Crate diggin’

I love the smell of vinyl in the morning!’ Een verbastering van deze beroemde quote uit Apocalypse now welde afgelopen zondag in me op. Als één helft van DJ-duo The Vinyl Twins mocht ik de soundtrack verzorgen bij een platenbeurs. Vanaf het podium en tijdens een paar snelle rondgangen langs de tafels met handelswaar, kreeg ik zicht op muziekliefhebbers die met een broek vol goesting op zoek waren naar aanvullingen op hun muziekcollectie. Het merendeel uiteraard van mannelijke kunne, hetgeen een bezoekster deed verzuchten dat ze het testosteron zowat kon ruiken.

Geheel tegen mijn natuur als vinyljunkie in bleef er niks aan mijn vingers plakken tijdens deze platenbeurs. Wat wél beklijfde waren specimen van de menselijke soort die we ‘crate diggers’ noemen. De handelaren die nog vóór de beurs open gaat voor publiek, onderling hun slag proberen te slaan. De routineuze digger, die een snelle scan maakt van het gebodene en binnen een paar seconden weet of hij kans maakt om op een goudader te stoten. De mierenneuker die meticuleus elk plaatje onderzoekt op krasjes en andere onvolkomenheden. De jonge gozer die kennelijk een Delorean DMC-12 in de garage heeft staan en daarmee vanuit pakweg 1975 naar de beurs is geflitst. Spijkerjasje met daarop hardrock-patches? Check. Een haardos die sinds vijf decennia niet meer is waargenomen en die nog het meest lijkt op die van Ria uit ‘Draadstaal’? Check. Mooie paradijsvogel. 

Het meisje met hoofddoek en hoofdtelefoon dat statig langs de stands schrijdt, waarbij je je afvraagt wat haar muzikale voorkeur is. De handelaren die tegen elkaar opbieden over de vondsten die ze al hebben gedaan en collecties die voor een prikkie op de kop zijn getikt, inclusief collectors items. De ‘vrije jongens’ op zoek naar buitenkansjes: plaatjes die voor een appel en een ei worden gekocht, om die dezelfde dag tegen een veelvoud van de aanschafprijs op Discogs te zwieren. Het jonge stelletje met een smalle beurs dat het vanwege de soms absurde prijzen voor vinyl dan maar bij de cd’s zoekt. De beginnende verzamelaar die nog geen klassiekers van het kaliber Eagles of Fleetwood Mac in huis heeft. De wat blasé geraakte kenner die hoofdschuddend een nogal pittig geprijsd, beduimeld exemplaar van Meat Loaf’s Bat out of hell uit een bak plukt en zich hardop afvraagt wanneer aan de vinylwaanzin een eind komt. De sjacheraar die nog vóór hij een kijkje heeft genomen tussen het aanbod, vraagt of er korting wordt gegeven. De besluiteloze liefhebber die drie of vier keer terug komt naar een stand, telkens dezelfde plaat pakt, wikt en weegt en deze toch weer terug stopt, om hetzelfde ritueel later nóg een keer te herhalen. De ‘amigo da musica‘ die zich had voorgenomen een maand lang geen platen te kopen, maar ja…

Een anekdote. Bij een eerdere platenbeurs was er een ouder echtpaar dat na lang zoeken een single van één hele euro uit een bak had gevist, deze uiterst nauwkeurig inspecteerde en aan de verkoper liet zien, met de opmerking dat er een krasje op de plaat zat. De verkoper nam de single aan, keek er even naar, erkende het euvel, brak vervolgens de single in tweeën en voegde het verbouwereerde echtpaar toe: ‘Ik ga jullie geen rommel verkopen, he’. Onbetaalbaar.

Na een dagje plaatjes draaien volgens het principe ‘kris-kras door de platenkast’, ontwaakte de filosoof in mijn DJ-buddy Michel. ‘Dat je niks mee kunt nemen is nog tot daar aan toe, maar het ergste aan dood zijn lijkt me dat je geen muziek meer kunt luisteren’. Met die wijsheid in het achterhoofd, reed ik de volgende dag naar mijn platenboer.

DJ 45Frank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s