…If I die, I die

In mijn wonderjaren maakte ik eerst een transitie door van Abba naar hardrock. Mijn muzikale oerknal werd gevormd door het legendarische optreden van Iggy Pop bij Avro’s TopPop. Daarna duurde het nog een paar jaar voordat ik lid werd van de new wave-kerk. Als achttienjarige, ietwat getroebleerde ziel, die in deeltijd nog wat ‘weltschmerz‘ met zich mee torste, kwam de new wave als geroepen. De jaren ’80 waren donker. Massawerkloosheid, de angst voor De Bom, plus nog wat andere ongemakken, maakten van new wave een ideale soundtrack voor doemdenkers altegader, waarbij de vraag ‘zwart of Nutroma?’ een retorische was.

Afgelopen week werd ik even 40 jaar terug gekatapulteerd in de tijd, bij beluistering van een re-issue van ‘…If I die, I die’ van Virgin Prunes. Mijn originele exemplaar was aan slijtage onderhevig. Voorbeeldige heruitgave, zonder al te veel toeters en bellen, overbodige demo’s of live-opnames. Alleen keurig opgepoetst, wat extra foto’s erbij en van tekst en uitleg voorzien. 

Het verhaal mag bij ingewijden bekend zijn. Eind jaren ’70 creëert een vriendengroep in Dublin een fantasiewereld met een eigen taaltje: Lypton Village. Uit die vriendengroep zouden twee bands voortkomen: het wereldberoemde amusementsorkest U2 en het in de schaduw opererende Virgin Prunes. Begin jaren ’80 zag ik Virgin Prunes live in het Belgische Luik. Als ik het me goed herinner werd de band getrakteerd op spuug vanuit het publiek. Een overblijfsel uit de punk, waarmee je juist je appreciatie voor het gebodene ten uitdrukking brengt. Ik heb het laatst nog eens uitgetest bij De Toppers, maar dit aloude gebruik viel daar niet in goede aarde. Op het podium in Luik een bont gezelschap, aangevoerd door de in een jurk gehulde zanger Gavin Friday, die de spuugdouche gelaten over zich heen liet komen, een hand onder zijn jurk richting schaamstreek liet zakken, om daarna ostentatief aan zijn vingers te ruiken. Het optreden was een soort ‘vaudeville from hell‘, dat niet had misstaan in het decadente Berlijn van de jaren ’20 van de vorige eeuw. O tempora, o mores!

Wat me zo aantrok in ‘…If I die, I die’ (een Ierse variant op ‘ik doe wat ik doe en verder kan iedereen de rambam krijgen’)? Het is geen wonder van muzikaal vernuft of instrumentbeheersing, dit door Wire’s Colin Newman geproduceerde album. Ik viel vooral voor de perfecte symbiose tussen vorm en inhoud. De (onscherpe) hoesfoto’s tonen de bandleden deels als mannequins met een serieuze hoek af, deels als nieuwe wilden, slechts gehuld in lendendoeken, waarbij de elementen water, vuur, aarde en lucht een belangrijke rol spelen. De muziek is even primitief, rudimentair, tribaal, experimenteel. Het ene moment macaber, het andere moment speels, bij vlagen punky of afgetopt met wat lijkt op het gelal van zeemanslieden met een kwade dronk. En daar bovenop de snerende stem van Gavin Friday. Het mystieke en het wereldse komen samen in de muziek van Virgin Prunes. Oscar Wilde en het boek/de film ‘The Lord of ther Flies’ zijn inspiratiebronnen, terwijl het album tevens een sneer uitdeelt naar ‘reguliere’ rockmuziek. Missie geslaagd, want ‘…If I die, I die’ staat ook na veertig jaar nog fier overeind.

Gavin Friday en U2’s Bono zijn tot op de dag van vandaag boezemvrienden, waarbij de eerste de laatste al jaren van goede raad en artistiek advies dient. Veel geholpen heeft het niet.

DJ 45Frank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s