Dinosaur Jr – Sweep It Into Space

Verdomd, hoor ik daar de bas van Lou Barlow loeien in het eerste nummer van de nieuwe Dinosaur Jr Sweep It Into Space? Hebben ze dan eindelijk geluisterd naar mijn jarenlange campagne ‘zet die bas nou toch eens wat harder’? Even veer ik op, misschien wordt dit wel een piekervaring: alle J Mascis-kenmerken, sterke songs én hoorbaar het baswerk van Lou Barlow? Maar met de deur in huis: noop, het feest gaat niet door en bovendien is dit album dat al een poos op de plank heeft gelegen wegens corona, ook bepaald niet Dinosaur’s sterkste.

Een blik op de credits leert dat dit album is geproduceerd door J in samenwerking met Kurt Vile. En hoe fijn het ook is om de bas van Barlow nu eens lekker door te horen komen in I Ain’t, valt daarna al snel op dat sonisch dit album wat magerder klinkt dat veel voorgangers. Dat valt al op in dat openingsnummer waarin J in het refrein zoals alleen hij dat kan heerlijk zuigend en tranentrekkend ‘I Ain’t good alone’ zingt. De gitaren klinken raar magertjes, en zelfs de solo van J die dwars door het nummer heen gilt, is een beetje ver in het stereobeeld weggedrongen. En als na het openingsnummer blijkt dat J bij alle andere nummers weer met zijn fikken aan het volume van de bas heeft gezeten, is de teleurstelling georganiseerd. So much voor de betrokkenheid van Vile bij de productie.

Hoeft allemaal geen ramp te zijn, als J Mascis en Lou Barlow nummers aandragen om samen met Murph weer om te smeden tot een lekker vurig, groftandig en tegelijk poppy indie-album. Maar juist daar gaat het met Sweep It Into Space toch een beetje mis. Dat wordt al een beetje duidelijk met het tweede liedje I Met The Stones, dat het moet hebben van stonerrock-achtige riffs. Nee, niet het sterkste songmateriaal ooit. Zo zijn er nog een aantal songs die de toets der kritiek amper overleven, met als tragisch dieptepunt Take It Back, dat nog het meest weg heeft van The Cure dat een radiohitje probeert te schrijven. Nee, je zou bijna gaan denken dat J zijn beste nummers bewaart voor zijn solo-platen; zijn Elastic Days uit 2018 bijvoorbeeld, is wel een sterk album vol heerlijke en toch gruizige liedjes.

Dan het goede nieuws: Lou Barlow heeft zijn huiswerk wel gedaan en levert een weliswaar soft maar prachtig liedje met Garden: kan zo op de verzamelplaat met zijn beste werk. Die moet er toch eens komen, want ook Barlow wisselt pareltjes met godgeklaagd slecht minder werk af. En ja hoor, er staan gelukkig ook een aantal echt typisch J Mascis indie hitjes op die misschien niet direct tot het aller geweldigste ooit behoren – wat wil je met pakweg 12 albums vol klassiekers, dit is de vijfde sinds hun famauze breuk in de jaren negentig – maar er zeker mogen zijn. Wat dacht je van Walking To You waarin J op tragische toon I know why mag gillen voor hij weer een van die snerpende solo’s produceert. To Be Waiting is een klassieke Dinosaur Jr-track: perfect liedje, grove gitaren, haakse hooks en prachtige melodieuze gitaar patroontjes waarover J met zijn zeurderig klinkende kopstem een slepend melancholiek hoogtepuntje uitserveert. Of lichtvoetig I Ran Away, met als basis nu eens een uptempo rammelende akoestische gitaar: alsof je bij J thuis bij de haard op de bank mag zitten. Fijn hoor…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s