Het glamoureuze leven van een festival-dj en waarom je altijd moet gaan kijken als er een legendarische band in de buurt speelt

In 2017 moest ik draaien op de Zwarte Cross. Op zich is er niks gelogen aan die zin, maar het klinkt een stuk interessanter dan het eigenlijk is. Er bestaan natuurlijk heel veel échte dj’s, maar dat ben ik absoluut niet. Ik draai gewoon af en toe plaatjes. Nooit alleen, altijd op z’n minst met nog één persoon, soms in combinatie met nog veel meer mensen. Dat plaatjes draaien is puur voor de lol, dus beter staat er dan een gezellig iemand naast je. Het vaakst heb ik samen met Nina gedraaid. Gedeeltelijk komt dat door omstandigheden, maar voor een nog groter deel doordat Nina en ik altijd ongeveer hetzelfde idee hebben over welke plaat op welk moment moet worden gedraaid. Dat is heel prettig. Bovendien mogen we allebei graag dansen op de platen die we uitkiezen, waardoor het draaien eigenlijk vooral een avondje uit is.
 
Meestal is het helemaal feest als we op een festival mogen draaien. Het publiek is op een festival vaak nog veel uitbundiger dan tijdens een clubavond en dat is ontzettend leuk. Maar eerlijk gezegd is voor ons de artiestencatering het echte hoogtepunt. Bij aankomst krijg je eetbonnen en die kun je na het draaien bij de artiestencatering inwisselen voor een dienblad dat je bij een uitgebreid buffet helemaal vol mag laden. De sport is dan om zoveel mogelijk verschillende dingen uit te proberen. Ik herinner me een keer dat ons diner bestond uit aardappelsalade, vegetarische lasagne en een kaassoufflé. Met een stuk chocoladetaart toe. Living the rockstar lifestyle hoor…
 
Al jaren worden we samen met een ander dj-duo uitgenodigd om op de Zwarte Cross te draaien. Op zaterdagmiddag verzorgen we op de Reggaeweide de pauzemuziek tussen de bands door. Noch Nina, noch ik weten heel veel van reggae, maar dat maakt niet uit. Er zijn grofweg 50 nummers die het daar goed doen en als je die meeneemt, hoef je eigenlijk alleen nog maar op te letten dat je niet een liedje opzet dat net door een band is gespeeld.
 
In 2017 draaiden we dus ook op de Zwarte Cross en toen we klaar waren, gingen we meteen richting de artiestencatering. Terwijl we een bordje spaghetti en groentequiche naar binnen werkten, bekeken we het programmaboekje. De Golden Earring zou aan de andere kant van het festivalterrein bijna gaan beginnen. Nina bleek ze nog nooit te hebben gezien. Ik zei dat iedereen die in Nederland is opgegroeid en een klein beetje van popmuziek houdt, toch op z’n minst één keer de Earring moet zien spelen. Zoveel legendarische bands hebben we tenslotte niet in ons land. Daar kon Nina wel inkomen, dus we baanden ons een weg naar het hoofdpodium.

Bij de eerste akkoorden stonden we bijna vooraan. We keken naar de band zoals we ook tevreden naar geroutineerd barpersoneel kunnen kijken. Het is altijd fijn om zelf niks te hoeven, maar andere mensen kundig hun werk te zien doen. Na het laatste nummer zei ik: ‘Zo, afgevinkt!’ En Nina beaamde dat haar leven nu weer een beetje completer was. Het was voor Nina de eerste keer dat ze de Earring zag; vorige week bleek het voor ons allebei ook de laatste keer te zijn geweest. Waarmee maar weer bewezen is dat je nooit een kans voorbij moet laten gaan om een band te zien spelen.
 
Twee jaar later werden we gevraagd voor een festival aan de andere kant van het land. We hadden er nog nooit van gehoord, maar een festival is feest, dus we hadden er zin in. Het was een regenachtige dag en na uren rijden kwamen we aan bij een zompig festivalterrein. Het meisje van de productie dat ons ontving, had geen eetbonnen, maar in onze kleedkamer lag vast wel wat lekkers, verzekerde ze ons. De kleedkamer was een piepkleine bouwkeet die we volgens het bordje op de deur bleken te delen met rapper Sjors. Op een minuscuul tafeltje lagen drie handdoeken en een beurs banaantje. Rapper Sjors was in geen velden of wegen te bekennen.
 
We werden opgehaald en naar een tent aan de rand van het terrein gebracht. Twee uur lang draaiden we plaatjes voor een handjevol mensen die eigenlijk alleen maar bleven hangen om te schuilen voor de regen.

Daarna liepen we terug naar de bouwkeet. Die konden we bijna niet meer vinden, omdat er ineens een enorme touringcar voor was geparkeerd. De bus van de Golden Earring. Een man van een jaar of vijftig stond in de deuropening van de bus tegen het meisje van de productie te praten. Er was iets niet geregeld dat wel was afgesproken en in plat Haags maakte de man duidelijk dat dat er eerst moest komen, anders kwam er helemaal geen optreden. Wij dachten aan het beurse banaantje in onze kleedkamer en besloten dat wij ook een tourmanager moesten.

Het ging nog harder regenen en we sjokten terug naar de auto. Rotterdam was nog ver weg en wat moesten we verder nog op een festival zonder artiestencatering? De Golden Earring kijken? Die hadden we allebei gelukkig al eens gezien.

En sinds vorige week ben ik daar extra blij om.

Minke Weeda

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s