Cromwell – The Thirty-Seven Degrees EP

Dat we in een vreselijke periode verkeren behoeft nauwelijks uitleg. Toch is er niet per se een reden om bij de pakken neer te zitten. Het merendeel van het woord onmogelijk bestaat nog altijd uit mogelijk. En dus togen drie bevlogen muzikanten die elkaar nog niet eerder hebben ontmoet, maar die elkaars werk bewonderen, aan de slag. Ze namen het afgelopen najaar, vanuit hun eigen studio’s, een zestal nummers op dat het Engelse label Jezus Factory Records niet ontging. Het resultaat ziet het levenslicht onder de titel The Thirty-Seven Degrees Ep.  

Laat 37°C nu net de menselijke lichaamstemperatuur zijn. Het zal dus niet verbazen dat de zes nummers op deze EP aanvoelen als een warm bad. Tijdens het beluisteren van de opener, de single My Darkest Hour, is meteen duidelijk dat we te maken hebben met muzikanten die het klappen van de zweep kennen en zich niet laten haasten. Het is een uitgebalanceerd popnummer, dat zorgvuldig wordt opgebouwd. Hoewel het enigszins donker begint, wordt het geluid steeds lichter, niet in de laatste plaats door het enigszins hypnotiserende gitaarrifje. Tijdens Call The Carpenter worden we vakkundig opgewarmd voor Dalai Lady, dat direct uptempo van kiet gaat: een vrolijke floorfiller met veel (indie-)hitpotentie en een aangename early-90’s vibe. The Sycamore Trees heeft net als My Darkest Hour wat meer 80’s invloeden, en is wederom uiterst dansbaar. Hoewel ook op Salt In My Eyes synthesizer de hoofdmoot lijkt te vormen, doet daar gitaar weer zijn intrede. Het nummer kan worden gezien als de onvermijdelijke ballad, die op de een of andere manier op de meeste popplaten niet mag ontbreken. Het zorgt voor een rustpuntje, maar men hoeft niet te vrezen dat Cromwells 37° als een nachtkaars uitdooft. Sterker nog, nachtvlinders kunnen hun lol op tijdens het vrolijke, springerige en Soulwax-achtige Love Sponge waarmee de EP – althans voor mijn gevoel dan toch – te vroeg wordt afgesloten.  

Cromwell levert met 37° een welkome bijdrage aan een frisse start van 2021. De nummers zijn aanstekelijk en de EP is met smaak geproduceerd. Het is eigentijds, maar met een duidelijke knipoog naar een wat mij betreft muzikaal onderschat decennium en bevat sfeervolle composities. Kortom het is moeilijk voor te stellen dat muzikant-producer Simon Kappers (Phil Jacks), bassist Emilie Blom (The Scene, Mimile) en multi-instrumentalist Klaus Wagner (pseudoniem van een Belpop legende die vooralsnog onbekend wil blijven) dit afzonderlijk van elkaar hebben ingespeeld. Het doet er in elk geval hevig naar verlangen het Vlaams-Nederlandse powertrio ooit live op een podium te aanschouwen.  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s