Nick Cave & Warren Ellis – Carnage

Carnage is uit de categorie niet-verwacht-toch-gekregen. Het gonsde wel dat er nieuw werk van Nick Cave zat aan te komen, maar pas ergens eind mei. En ineens was daar dan toch een nieuw album op de diverse streamingdiensten. Als redacteur van dienst werd ik uit mijn bed getrommeld om er verslag van te doen. Welnu, Carnage is een nieuwe parel in de kroon die het imposante oeuvre – dit is het achttiende studioalbum – van de Australische woordkunstenaar siert, dus dat was allesbehalve een straf.  

Het is de eerste nieuwe muziek sinds Ghosteen uit 2019 en zou zowel thematisch als muzikaal als het laatste deel van een trilogie kunnen worden beschouwd, met Skeleton Tree (2016) als begin, om in het reine te komen met de tragische dood van zijn zoon Arthur, die op vijftienjarige leeftijd stierf na een val van een klif in Brighton. 

Carnage klinkt bij vlagen religieus. Ik heb het dan vooral over de muziek en niet zozeer over de teksten, al zouden de kerken waarschijnlijk voller zitten wanneer performers als Cave op de kansel zouden staan. Soms klinkt hij gelaten, maar vaker intimiderend en altijd met gedragen intonatie die hard binnenkomt. Hij wordt hierbij geholpen door Warren Ellis, met wie Cave sinds 1993, nauw samenwerkt en die meer is dan een Bad Seed. Op meerdere producties is Ellis betrokken als co-componist en ook nu is hij het meesterbrein van de elektronische soundscapes die de dan weer melodieus gezongen, dan weer als praatzang gebrachte teksten van Cave van (nog meer) diepte voorzien. Terecht dus dat Carnage geen solo-album van Nick Cave is, maar dat beide namen van het duo op de cover prijken. 

Een terugkerende zin is “kingdom in the sky” en als het al bijbels is, dan is het niet troostend bedoeld. Cave en Ellis zijn als Pieter Breughel de Oude en Hieronymus Bosch van de muziek. Dit komt op dit album overigens het beste tot uiting in de eerste vier nummers, waarin de meest interessante wendingen zijn te vinden. De tweede helft van de plaat is ingetogener en de muzikale omlijsting is minimaler, zoals we dat ook tegenkwamen op Ghosteen en Idiot Prayer.  

Op Albuquerque bijvoorbeeld, horen we Nick Cave, die zichzelf begeleid op piano, terwijl strijkers voor nog meer sfeer zorgen. Het nummer gaat over de onmogelijkheden die door het coronavirus worden afgedwongen. (We won’t get to anywheredarling). Het wordt gevolgd door Lavender Fields, dat mede door het orgel wel wat weg heeft van een psalm, maar niet zo gospelachtig wordt als White Elephant, waarmee de eerste helft van het album wordt afgesloten en waaraan ik moeilijk kan wennen.  

Het begint namelijk duister en somber met een dreigende beat om te eindigen in opbeurende, bijna extatische koorzang. Tussentijds gaat Cave in op blacklivesmatter-protesten van afgelopen zomer (A protester kneels on the neck of a statue / The statue says I can’t breath / The protester saysNow you know how it feels / And he kicks it into the sea) en klimaatontkenning (I’m an ice scupture melting in the sun / I’m an ice sculpture with an elephant gun / I’m an ice sculpture made of elephant size tears / Raining gas and salt upon your heads) waarbij hij in de huid kruipt van een alter-ego dat niet het beste met ons voor heeft (I’ll shoot you in the fucking face! I’ll shoot you just for fun…) Het contrast met het gospelachtige einde kan bijna niet groter zijn. 

Wie niet gegrepen wordt door de muziek, wordt dat wel door de teksten. Zo herinnert Cave zich een gebeurtenis uit zijn jeugd tijdens titelnummer CarnageMy uncle’s at the chopping block, turning chickens into fountains / I’m a barefoot child / Watching in the rainHet is een verwijzing naar de jonge Cave, zoals we die ook al mijmerend tegenkomen in het nummer Hand Of God, waarmee het album magistraal wordt geopend. Het is zijn manier om ons naar hem te laten luisteren. Hij grijpt je bij de lurven, zet je neer en dwingt je aandacht af. Alsof hij wil zeggen: ‘Luister, dit heb ik zitten schrijven, gezeten op mijn balkon – ik kon toch nergens heen. Warren Ellis gebeld om te jammen, meteen maar opgenomen ook. Luister goed.’  

En dus luisteren we en dat doen we met plezier. En we knikken goedkeurend tijdens het beluisteren van slotnummer Balcony Man en we grimlachen om de slotzin: ‘What doesn’t kill you, just makes you crazier.’ En bij wijze van spreken draaien we de plaat weer om – we kunnen toch nergens heen en hebben zeker niets beters te doen. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s