Andere werkelijkheid

Van alle dingen die ik het afgelopen jaar heb gemist, staan de showcasefestivals met stip op één. Een paar keer per jaar gaat er in wisselende samenstelling een delegatie van Rotown en Rock ‘n’ Roll Highschool op pad om ergens in een verre stad nieuwe bands te bekijken. Bijvoorbeeld in januari tijdens Eurosonic/Noorderslag in Groningen, of in maart tijdens SXSW in Austin. En in mei gaat iedereen mee naar Brighton voor The Great Escape. Dat is een van de beste momenten van het jaar. 

Het voordeel is dat je er met de trein naartoe kan (ik haat vliegen), maar tegelijkertijd het is wel dusdanig ver weg dat je echt afgesloten bent van de rest van de wereld. 

Ik snap de charme van een groot festival in een weiland, of een bos, maar ik vind die showcasefestivals in steden duizend keer leuker. De sfeer is anders. Om een oneerbiedige vergelijking te maken: zo’n groot festival is eerder een vrijgezellenparty waarbij je al precies weet wat er gaat gebeuren en een stadsfestival is een avond waarop je toevallig naast een onbekende aan de bar komt te zitten die wat moois te vertellen heeft. 

Het is maar net waar je voorkeur ligt. 

Andere mensen zullen gelukkig zijn als ze na de show van de Red Hot Chili Peppers onder de modder hun tentje inkruipen; ik word er heel erg blij van om na een avond mij totaal onbekende bands kijken in een hotelkamer – zonder muntjes  – onder een warme douche te kunnen gaan staan. 

Het zijn de details die de verschillen maken, maar er is natuurlijk ook een overeenkomst. Die zit in de bubbel waarin je tijdens een meerdaags festival verkeert. 

De dagen dat je op een festival bent, doen alle normale dingen er namelijk even niet toe. Er ontstaat een andere werkelijkheid. Je hoeft geen boodschappen te doen, of de hond uit te laten. Je hoeft zelfs niet eens meer na te denken over wat je aantrekt, dat heb je bij het inpakken al gedaan. Je hebt maar twee echt grote verantwoordelijkheden: het blokkenschema uitpluizen en – in het geval van een stadsfestival – het nummer van je hotelkamer onthouden. De rest is bijzaak.

Als we naar Brighton gaan, begint de voorbereiding al lang van te voren. Er worden schema’s gemaakt. Wie gaat welke band waar zien, wie heeft er nog afspraken met andere podia of labels en is er daarna nog tijd om gezamenlijk te eten? Eenmaal in de stad gaat iedereen op pad en zodra je elkaar weer ergens treft, gaat elk gesprek over werk. 

Uiteraard over hoe bands waren, maar het gaat ook over hoe druk het bij shows was, of het duidelijk was aangegeven welke rijen voor de verschillende soorten kaarthouders waren, hoe het publiek er uitzag, dat soort dingen. Alles wat we zien en meemaken, is belangrijk voor ons eigen Left of the Dial-festival. Dat is ontstaan dankzij The Great Escape en SXSW en het zal elk jaar alleen maar beter worden door alles wat we bij andere evenementen zien. 

In mijn herinnering schijnt in Brighton altijd de zon. Dat is niet zo. Sterker nog, de eerste keer dat we er waren, heeft het 48 uur onafgebroken geregend. Uiteindelijk brak de zon toch door en ik weet nog hoe ik ’s ochtends buiten op een stoepje met uitzicht op de zee een blikje cola zat te drinken. De programmeur van Rotown kwam naast me zitten en we hadden het over de bands die we de avond ervoor hadden gezien en die we die dag nog wilden gaan bekijken. Heel veel beter kon het leven niet worden. Hopelijk zit er over een paar maanden tijdens Left of the Dial iemand net zo gelukkig over bands te praten op een stoepje in de Rotterdamse zon.

Minke Weeda

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s