Metz goes pop! Dat is een aardig bondige samenvatting voor de ontwikkeling die we zien van de Canadezen op hun nieuwe maar werkelijk sublieme album Up On Gravity Hill.
Die ontwikkeling naar een meer melodie en popinvloeden was al te bespeuren bij voorganger Atlas Vending uit 2020. We spraken er destijds drummer Hayden Menzies over en die legde uit dat er meer nuance kroop in het sloop- en breekwerk waar de band toch vooral befaamd om is. Die lijn wordt nu met verve doorgetrokken. Dat merk je direct als je de acht tracks tellende plaat opzet: No Reservation/Love Comes Crashing heeft een pakkend refrein waar de melodieuze kenmerken worden verstevigd door een tweede stem. Metz toont in dit nummer direct aan dat het boven de nog altijd intense noise een dikke laag van melodie kan zetten, en af en toe ook eens iets in te houden. De track heeft nota bene een strijkarrangement, verzorgd door Owen Pallet. Op hun nieuwe album gaat die hang naar melodie en meer herkenbare songstructuren allerminst ten koste van de heftigheid. Sterker nog, door nu en dan die muur van geluid even af te breken, worden die noisy momenten ogenschijnlijk nog heftiger.
In Glas Eye demonstreert zanger-gitarist Alex Edkins dat hij meer geluiden kan halen uit zijn gitaar dan enkel schrapende noise. Juist de briljant klinkende gitaarlagen die je door vrijwel alle nummers hoort, geeft de sound van Metz meer melodie en meer diepte. Entwined (Street Light Buzz) begint explosief maar krijgt een brug waarin de band lang gas terugneemt en Edkins op zijn gitaarsnaren tokkelt, een rustpunt zoals ons niet eerder is gegund in het stormachtig werk van Metz. Even maar, want de track eindigt net zo staccato en heftig als die begint.
Maar wat het meest opvalt zijn de refreinen en de vaak gedubbelde zang, met een tweede stem. Dat maakt veel nummers geschikt om enthousiast mee te brullen. Entwined (Street Light Buzz) bijvoorbeeld, waar enkel het woord ‘Entwined‘ in het refrein wordt uitgeroepen. Het meest extreem is het nummer 99. Ook daarin wordt in de refreinen enkel de titel gescandeerd, op een melodie geschikt voor een kinderliedje. En als de band dit nummer dan ook nog eindigt met het a capella zingen van het refrein, wordt het bijna te veel van het goede.
Liefhebbers van het eerste uur die vielen voor de ongenadige trommelvliesvijandige muur van geluid van bassist Chris Slorach, Alex Edkin en Hayden Menzies, zullen misschien afhaken bij de popinvloeden die in het werk van het Canadese trio sluipen. De band verklaart het zelf als een ‘uitvloeisel van het ouder/volwassenworden’, maar ook dat een nieuw tijdgewricht vraagt om muziek die minder confronterend is maar juist nuances zoekt en compassie toont.
Wound Tight klinkt als vanouds furieus, maar heeft toch ook meer klankkleuren in het sublieme gitaarwerk en er is meer ruimte voor de zangmelodie. Toch is het een stormachtig nummer dat leidt tot de conclusie dat Metz op Up On Gravity Hill een absoluut hoogtepunt in hun repertoire bereikt waarin hun genadeloze noise prachtig samensmelt met pop-songstructuren en melodie. Ook Never Still Again is een mooi voorbeeld van het punt waar toegankelijkheid en ongenaakbaarheid samenkomen.
Ronduit romantisch is de afsluiting van het album. Light Our Way Home is een ware noise-ballade, op slepend ritme, met veel ‘lucht’ in de productie. Het gevoel je lief te missen wordt bijna tastbaar. Alex Edkin vertelt in een uitleg bij het album dat ze een nummer nog nooit zo ‘groots’ hebben weten te laten klinken – een ‘slapback’ op de snare is hier het geheim – en dat hij trots is op het resultaat. Hij schreef het nummer in de donkere Canadese winter, terwijl hij naar Jesu en Low luisterde. Stemmige inspiratiebronnen die uitmonden is misschien wel het meest stemmige nummer dat Metz ons tot nu toe voorschotelde. Het prachtige liedje krijgt extra cachet met de zang van Amber Webber (Black Mountain). Haar zang voert het nummer naar ‘een andere stratosfeer’, vindt Edkins. Daar zegt hij niks vreemds mee, en past goed bij het buitenaards goede album van Metz.