Roosevelt – Polydans

Marius Lauber alias Roosevelt weet hoe je een plaat moet beginnen. Er gaat een sirene af, zo lijkt het. Op de basdrum begint de four-to-the-floor te stampen. No Easy Way Out, zingt de jongeling uit Keulen. De sirene blijkt een scheurende gitaar die – met een e-bow wellicht – die schelle tonen produceert. Het ritme zet je onmiddellijk in je hoofd op een strand ergens aan de Middellandse Zee, of op een heuveltop ergens ver weg waar een warme wind je omhelst. Het is zomer, je voelt de euforie opborrelen, je wilt dansen, draaien, de hele nacht lang.

Polydans, Roosevelts derde album, staat weer vol aanstekelijke dansliedjes. Vette disco, op uitgekiende ritmes, precies zo dat je móet gaan bewegen. Strangers is het tweede liedje en nog voelen we die euforie door de aderen jagen. In het refrein ontwaren we zo licht ritmisch stuiterend gitaartje. Heeft hij Nile Rodgers weten te strikken om een partijtje in te spelen? Of kan deze emulator van het discogenre dat ook gewoon zelf? In de brug wordt die Chic-kloon vet uitgespeeld en staat een wel erg letterlijk citaat van Nile Rodgers dik in de mix. Vet, lekker, kom maar door!

Marius Lauber trekt zo meer lijnen tussen klassieke disco en het heden. In Feels Right, het derde liedje op de nieuwe plaat van de Duitser, zet een heerlijke lijn op een plukbasje de toon. Let’s do it again zingt Lauber verleidelijk. Teksten die ogenschijnlijk nergens over gaan. Denk Ibiza, denk hedonisme, vanavond draait alles allen om jou. Mag het ook een keer? Feels Right!

Polydans is een warm bad in coronatijd. Nieuwe disco die nadrukkelijk vaste grond zoekt in de discotraditie. En dat voelt gewoon lekker. Geen zwak liedje ook, en voldoende afwisseling. Want Roosevelt blijft op deze plaat niet in een zelfde four-to-the-floor-ritme hangen maar zoekt af en toe een andere sfeer. Soms wordt het een beetje meer funky, dan lijkt het meer Italo-disco, dan meer romantisch. Behendig omzeilt hij zo de kritiek dat het alleen maar meer van hetzelfde is. Hoewel dat natuurlijk gewoon wel het geval is. Maar altijd klinkt het vet en móet je bewegen: hup, draaien met je kont!

Montjuic is een stevige omslag op de plaat in sfeer. Heftig klinkende synths zetten een melodie neer over geprogrammeerde loopjes, drums roffelen, Jean-Michel Jarre pathetiek. Maar het instrumentaaltje duurt maar even om dan terug te vallen in de eerste tonen van Forget, een melancholisch liedje vol verlangen. Scherpe synths leiden hier over salsa-percussie.

Manke aan het werk van Roosevelt is dat het lastig is om de hoge inzet bij de start van de plaat driekwartier vol te houden. Er zit wel een spanningsboog in de plaat, maar uiteindelijk gaat het om die momenten waar een dj naar opbouwt en de dansvloer in hysterie laat uitbarsten. Dat gevoel, een plaat lang? Nee, dat werkt niet. En mijn hemel, wat een ramp dat Roosevelt het kennelijk nodig vindt om niet alleen een ode te brengen aan Nile Rodgers en Giorgio Moroder, maar het ook nodig vindt om Frank Farian in herinnering te roepen met de miskleun Lovers. Een liedje met een schaamteloos infantiel melodietje. Gelukkig neemt Lauber revanche met afsluiter Sign, misschien wel het sterkste nummer op de plaat met prachtig Caribou-achtig gegoochel met de zang.

Sla Lovers over en laat Polydans als de week in februari na de vorst zijn. Een belofte van lente die doet verlangen naar een lange warme zomer en nachten dansen in kleine clubs. Zweten, drinken, en door wazige ogen andere figuren zien bewegen over de dansvloer. Euforie, escapisme, extase. When Will I See You Again?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s