Lou Barlow – Reason To Live

Ik heb toch een beetje een haat-liefde relatie met Lou Barlow. Ik vind zijn liedjes op de platen van Dinosaur Jr vaak de beste, en een paar liedjes die hij schreef voor Sebadoh mag je op m’n begrafenis draaien. Tegelijk levert hij zijn songs soms zo ruw en slordig af dat ik hem daarvoor haat. Niet om aan te horen, zonde, een gemiste kans.

Het is natuurlijk de charme van deze artiest. Kijk naar zijn basspel: het is ruw en ongepolijst, hij valt erop aan als een neanderthaler op een biefstuk, slordig vaak, maar tegelijk melodieus en met impact. Of `ie hem zelf zijn artwork maken in de onderstaande video… En toch is die bruut ook in staat om liedjes te schrijven die je trefzeker emotioneel raken.

Barlow’s solo-albums kenmerken zich door diezelfde combinatie. Er staan altijd sprookjesachtig mooie liedjes op. Soms tot in de puntjes uitgedacht en met wat tierelantijntjes opgesmukt tot een wonderschoon resultaat. Daarnaast staan er ook altijd nummers op die albums die rauw zijn, als een schets, slecht opgenomen, nergens naar klinkend waardoor het een klus wordt om de niet zelden prachtige song die daar ergens onder begraven ligt te ontdekken.

In dat opzicht is er niks nieuws onder de zon op Barlow’s nieuwe solo-album Reason To Live. Opnieuw treffen we er een grote verzameling mooie liedjes met veel zeggingskracht aan waarvan een deel is uitgewerkt en uitgedacht en een deel ruw klinkt. Het is opnieuw voer voor mijn liefde en mijn haat voor het werk van de Amerikaan.

Opmerkelijk is dat we aan de uiteinden van het album de warmer klinkende liedjes vinden, en in het midden tijd is gereserveerd voor het gruizig werk. Dat zou je niet zeggen als je de naald in de groef zet op kant a. Het begint onheilspellend lo-fi. Alsof we hem met zijn akoestische gitaartje op zijn toilet horen. Maar Barlow speelt misschien wel met de twee zijden in zijn werk door dit nummer in een paar stappen over te laten gaan naar een mooi klinkende productie en we direct het beste liedje op de plaat voorgeschoteld krijgen: In My Arms. Barlow start zo ontroerend en geeft ons in nummers als Reason To Live, Why Can’t It Wait en in I Don’t Like Changes een inkijkje in zijn gevoelsleven. En een enkele keer spreekt hij zich uit over de zaken die in deze tijd spelen.

Zeven songs lang opent de plaat ijzersterk. Met telkens Barlow die met het accent op de tweede tel zijn akoestische gitaar aanslaat, met dat voor zijn solo-werk herkenbare huppelende effect. De opsmuk zit ‘m in extra gitaarpartijtjes die subtiel worden verweven, een diepe donkere synth die in een paar liedjes zorgt voor grond onder de voeten en als slagwerk enkel een basdrum die als een hartslag Barlow ritmisch bij de les houdt. De bas beroert hij op dit album maar een enkele keer. In Privatise op een manier die een vriendelijk knikje lijkt naar New Orders ‘Hooky’.

Maar dan komt toch die omslag weer. Een aantal songs aaneen klinkt het plots mager, gehaast, de gitaar bijna onaangenaam hard aangeslagen en krijgt het materiaal een Simon & Garfunkel-karakter met Thirsty als een bedenkelijk dieptepunt. De laatste drie van de totaal 17 liedjes keert de warmte weer iets terug. Maar dat kan niet meer voorkomen dat de barre vlakte die we achter de rug hebben Reason To Live tot een moeilijk te verteren maaltijd maakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s