Jonathan Higgs, Everything Everything: ‘Dit is mijn stem en die kan ik niet veranderen; sorry hoor…’

Alles aan Everything Everything lijkt weerbarstig. Hun muziek, hun presentatie, hun teksten; alles puilt uit van de eigenzinnigheid. En dat roept dan ook heel uiteenlopende reacties op. Er zijn mensen die met ze dwepen en er is harde kritiek, ook op het opmerkelijke stemgebruik van frontman Jonathan Higgs. „Natuurlijk ben ik gevoelig voor kritiek. Maar het beïnvloed me niet in wat ik hierna ga doen.”

Everything Everything presenteerde onlangs hun derde album Get To Heaven. Met die plaat zetten ze weer een stap naar een groter publiek. Mogelijk gemaakt door een weer iets meer toegankelijk geluid. De eerste twee platen kenmerkten zich door ingewikkelde composities, tegendraads, boordevol ideeën met telkens weer onverwachte wendingen. Muziek die even tijd nodig heeft voor die landt. En dan is er die stem van Higgs. Continu perst hij noten uit zijn kopstem, hoorbaar tegen de grenzen van zijn vermogen aan. Ook dat vergt even wennen vooraleer je de rijkdom aan melodie ontdekt die achter dat harde korstje schuil gaat, en die heerlijk dansbare ritmes.

In mijn lokale platenzaak zijn ze het niet eens met mijn positieve recensie van jullie nieuwe plaat. Ze kunnen er alleen met moeite naar luisteren, zeggen ze.

„Onze muziek roept heel verschillende reacties op, daarvan zijn we ons bewust. Maar we maken ons er ook geen zorgen over. Als mensen heel uitgesproken op je werk reageren, dan zie ik dat als een teken dat je iets goeds hebt gemaakt. Je moet je pas zorgen gaan maken als het mensen niet interesseert en ze er de moeite niet voor nemen erop te reageren. Waarom heb je het dan gemaakt? Maar natuurlijk ben ik wel gevoelig voor kritiek. Alleen beïnvloed het me niet in wat ik hierna ga doen. Want misschien begrijpen ze het wel niet of is het inderdaad crap wat ik heb gemaakt. Ik ben er ambivalent over. Dat zullen meer muzikanten hebben. Soms twijfel ik aan mijzelf en soms ook helemaal niet.”

Ze vinden het moeilijke muziek…

„Ja, dat horen we vaker, dat het mensen meer verwart dan zou moeten. Mensen zijn eigenaardig rigide in hun denken over traditie in de kunsten. En als ze iets horen dat net iets anders is dan ze gewend zijn, raken ze over hun toeren. Maar weet je, misschien is dat in dit geval niet zo en zijn het mensen die graag naar verschillende dingen luisteren en vinden ze mijn stem gewoon niet prettig of onze muziek niet leuk. Wie weet. Maar ik vind dat niet erg.”

Als ik nu nog kritiek op jullie nieuwe plaat zou moeten geven, dan is het wel dat jullie meer toegankelijk zijn geworden. Ben je het daar mee eens?

„Ja, zeker. Daar ben ik het mee eens. Wat is daar mis mee? Dat is ook wat we wilden en dat is wat we hebben gedaan. Niets om ons voor te hoeven schamen.”

Hebben jullie dan rekening gehouden met de kritiek die er kwam op de eerste platen?

„Ik zal je uitleggen wat we hebben gedaan. In 2013 hebben we de single Kemosabe uitgebracht; echt een nummer in onze eigen stijl.

Daarna hebben we de single Duet uitgebracht, meer een ‘normaal’ nummer waarvan we dus verwachtten dat die beter zou aanslaan. Maar dat werd helemaal geen hit. Veel minder mensen bekeken die video, niemand sprak er over.

We hebben het daar nog eens goed over gehad met elkaar. We hebben de conclusie getrokken dat mensen helemaal niet willen dat we normaal zijn. Wij moeten zijn wie we zijn: raar en afwijkend, als in Kemosabe. Dat gaf ons het vertrouwen verder te gaan op onze eigen weg en niet te proberen normaal te zijn. En dat is Get to Heaven. Dat is onze band die zegt, oké, jullie willen meer nummers als Kemosabe en Cough Cough? Dan krijg je daar een heel album vol mee.”

En toch bereiken jullie daar nu een groter publiek mee.

„Ja, dat betekent dus dat we met nog meer zelfvertrouwen verder kunnen gaan. En dat voelt heel erg goed. Ik denk dat fans ook kunnen aanvoelen wanneer je eerlijk bent en muziek maakt die je wilt maken.”

Ik lees in stukken over Everything Everything ook hele onaardige dingen over je stem. Hoe ga je om met dat soort kritiek? Raakt het je persoonlijk?

„Tja. Ik denk dat mensen het soms niet snappen en misschien is het bij vlagen ook vreselijk om naar te luisteren. Maar uiteindelijk komt het er op neer dat ik het niet kan veranderen. Wat ik doe is hoe mijn stem van nature klinkt. Ik kan wel minder in falset gaan zingen, maar dit is wie ik ben en hoe ik het doe, hoe ik het voel. En ik vind dat het geweldig klinkt. Dus blijf ik het doen, sorry hoor”, grinnikt Higgs.

Is de kritiek op jouw stem iets waarover je binnen de band met elkaar praat?

„Ja natuurlijk. We zijn ons er erg van bewust. En in het verleden hebben we geprobeerd het gebruik van falset te doseren. Maar uiteindelijk is onze conclusie dat ik moet zingen zoals ik zing. Want het klinkt gewoon awesome.”

Je teksten op Get to Heaven zijn intrigerend. Ik las dat je ze zelf omschrijft als een ‘book of horrors’. Waar komt de inspiratie vandaan?

„We hebben een jaar rondgehangen thuis, terwijl we muziek schreven en in de studio nieuwe nummers opnamen. In die periode ben ik opgegaan in het nieuws en wat er allemaal in de wereld gebeurt; misschien wel te veel. Het overweldigde me en dat gevoel is in die teksten terecht gekomen. Voor mij was het schrijven van die teksten een manier om er over te praten en te proberen beter te begrijpen wat er gebeurt in de wereld.”

Wat wil je ons met die teksten waarin je soms gruwelijke dingen beschrijft vertellen?

„Ik heb ze misschien wel geschreven omdat ik dacht dat niemand anders het deed, niemand er over sprak. En ik voelde die behoefte wel. Ik had daarbij geen duidelijke boodschap voor de luisteraars in gedachten. In elk geval niet meer dan te beschrijven wat ik voel over deze zaken, en de luisteraar te vragen ‘hoe sta jij er tegenover? Ik heb niet de bedoeling om te zeggen dat iets goed of fout is. Dat vind ik niet interessant. Ik zit er zelf ook niet op te wachten dat iemand tegen mij preekt. Ik wil het alleen proberen te begrijpen. En daarom heb ik geprobeerd me te verplaatsen in mensen die iets vreselijks doen, of mensen die tegen de samenleving zijn, of iemand die alle vormen van de westerse samenleving afwijst. Dat interesseert me en wil ik verder verkennen. Omdat ik dat soort gevoelen soms ook heb. En omdat ik denk dat het stom is om te ontkennen dat die gevoelens er zijn of het te negeren.”

Een zin in het nummer No Reptiles fascineert mij. Je zingt herhaaldelijk ‘to feel like a fat child in a pushchair’. Hoe voelt een ‘fat child in a pushchair’ zich volgens jou?

„Het refereert aan een gevoel dat denk ik iedereen wel kent. Het gaat over het gevoel hulpeloos en nutteloos te zijn in de wereld. Heel veel mensen weten eigenlijk niet what the hell they are doing with their lives. Mijn metafoor is dan om als een dik kind in een rolstoel voortgeduwd te worden, en dus niet echt in controle te zijn over je leven. Wat we in het westen doen is maar een beetje rondhangen, ons vol vreten en ons laten vermaken. Maar in werkelijkheid zijn we niet of nauwelijks in contact met de wereld en snappen er niets van. We zijn er een beetje bang van en ervan afgesloten. Dat geeft me soms een schuldig gevoel. Alsof ik mijn tijd verdoe. Heel veel mensen blijken dat zo te voelen. Het verrast mij in elk geval dat ik over deze zin veel vragen en opmerkingen krijg. Zij herkennen zich in die woorden en begrijpen waar ik het over heb. Maar we weten dat niet van elkaar.”

Jullie plaat springt eruit in de platenbak. Wat willen jullie met die fel gekleurde en gewelddadige illustratie zeggen?

Get To Heaven van Everything Everything

„We wilden iets met een beeld van een gebedsgenezer; zo’n gestoorde religieuze man die staat te liegen. En ik wilde in dat beeld de focus leggen op de gelovige die wordt ‘genezen’. Maar het moest er dan wel een beetje gewelddadig uitzien; een boodschap waarin religie en geweld worden gecombineerd. Liefst wilden we geen foto, maar een surrealistisch beeld dat het loskoppelt van het gevoel erbij. Zodat het er bijna als ‘leuk geweld’ uit gaat zien. De media overvoeren ons met verschrikkelijke shit. We zijn daar zo aan gewend geraakt dat het ons niets meer doet en niet meer echt lijkt. Het is verworden tot een cartoon. Daarom is de hoes zo uitgepakt. Het moest grappig, religieus gewelddadig en shockerend zijn. En dat is wat het is.”

Tot slot: volgens mij ben je fan van Star Trek.

„Dat zijn we toch allemaal? Je verwijst waarschijnlijk naar het ‘ping’ geluidje in single Distant Past. Dat zit er mooi subtiel in. En zo zitten er wel meer dingen verstopt in de plaat. We keken vroeger allemaal naar die serie. In de opnamen hebben we eerst het originele geluid uit de serie gebruikt. Tot we ons realiseerden dat we wel eens problemen met de rechten zouden kunnen krijgen. We hebben dus netjes bij meneer Star Trek geïnformeerd wat het gebruik van dat geluidje zou gaan kosten. Dat bedrag was echt enorm hoog. Onze producer Stuart Price zei toen dat hij dat geluidje wel zo’n beetje kon benaderen. Die heeft dus een eigen geluid gemaakt. Dus niet denken dat het hetzelfde is, nee, het is een geluid dat Stuart zelf heeft gemaakt. Meneer Star Trek krijgt geen cent van ons. Maar het klopt als je zegt dat het er erg op lijkt.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s