Sophia Kennedy – Monsters

Monsters, het nieuwe album van Sophia Kennedy, goh waar moet men beginnen bij een recensie daarover? Een ding is zeker, het is een album vol plot twists. Stel je een wereld voor waarin crooner melodieën, clubby synths, poppy hooks, psychedelische hiphop beats, krautrock grooves, sinistere sferen en zo’n beetje alles daar tussenin, hand in hand gaan alsof dat altijd al hoorde te kunnen. Zo’n wereld weten te creëren is al een prestatie op zich. Maar wat daarbij komt is de songwriting van Kennedy net zo te gek en divers is en dat zij er bovendien in slaagt het album, ondanks de wonderlijke combinaties, heel toegankelijk en coherent te houden. Liefhebbers van de liedjes van Aldous Harding, de grooves van Yves Tumor, de gelaagde producties van Baths en de eigenaardige sferen van Xiu Xiu, zullen hun hart kunnen ophalen aan dit album.

In 2017 bracht Kennedy haar naar zichzelf genoemde debuut uit op Pampa, het label van de Duitse producer DJ Koze. Dat album mocht al rekenen op lovende recensies. Bij Monsters, dat op City Slang verschijnt, zal dat ongetwijfeld niet anders zijn. Het album borduurt voort op de sound waarmee Kennedy debuteerde, maar er is ook een duidelijke ontwikkeling te horen. Het lijkt alsof de muziek op deze opvolger zowel toegankelijker als eigenaardiger is geworden; een combinatie die – net als de vele genrecombinaties op het album – niet lijkt te kunnen, maar die zij toch echt waarmaakt. Kennedy heeft een achtergrond in film en dat hoor je terug op Monsters. Het album laat zich beluisteren als een curieuze en fantasierijke speelfilm.

Eigenlijk is heel Monsters één groot hoogtepunt, maar een uitschieter is bijvoorbeeld Single Cat On My Tongue, die klinkt als een liefdesbaby tussen Tame Impala en Yves Tumor. Looped combineert een breekbaar pianoloopje met refreinen met knallende drums waar je direct wakker door wordt geschud. Ook single Orange Tic Tac is weer zo’n hoogtepunt. Op dit nummer lijkt Kennedy haast een gespleten persoonlijkheid te hebben; ze switcht in dit nummer tussen duistere haast rapachtige zang en een warme open crooner stem. De simpele maar te gekke clip bij het nummer illustreert die twee verschillen ook perfect. Dromerige melodieën, noise gitaren, beukende beats en zachte blazers en vormen samen de geweldige albumafsluiter Dragged Myself Into The Sun. Een nummer dat nog maar eens illustreert dat schijnbaar onmogelijke combinaties juist perfect kunnen werken.

Op Monsters spelen wonderlijke samensmeltingen een hoofdrol, maar toch boet Kennedy niet in wat betreft toegankelijkheid en blijft het catchy. Een extreem eigenzinnig album dat het verdient hoog in de jaarlijstjes van de liefhebber te eindigen, bij mij is dat in ieder geval alvast gelukt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s