Dale Crover – Rat-A-Tat-Tat

Op het eerste gezicht is Rat-A-Tat-Tat van Dale Crover een vreemd hybride. Daarmee volgt het hetzelfde recept dat Crover (multi-instrumentalist maar vooral drummer bij Melvins, Red Kross, Altamont en – ooit – Nirvana) inzette op zijn vorige album, The Fickle Finger Of Fate.

Door: Paul Henning

Met een uitgesproken 90-er jaren vibe komen er achtereenvolgens psychedelica (Tougher), softe indie (I’ll Never Say) met lekker fluitend Farfisa orgeltje en een poppy crossover deuntje voorbij. Leuke, vriendelijke grunge-liedjes, die allemaal weer worden afgewisseld door wat sommigen behoorlijk ‘experimentele’ mini-uitstapjes zouden noemen. Die uitstapjes cirkelen zonder uitzondering om Crovers primaire instrument: de drums. Waarbij de vervormingen niet worden geschuwd.

Dan weer wordt de drumfabriek integraal door de reverse gehaald (Moclips), dan weer op de achtergrond met een rivier vol zang vermengd, begeleid door een Parkinson-gitaartje (New Pharaoh). En hoewel de oorsprong ervan even humoristisch als origineel is – Crover werd door zijn vrienden bij Joyful Noise gevraagd om een bijdrage te leveren aan hun verzameling Skins, een ingenieuze en – f** le mot – experimentele LP met 6 gaten erin, die je dus op zes verschillende manieren op je draaitafel kan leggen – het besluit van Dale om ze ook op zijn solo-album te gebruiken trekt de hele plaat aan gruzelementen.

Vooral omdat het niet veel meer dan aanzetjes zijn, jams, geluidscollages en improvisaties die niet zozeer een staalkaart als wel een ratjetoe van verschillende uitprobeersels worden, entr’actes die hier en daar het niveau van een slaapverwekkende drumsolo niet halen. Zodat een plaat die toch al lijdt aan een ondefinieerbare sleperigheid (Untrue Crime) nog verder uit zijn ritme raakt, tot hij op zijn kont blijft zitten en niet meer beweegt. Wat voor een drummer geen aanbeveling kan zijn.

Doodzonde dat Crover het niet heeft aangedurfd zijn hele album vol te zetten met de experimentele, losse, doorgejamde verzinsels. Maar misschien is de liedjescultuur van de grunge te sterk. Of wilde hij teveel richtingen pleasen. Had hij dan desnoods maar – de commerciële hersenhelft aan het woord – de losse invalletjes weggegooid, volgens het Chinese principe: het individu opofferen voor het collectief. Het zou in beide gevallen het album ten goede zijn gekomen.

Helaas geen sterren dus voor dit album: de niet-sterren doen de sterren teniet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s