Roald van Oosten maakt soloalbum die zijn naam verdient

„Na het spelen in Caesar, zo’n hechte vriendenclub, is het heel moeilijk om je eigen solopad te vinden. Dat geldt denk ik voor heel veel muzikanten. Want je wilt niet hetzelfde doen, maar dan een beetje minder. Je moet jezelf toch opnieuw uitvinden.”

Roald van Oosten, voormalig zanger-gitarist van Caesar, schrijft weer liedjes. Begin maart verschijnt Oh Dark Hundred, zijn eerste soloplaat die hij onder zijn eigen naam uitbrengt. Een magnifieke plaat met een mengeling van herkenningspunten aan het verleden en weerspiegelingen van Van Oostens muzikale ervaring na het stoppen van Caesar. Sinds die band is hij zich gaan toeleggen op het maken van muziek voor theater en film. Het schrijven in opdracht van muziek voor de Engelse toneelschrijver Martin Crimp wakkerde de honger aan weer liedjes te schrijven, geschikt om te spelen met een bandje. Vijf jaar geleden deed hij al eens een poging om weer een band om zich heen te verzamelen, maar dat mislukte omdat hij er niet uitkwam wat het precies moest worden. Het had gewoon nog meer tijd nodig om afstand te nemen van het verleden en zijn eigen pad te ontdekken, legt Van Oosten uit. Maar nu, precies twintig jaar na het verschijnen van de eerste plaat van Caesar, vallen de puzzelstukjes plots op zijn plaats.

„Het is best een beetje een gok. Ik ben mijn eigen muzikale weg aan het onderzoeken en nieuwe dingen aan het uitproberen. En het is daarbij zeer de vraag of dat iets oplevert waar mensen op zitten te wachten. Het is zeker niet zo dat ik vooraf weet dat mensen dit zullen oppikken. Het is ook niet op een bepaald publiek geschreven.”

Mik je niet op oud-Caesarfans? In de promotie voor de plaat wordt nadrukkelijk wel een relatie gelegd met je werk bij Caesar.

„Ja, touche. Dat heb ik zeker in mijn achterhoofd gehouden. Ik zou het heel leuk vinden om dat gevoel van een bandje weer te hebben. Om goede songs voor het podium te schrijven met wat energie. Mijn vorige plaat met Ghosttrucker was behoorlijk verstild en erg moeilijk te vertalen naar een liveshow. Nu wilde ik weer iets dat best lekker speelbaar mag zijn. Daar zijn de liedjes op de plaat op uitgezocht.”

„De afgelopen jaren heb ik film- en theatermuziek gemaakt. Een inspirerende wereld waarin er veel vrijheid is om alle kanten op te experimenteren. In die periode heb ik veel dingen verzameld; heel divers materiaal, vaak ruwe ideeën. Bijvoorbeeld een drumpartij of een refrein waarvan ik het idee had dat het leuk zou zijn die nog eens verder uit te werken. Om daaruit een plaat te maken moet je keuzes maken en jezelf beperken. Wat nu op de plaat bijeen is gebracht, is best een beetje bijeen geveegd. Het begon allemaal met een ontmoeting met de bassist Frank van Roessel, die in Hit Me TV heeft gespeeld. We hadden het er over dat het jammer was dat we niet meer in een band speelden en zijn aan de slag gegaan. Maar het duurt best lang voor je een set bij elkaar hebt en dus ben ik gaan kijken wat ik nog had liggen. Dat was meer dan ik had gedacht. Uit zo’n 25 nummers hebben we een basis gekozen van liedjes die we konden gaan spelen, er nog wat nummers bij geschreven en arrangementen gemaakt. En toen hadden we dit wat op de plaat staat.”

De leden van de band hebben dus meegeschreven aan het materiaal?

„Liedjes schrijven doe ik meestal zelf. Maar in de oefenruimte kom je dan met je idee en geef je het toch een beetje uit handen. Dan kunnen er twee dingen gebeuren: of het komt niet tot leven en het crasht, of het stijgt op en blijft een tof nummer. Pilots Of Luna (de eerste single, red.) ging pas echt werken toen we het met drummer Dave Menkehorst speelden. Het kreeg ineens zo’n dynamiek dat ik dacht, deze werkt dus gewoon. Zo heeft het schrijven van een liedje veel fasen die allemaal belangrijk zijn.”

„Ik heb altijd zo gewerkt. Ik ben niet anders gewend dan ideeën in te brengen, met mensen te pingpongen en te zien wat anderen er mee doen. Maar tegelijkertijd moet ik het wel dicht bij mijzelf houden omdat je naar mijn overtuiging persoonlijkheid in je muziek moet laten zien. Ik denk dat dat de enige manier is om nu nog een beetje op te vallen. Het moet een duidelijk te herkennen eigen signatuur hebben.”

„Na het schrijven van de nummers was het vooral de vraag hoe we het als een geheel zouden kunnen laten klinken ondanks de verschillende aanpak die er achter ligt. Als je bijvoorbeeld naar de credits kijkt, zul je zien dat er vier drummers aan hebben meegewerkt. Dat is best extreem. Dat is opgelost door het goed en snel door één persoon te laten mixen. Dat heeft drummer Dave Menkehorst gedaan. Dat was een grappige meevaller dat hij daar een goed oor voor heeft. Volgens mij is het goed gelukt om het als een band te laten klinken.”

En toch doet het ook aan jouw periode bij Caesar denken. Door de aard van de songs maar ook bijvoorbeeld door jouw herkenbare gitaargeluid.

„Ja, precies. Ik vond het super belangrijk dat gitaargeluid weer een plek te geven. Ook live speel ik weer meer gitaar. We spelen live trouwens ook liedjes van Caesar. Aan de andere kant is het vooral geen nostalgische trip. Ik vind het belangrijk dat je jezelf blijft vernieuwen. Het is niet verkeerd om voort te zetten waar je goed in bent. Maar ik heb in de tussentijd ook veel nieuwe dingen bedacht die terug te horen zijn op de plaat.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Dat zit ‘m vooral in de sfeer. Ik ben geïntrigeerd geraakt door sferen waarin je verbeelding wordt gestimuleerd; zowel in tekst als in geluid. Ik heb veel geleerd van mijn werk in film en theater. Ik heb mij daarbij verdiept in de werking van geluid. Het is tof dat je simpel dingen kunt versterken door er een bepaalde klank of klankkleur onder te zetten. Qua klank heeft deze plaat ook een hoop te bieden denk ik.”

Je hebt een breed instrumentarium gebruikt. Hoor ik zelfs een theremin?

„Die theremin is in werkelijkheid een Korg MS20. Een waanzinnig apparaat waar je de gekste geluiden uit kunt halen. Verder staat er van alles op qua keyboards. Ik heb een zwak voor gare oude keyboardjes; van Casiotjes tot die MS20. Maar dat is wel de mooiste en belangrijk voor het bandgeluid. Die gaat ook mee als we optreden. Een andere favoriet is een pianet van Hohner die in een gitaarkoffer is verwerkt. Een briljante uitvinding. Die klinkt als een Rhodes of een Wurlitzer, maar minder chic. Het heeft alleen geen pedaal en dat maakt het voor een pianist wel een uitdaging om er op te spelen. Maar hij klinkt zo mooi. Je hoort ‘m ook op Moon safari van Air.”

Wat betreft de teksten lopen de thema’s nogal uiteen. Van sciencefictionromantiek tot en met realistische teksten over politiek.

„De thematiek draait om een term die de marine gebruikt voor middernacht: in de titel van de plaat vertaald naar Oh Dark Hundred. Dat is zeg maar walkie talkie-taal voor het tijdstip 00:00:00. Middernacht is de tijd voor feesten maar ook duistere zaken. Dat kom je allemaal op deze plaat tegen. Twee teksten zijn geschreven door toneelschrijver Martin Crimp. Harde realistische teksten waar je mooie muziek op kunt maken. Die vallen wat buiten de boot en passen ook niet in het nachtthema. Maar ik wilde ze er toch op hebben want ik vind dat contrast wel spannend. Bovendien gaat een van die teksten van Martin Crimp over ruimtevaart en katten. Dat zijn thema’s die bij mij ook steeds terugkeren. Dat zijn mijn stokpaardjes en horen bij mijn eigen handtekening. Ik behoor tot de helft van de mensheid die is geobsedeerd door katten. Ach, misschien is het eens tijd om op te groeien. Maar mij bevalt het goed. Het valt mij makkelijker een liefdesliedje voor een kat te schrijven dan voor een echte liefde. Misschien is het wel vluchtgedrag. Een manier om iets te kunnen zeggen dat te moeilijk is om in het echt te kunnen zeggen. Ik hou bovendien niet van wat expliciet is. Ik verdoezel het liever. Die twee liedjes met die realistische harde teksten van Martin Crimp staan misschien ook op te plaat als een streven dat ik dat op een dag ook durf te doen. Maar nu verberg ik me nog maar even achter ruimteschepen en katten.”

Wat zijn de plannen na deze plaat?

„In april doen we een tourtje. Rond Kerstmis hoop ik iets te kunnen uitbrengen als resultaat van een ander project. En begin volgend jaar zou ik weer een soloplaat willen uitbrengen. Ik wil een beetje inhalen wat de laatste jaren is blijven liggen: veel muziek naar buiten brengen en ik hoop weer veel op het podium te staan. Daarnaast is het twintig jaar geleden dat de eerste plaat van Caesar werd uitgebracht. We zijn nu bezig om de basis te leggen voor een documentaire over de Caesarjaren. Als het meezit kan die nog op de valreep door het einde van dit jaar worden afgerond.”

Lees de recensie over Oh Dark Hundred

Een gedachte over “Roald van Oosten maakt soloalbum die zijn naam verdient

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s