Matt Flegel, Viet Cong: ‘Als ik in een Rotterdamse band speelde, zou ik in het Nederlands willen zingen’

Rendez-vous met Viet Cong. Het Canadese viertal heeft net een verpletterend optreden gegeven in het Rotterdamse Rotown. De band is dolblij dat het hotel om de hoek is en ze niet weer de bus in hoeven. Dat voelt bevrijdend aan en dus rennen ze rond met biertjes in de hand op zoek naar ongein. Muzine-fotograaf Dimitri Hakke maakt jacht op ze maar krijgt ze alleen met grote moeite en veel geduld bij elkaar. Frontman Matt Flegel tref ik op straat aan. Onze afspraak voor het optreden ging niet door omdat de band erg laat arriveerde. Dat halen we nu dan maar in. Een verslag van een voortdurend prettig gestoord gesprek.

„Zijn er veel bands in Rotterdam? En zingen die dan in het Engels?” Matt Flegel wil vooral zelf veel vragen, kort na het optreden in Rotown. Hij lijkt weer energie gevonden te hebben, drinkt een biertje en is praatgraag. Op het podium oogde hij bij vlagen moe. Viet Cong kwam veel te laat aan in Rotterdam, de band moest het met een korte line-check doen en had nauwelijks tijd iets te eten. Ondanks de weinig ideale omstandigheden zette de band toch een indrukwekkende show neer.

„Als ik in een Rotterdamse band speelde, zou ik in het Nederlands willen zingen. Dat is mijn mening maar hoor, en ik behoor daarmee vast tot een heel klein percentage van de bevolking. Ik hou van buitenlandse muziek omdat de muzikant mij dan iets moet overbrengen zonder dat ik de woorden begrijp. Mooi is het als je dan toch kunt voelen wat ze bedoelen. Zoals luisteren naar Edith Piaf. Want mijn Frans is niet erg goed. ik kom uit het westen van Canada, niet uit het tweetalige deel. Maar ik vind dat mooi om naar te luisteren, zoals ze beelden schildert met geluiden… daar hou ik van. Kom, we gaan naar boven naar de kleedkamer. Daar is het rustiger.”

Wim: Waar luister jij op het ogenblik naar?

Flegel: „Ik ben blij als ik even niets hoef te horen. Of in elk geval niet iets dat aandacht vraagt. We zitten in een busje en onze oren krijgen er elke avond van langs. Dus we prefereren stilte, of hoogstens wat ambient. Als we er zin in hebben draaien we uitgaven van het label Sublime frequencies. Zij graven obscure muziek uit alle windstreken op en geven dat uit op vinyl. Radio Palestine is er een van, rare funkrock uit de jaren zestig uit het Midden-Oosten. Langs die weg heb ik weer veel nieuwe bands leren kennen die ik heel goed vind. En toen we een paar dagen geleden in Berlijn waren draaide er een dj King Gizzard & The Lizard Wizard, een bizarre naam voor een band. Ze komen uit Australië en het is echt gestoorde muziek: het klinkt Duits, krautrockachtig met veel herhalingen. Die term ‘kraut’ wel een beetje fout, wist je dat? Tijdens de oorlog noemden Engelsen de Duitsers beledigend Krauts. Maar jaren later leenden alle Engelse bands ideeën van de Duitse scene, die ze krautrock noemden.”

Wim: Jullie ook…

Flegel: „Ja, dat is zo. We luisteren veel naar Duitse muziek uit de jaren zeventig en tachtig. En heftiger werk als van Einstürzende Neubauten en zo. Geen muziek om op te zetten als je je ontbijt aan het maken bent”, grinnikt Flegel. „Maar als je 12 uur in een busje zit, is het soms wel lekker om er iets stevigs tussendoor te gooien. Om dan tot je eigen verrassing vast te stellen dat je oren het nog doen en dat je nog leeft.” ik hou van repetitie in de muziek. Ik vind het heerlijk om er in op te gaan en te vergeten waar ik ben. Herhalingen zijn belangrijk om in zo’n gehypnotiseerde staat te kunnen komen.”

Wim: Dat deden jullie vanavond ook; tot twee keer toe heel lang een thema herhalen, en dat keihard. Ben je niet bang dat je daar zalen mee leeg speelt? Het is veeleisend voor je publiek, zuigt de energie uit je lijf.

Flegel: „En het zuigt alle energie uit de band. Ach, ik weet het niet. Wij vinden het heerlijk muziek te maken. We spelen deze set nu al een paar weken. Nog een paar dagen voor de boeg en dan hebben we even een beetje vrije tijd. Daar kijk ik wel naar uit. Ik verlang naar mijn eigen bed, mijn eigen omgeving en mijn kat. Ik ben net verhuisd van Calgary naar Vancouver Island. Het is daar heerlijk rustig.”

Wim: Je stem kan ook wel een pauze gebruiken.

Flegel: „Dat valt mee hoor. Ik ben nu wel schor maar als ik maar een dag heb om te herstellen is het weer in orde. En normaal gesproken hebben we tijdens een tour elke week minstens een dag rust. Dan kunnen we een beetje recupereren, nu eens even niet binge-drinken en niet de hele dag in de bus zitten. Ik wil niet klagen hoor. Het touren vind ik heerlijk en ik geniet van wat we allemaal meemaken. Maar af een toe een dag rust heb je echt wel nodig.”

Wim: Je zag er bij vlagen moe uit op het podium.

Flegel: „Ik had voor we opgingen een enorme hamburger gegeten. Dat is dom en normaal doe ik dat ook nooit. Het fijne van in een band spelen is dat als er één niet alle energie heeft, anderen dat weer kunnen compenseren. En zo krijgen we allemaal wel een keer een beurt tijdens een tour. Maar ik ga er elke keer vol voor en speel zo goed als het kan. Zeker in het tweede deel van de set moet het op volle kracht. Als we dat ook niet echt hard spelen, komt het niet goed over.”

Wim: Ik ben benieuwd naar hoe jij aankijkt tegen de ontwikkeling van jullie band. Als je de ep Cassette vergelijkt met de debuutplaat, is er een wereld van verschil.

Flegel: „Het was nooit de bedoeling dat zo veel mensen Cassette zouden horen. Dat is ook geen product van de band, maar je hoort Monty en ik die op een sporenrecorder wat zitten te kloten. Er bestond toen nog helemaal geen band. We hebben het later wel uitgegeven als een tour-dingetje maar is veel meer verspreid geraakt dan de bedoeling was. Op de debuutplaat spelen wij vieren met elkaar en voeden ons met elkaars inbreng. Met het album hebben we onze eigen stem gevonden. Dit zijn we, wij vieren. Dit is onze band….. Hey Moshee, wat zoek je…”

Moshee: „Hallo, ik geloof niet dat wij elkaar al hebben ontmoet. Hoe heet jij?”

Wim: Hoi, ik ben Wim.

Moshee: „Win?”

Flegel: „Nee joh, Wim! Het is Tim en je spreekt het ook uit als Tim maar dan met een w er voor.”

Moshee: „Ohh, Wim! Dat is een makkelijke naam. Ik heet Moshee, van de support act van vanavond; Absolutely Free. Mijn naam is veel moeilijker uit te spreken. Met een ‘sj’ en een lange ‘ee’ die je aan het eind toch afbijt. Kijk, mijn naam biedt onze fans pas een echte uitdaging. Zoals het voor ons ook een uitdaging is om met al die verschillende talen om te gaan hier. Geef mij eens wat te drinken Matt. Wij gaan nu naar het hotel. Zien we je hier morgenochtend om een uur of elf?”

Flegel: „Is goed. Dan gaan we op weg maar stoppen even een uurtje in Gent. Daar gaat een vriendin van mij koffie en taart voor ons maken. Dat wordt geweldig! En kost maar een uurtje hoor.”

Moshee: „Mag Wim ook komen? Nou, ik zie je morgen. Proost! Op nieuwe vrienden en nieuwe uitdagingen!”

Flegel: „Sorry, ik dacht dat we hier rustig konden praten. Het zijn geweldige gasten. Het is fijn als je op tour bent met een band waarmee je het goed kunt vinden. En hun muziek vind ik na het al tig keer te hebben gehoord ook nog steeds leuk. Het is wel muziek die is afgeleid van allerlei voorbeelden. Maar voor welke muziek geldt dat niet? Het zijn hele goede muzikanten. Dat zie je als ze bezig zijn. Indrukwekkend hoe ze meerdere instrumenten tegelijk bespelen. Waar hadden wij het ook al weer over?”

Wim: Je was aan het vertellen over het verschil tussen Casse…

Flegel: „Ja, ik had nooit verwacht dat Cassette zo verspreid zou worden….. weet je….”

Wim: Maar gezien het grote verschil tussen Cassette en de plaat, waar gaat het met jullie ontwikkeling heen? Als je jullie songs in een tijdlijn zet, welke progressie zie je dan?

Flegel: „March of Progress was een van de eerste songs die we met elkaar maakten. Daarna Newspaper Spins, Death, Bunker Buster en dan Continental Shelf, Silhouettes en Pointless Experience… Wat kom jij nu weer doen Danny?

Danny: „Hier, heb jij een banaan. Geef mij eens een biertje uit de ijskast.”

Flegel: „Ga weg, ik hoef geen banaan. Ik zit hier over mezelf te praten, ja…! Volgens mij schuiven we langzaam op naar meer dancy dingen. Gewoon vierkwartsmaten waarop de gemiddelde luisteraar met zijn hoofd kan meeknikken. Ik luister naar veel Engelse sythpop uit de jaren tachtig; OMD en New Order en zo. Nu wordt onze volgende ook weer geen dansplaat hoor. We hebben al een aardige stapel nieuwe nummers liggen. Er zat veel tijd tussen het opnemen van de plaat, al weer 14 maanden geleden, en het verschijnen er van. De tussenliggende tijd hebben we benut om zo veel als mogelijk nieuwe dingen te schrijven. We wisten dat we het nog erg druk gingen krijgen met touren. En tijdens dat touren is het lastig tijd te vinden om nieuw materiaal te schrijven.”

Wim: Voor het verschijnen van de plaat was er al een soort van buzz… Kwestie van goede marketing?

Flegel: „Niet van ons uit. Dat is ook niet iets waar ik me voor zou inzetten. Maar onze platenmaatschappij ondersteunt ons goed. Anders was er vast niemand die met ons wilde praten. En wij ontdekten pas deze tour dat er iets aan de hand was. Ineens stonden we voor volle zalen.”

Wim: Dat kwam als een verrassing voor jullie?

Flegel: „Ja, totaal. En we nemen het niet voor vanzelfsprekend aan. We doen elke show ons stinkende best. We hebben allemaal in bandjes gespeeld sinds onze tienerjaren. En in die tijd het ik zo vaak voor lege zaaltjes gestaan. En dit is……. nou, in elk geval beter dan dat. Wat sta jij nu weer te zoeken Monty…. Sorry Wim, ik dacht dat het hier rustig was.”

Wim: Maakt niet uit. Ik ga gewoon alles letterlijk opschrijven wat er gebeurt.

Flegel: „Dat ze hier allemaal bier komen zoeken. Hier Monty, jij ook een biertje Wim? Ik neem er zelf ook nog maar een.”

Wim: Klinkt goed die twaalfsnarige gitaar Monty. Wel hard werken zeker?

Monty: Ach, ik dacht, het klinkt twee keer beter dan een gewone gitaar……”

Flegel: „Het zijn een stel punks die te veel drinken. En die 12 snaren. Ik sta er nog steeds van te kijken dat hij die partijen daarop kan spelen. Hij speelde eerst bas in een vorige band en heeft die bas geruild voor deze gitaar. Nou, nog eentje for the road dan maar.”

Wim: Jullie speelden in een Black Sabbath-coverband. Ik had nog wel een nummertje verwacht.

Flegel: „Ja, dat willen we ook nog wel gaan doen. We moeten er nog een keer een instuderen. In die band speelde in alleen gitaar en Ozzy’s stem is moeilijk te imiteren. Dus dat vraagt om een andere oplossing. Misschien moet Monty dan maar bassen en dan kan ik alleen zingen.”

Wim: In de maatstaven voor alternatieve indie boeken jullie nu al zoveel succes als maar kan.

Flegel: „We gaan toch echt geen radio ready plaat maken. Daar doen we het niet voor. Leuk dat er mensen in Rotown zijn om ons te zien maar ik ga echt niet anders schrijven om mensen te plezieren.”

Wim: Jij schrijft?

Flegel: „Ik ben zeg maar de gids en schrijf de teksten. Ik heb ideeën en Monty helpt ze in elkaar te zetten. Maar het wordt de laatste maanden steeds meer collectief. Iedereen draagt nu ideeën aan. En het is een mooi team. Nu is Danny er bij en die heeft nog nooit getourd in Europa. Dus die is vreselijk enthousiast en wil alles zien. Dat werkt aanstekelijk.”

Wim: Hebben jullie nog een baan hiernaast?

Flegel: „Niet meer.”

Wim: Kun je er van leven?

Flegel: „Ahhh, we kunnen er van leven op de armoedegrens. We kunnen eten en hebben benzine. En dat is oké. Maar we hebben ook rekeningen thuis die moeten worden betaald. Monty en ik hebben een huis. De andere twee zijn officieel dakloos. Dus we leven een beetje als daklozen die ondertussen wel de wereld rond reizen en van alles zien en veel mensen ontmoeten. het is weird..”

Wim: Hou je wat over van zo’n tour?

Flegel: „Dat is moeilijk in Europa omdat de vlucht hierheen al zo veel kost. En dan de huur van de bus en de apparatuur, benzine en ons eten. Als je dat optelt spelen we net quitte. Met merchandising verdienen we dan nog net wat. Maar dat is prima zo. De eindafrekening maken we trouwens pas op als we thuis zijn. Ik niet, want ik ben daar hopeloos in. Het is weer hopen dat we net genoeg overhouden om de rekeningen thuis te kunnen betalen. We hebben net een bus gekocht in Canada waar ik enthousiast over ben. De busjes hier zijn vreselijk. Je hebt geen enkele beenruimte. We slapen elke nacht in een lekker bed maar toch ben ik stijf en bont en blauw. Onze nieuwe bus thuis heeft een bed en een tv. Voor al het rijden dat we moeten doen is het belangrijk dat je een beetje comfort hebt.”

Wim: Je legt daar grote afstanden af.

Flegel: „Ja, enorm. Twee tot drie keer zo ver als hier. Raar dat mensen hier daar zo moeilijk over doen. In Londen vroegen ze ons verbaasd ‘ga je morgen naar Schotland rijden?’ Ja joh, dat is maar zes uur. Tussen mijn oude huis in Calgary en mijn nieuwe op Vancouver Island is het 14 uur! Maar niet vanavond. Kom, we gaan naar beneden en drinken nog een biertje.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s