I can(‘t) live without my radio

Ik zou het op deze plek kunnen (moeten?) hebben over Hugo de Jonge en diens vriendelijke verzoek aan Mojo om geen dance-events te organiseren. Over de 75%-bezettingregel. Over de coronapas. Maar ik heb er de kracht niet meer voor. Ik ben Hugo-moe. Liever ontvlucht ik dit klerelandje komend weekend voor een festival in Leffinge, aan de Belgische kust. Zal deugd doen.

In plaats daarvan maar eens uit de biechtstoel klappen: ik luister geen radio. Dat mag vreemd klinken uit de mond van iemand die muziek ademt, eet en drinkt. Ik heb er weinig plausibele verklaringen voor, tenzij dat er altijd wel een stapel vinyl of cd’s op een luisterbeurt ligt te wachten, het leven te  kort is en bijgevolg altijd later dan je denkt. Voor actieve herinneringen aan gekluisterd aan de radio zitten, moet grootvader al terug naar de jaren ’70 en ’80. Alfred Lagardes ‘Betonuur (‘Wat eet je vanavond? Bloemkool? Met een sausje?’), Hanneke Kappen’s ‘Stampei’ en vooral de VPRO-woensdagen met DJ’s die me in het pre-internettijdperk op het spoor van nieuwe muziek zetten. Ik noem een Fons Dellen, Ignit van Kasteren (‘Spleen’), Gerard J. Walhof en de onvolprezen Luc Janssen (‘Krapuul de Lux’). DJ’s met een persoonlijkheid, zonder dat ze er een personality show van maakten of een godvergeten format hanteerden, zij het het format van goede muziek. Radio die schuurde, experimenteerde en zich weinig gelegen liet liggen aan marktaandeel.

Op woensdagavond – wanneer zoonlief het huis verliet voor wilde avonturen in de sex, drugs en rock & roll, om zo voor galg en rad op te groeien – kreeg ik mijn vader zo gek om de VPRO-radioshows voor me te tapen. Na een instructie over hoe het cassettedeck werkte, moest pa viermaal, om de drie kwartier, de wenteltrap naar mijn jongenskamer beklimmen om de cassettebandjes om te draaien en te wisselen. Bandjes die ik bij terugkeer in de ouderlijke woning beluisterde, meestal onder het genot van wat uitheemse tuinkruiden, waarna ik de beste uitgezonden tracks (bidden dat er niet door een intro heen werd geluld…) weer naar een ander cassettebandje kopieerde, daarbij driftig aantekeningen makend voor een verlanglijstje, waarmee ik dan weer naar de platenboer trok. Het is daar dat mijn exquise, succulente, verfijnde en boven alle twijfel verheven verdomd goede muzieksmaak is ontstaan. Ja, er mag gelachen worden.

Maar ook de VPRO en andere vrije radiojongens en -meisjes ontkwamen niet aan een als vooruitgang gepresenteerde achteruitgang, waardoor ik als radioluisteraar afhaakte. Muziekbladen en een 30 jaar volgehouden wekelijks bezoek aan mijn muziekgoeroe T. fungeerden daarna als gids. Op de plekken waar ik werkzaam was, stond de radio immers vastgelijmd op 3FM, bij de gratie Gods een enkele keer op Radio 2. Met als gevolg een aurale marteling vergelijkbaar met de gevangenen in Guantanamo Bay die naar verluidt 24 uur per dag snoeihard Metallica om de oren kregen om hen zo te breken. Uiteindelijk kreeg ik op mijn laatste werkplek zelfs de oekaze om mijn transistorradio het zwijgen op te leggen, omdat dat de concentratie van de overige werknemers nadelig beïnvloedde. Het is niet de hoofdreden dat ik enige tijd geleden een goedbetaalde baan vaarwel heb gezegd, maar het kan tellen. Als mea culpa, mea maxima culpa dan maar een fikse lijst radioliedjes, voor alle oprechte radiomakers die ik schromelijk tekort doe door mijn (niet)luistergedrag.

DJ 45Frank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s