Black Midi – Cavalcade

Wat hebben we erop zitten wachten: Cavalcade, de nieuwe Black Midi. Kunnen ze met de opvolger van het verpletterende Schlagenheim aan de hype voldoen, of vallen ze genadeloos door de mand?

Om met het goede nieuws te beginnen: Black Midi is nog steeds Black Midi. Vreemde opbouw van nummers, razendsnelle overgangen, compex en licht besprenkeld met associatieve woordbouwsels. Een album dat volgens het persbericht ‘uit verschillende persona’s bestaat, die je moet leren kennen’. Ja, breng wat tijd met ze door. Koppie thee, scone…

Open curtain: John L. enters the stage. Een razendsnel, en eigenlijk (als je door de rock-instrumentatie heen luistert) lekker traditioneel Black Midi-nummer waarin violen, piano – een heel orkest uiteindelijk – hun opwachting maken. En als het niet meteen duidelijk is, dan wordt het dat nog wel: op dit album is rock in jazz veranderd. En jazz in rock. Meteen is de fenomenale instrumentbeheersing van Black Midi iets doodnormaals geworden. Bij jazz kom je niet weg met drie schuif-akkoorden en onvaste zang. Zoals bij rock het geval is, daar hoef je alleen veel te snuiven en seksen, daar telt alleen het formaat van je gitaar. Overdreven?

En het jazz-idioom beheerst Black Midi tot in de puntjes. Overgangen, dynamiek, harmonieën, experiment, stijlen, het glanst en glibbert, het schuurt en knarst. Werkelijk alles zit erin. Het enige – en tegelijk ook wel weer gewaagde – is: het is een stuk softer dan hun vorige. Het schept ruimte voor invulling met allerlei exotische klanken (bouzouki, Optigan, Marxophone), zoals in Diamond Stuff, een prachtig ingetogen nummer, dat ingehouden naar een swingend einde walst.

Maar niet in alle nummers pakt het goed uit. Het nadeel van ingehoudenheid is dat de nadruk steeds meer op de zang komt te liggen.

En die zang, daar is iets mee. Want leadzanger Greep en bassist Picton zijn geen geboren crooners, of scat-zangers. Een stem is een instrument dat je maar tot op zeker hoogte kan aanpassen. Tegelijk is het zo allesbepalend (ik vermeld hier schoorvoetend de manier waarop Elvis Costello puur en alleen op zijn zang al zijn latere albums tot de ramsj veroordeelde), dat je het niet kan verstoppen. In de praatnummers – het geweldige Hogwash and Balderdash en John L. – gaat het goed, daar is alles een eenheid. Maar Marlene Dietrich – het loungeachtige tweede nummer – verlangt een perfecte zang, anders is het net Bianca Castafiore die een hele platenkast vol zingt alleen omdat ze een stripfiguur is. Ascending Forth is een akelig muziekschoolnummer, maar ook in andere nummers (Chondromalacia Pate) duikt een stem op die je het liefst weg wil fiteren. Kerstgezang. Zwaar aangezet. In het beste geval DM Stith-achtig – hoewel die zich redt door zijn pathos. Het lijkt of Black Midi een coverband wordt.

En daardoor is Cavalcade een behoorlijk gespleten luisterervaring. Door de immense hoeveelheid stijlen is het een kind met waterhoofd, met een saaie virtuositeit, een beetje zoals Steely Dan’s latere werk (bijvoorbeeld in Slow). Kitscherig bijna. Maar daar staan een paar nummers tegenover die je omver blazen. Een geheel is het niet, het is meer een showcase van mogelijkheden. Interessant, maar zeker niet het statement waarop sommigen hadden gehoopt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s