandse postpunk-formatie The Homesick) is Marathon eigenlijk al een beetje bekend. En misschien het Popronde-circuit al aan het ontgroeien. Althans, het feit dat Marathon is getekend door V2 Records is iets waar de meeste acts die meedoen aan Popronde Delft alleen nog maar van mogen dromen. Maar Marathon, vanavond eens gewoon met zijn drieën, maakt dat wel waar. Ze vliegen, zonder zeuren over of het geluid nu wel of niet precies is wat het moet wezen, uit de startblokken en trekken in no time de straat voor café De Engel leeg. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat ze wat te wild beginnen waarbij precisie moet wijken voor intentie. Maar wie maalt er vanavond om. Postpunk op zijn felst, met soms even de voet van het gaspedaal af en in die momenten nog net even iets indrukwekkender. Groeibriljantje.

Malu

Malu – Café de Joffer is nog leeg kort voor de opkomst van Malu. De band heeft officieel nog geen muziek uitgebracht, dus het optreden wordt een voorproefje voor de mensen die het aandurven. De band staat op het podium met een gitarist, bassist en drummer. Het missende bandlid is de beeldschone zangeres. Ze draagt een strandjurk en maakt haar entree vanuit het publiek, waarin ze zich eerst verscholen houdt. Meteen swingend keert ze zich naar het publiek en vuurt ze de eerste synthesizer akkoorden het publiek in. De set begint sterk met dansbare nummers, terwijl de Joffer langzamerhand volstroomt. De muziek is vrolijk, groovy en melodisch en past perfect bij een warme zomeravond. De zangeres beeldt haar teksten uit met kleine danspasjes, terwijl de band op de achtergrond blijft. Een opvallend moment tijdens het optreden is de pizzabezorger die, middenin het optreden, de Joffer binnenloopt om de door de gitaristen bestelde pizza’s af te geven. De set eindigt minder spannend met zwoele nummers (door Malu benoemd als ‘seksliedjes’), maar dan iets slomer dan het werk waarmee de band aftrapte. De zachte deuntjes zijn fijn om naar te luisteren, maar hierbij blijft de uitdaging voor Malu om het niet achtergrondmuziek te laten worden. De pizza’s zijn intussen koud.

Elias Elgersma, alias Huub Prins klimt op een barkruk in een poging de aandacht te trekken van het café-publiek

Na afloop van hun optreden staan Lennart van Hulst, Kay Koopmans en Nina Lijzenga van de band Marathon uit te hijgen op het terras van café De Engel. Ze hebben genoten van het publiek én de plek om te spelen. Dat zij hun eigen geluid moeten regelen en weinig bewegingsruimte hebben op het ‘podiumpje’ doet daar niets aan af. Sterker nog, na in goed georganiseerde poppodia te hebben gespeeld, ervaren ze dit weer als verfrissend. ‘Alsof je in de oefenruimte lekker losgaat’, lacht bassiste Nina Lijzenga van oor tot oor. En ook lokaal organisator Anna Bernard – die rent van zaal tot zaal en zonodig hier en daar een brandje blust – treffen we in een zaaltje glimlachend toekijkend aan. Popronde Delft trekt veel publiek deze avond, stelt ze vast, en er heerst vrolijkheid in de kroegen en op straat. En het is allemaal toch maar mooi weer gelukt, straalt ze trots.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s