Bob Mould band

10 november 2014, Tolhuistuin, Amsterdam

Bob Mould rent op een drafje het podium op, en kijkt strak voor zich uit. Het gezicht staat op gespannen; zien we hier een zenuwachtige artiest? Een roadie rijkt zijn gitaar aan met de band omhoog. Mould steekt zijn hoofd en arm er door alsof hij in een regenjas wordt geholpen. Kort checkt hij of de pedalen het doen, kijkt naar zijn maatjes James Narducy en Jon Wurster, en los gaat het.

Met een Ramones-achtige een-twee-drie-vier-gaan-instelling jast Bob Moud met zijn kornuiten er een enorme serie liedjes van rond de twee tot hooguit drie minuten uit. Hard en snel; de die-hard fans worden vanavond op hun wenken bediend.

Legende Bob Mould (Hüsker Dü, Sugar) verbleef afgelopen weekeinde in zijn geliefd Amsterdam en sloot de korte pauze in de Europese toer af met een concert in Paradiso-dependance Tolhuistuin. De zaal is mager gevuld met voornamelijk mannen van een post-kalende leeftijd. Een enkeling die nog een haardos heeft, verraadt een punkverleden. Zij komen voor de nostalgie: toen Mould de wereld toonde dat er ook een echt gemeende fuck-the-system-punkmentaliteit bestond, buiten de door snobistische modekoningen bedachte representanten. Zij komen voor hard en snel, misschien met de droom nog een stukje te pogoën voor het podium, als de broze botten het toelaten. Of zij weten dat Mould onlangs zijn twee beste platen ooit heeft gemaakt, is de vraag.

De oververtegenwoordigde ouderen krijgen in Tolhuistuin waar ze voor zijn gekomen. Mould en zijn band speelde een set met het accent op de snelle nummers en veel werk van Hüsker Dü. Dat is weer mogelijk nu Mould, wat ouder en wijzer, zich heeft verzoend met dat verleden. Dat stokoude werk (zoals Makes No Sense At All en toegift Chartered Trips) vermengt de band met snelle stampers uit de Sugar-catalogus (Helpless) en een enkel nummer van zijn laatste plaat Blood And Ruïn als Mister Grey en The War.

Niet alleen voor het podium wordt genoten, op het podium straalt de band veel plezier uit. Geholpen, zo lijkt het even, door een ondeugende Bob Mould die ook eens spontaan iets anders inzet dan de setlijst op de vloer dicteert. Als hij Hüsker Dü-kraker Something I Learned Today inzet, lacht Mould breeduit en zoekt rondlopend oogcontact met zijn maatjes. Zelfs bij bassist Narducy, die het hele concert geconcentreerd strak voor zich uitkijkt, breekt dan even een brede grijns door. Die gekke Bob…

Bob Mould Band is een geöliede machine die zijn weerga nauwelijks kent. De drie zijn ongelofelijk goed op elkaar ingespeeld – allemaal opgegroeid met en tot in hun vezels doortrokken van de punkrock – en vormen een hechte en onnoemelijk strakke eenheid.

Jon Wurster – die eigenlijk als hoofdbezigheid drumt bij Superchunk – ramt alles keivol maar legt toch elk accent met grote precisie. Er is geen speld te krijgen tussen de drums en het basspel van Narducy. En Mould smeert alles dicht met zijn stuiterende simpele gitaarakkoorden en snerpende zang. Een uit beton gehouwen concept waarin wonderlijk genoeg liedjes prachtig tot hun recht komen.

Wat betreft inzet en energie doet de band niet onder voor een stel jonge honden. Mould staat een groot deel van het concert met volkomen beslagen brillenglazen te spelen terwijl het zweet van het gezicht en lijf druipt. Om van Wurster maar te zwijgen, die naar alle waarschijnlijkheid irrigatie nodig heeft onder zijn drumstel.

En dan is daar ineens de rust. Neemt het drietal heel even gas terug om Hardly Getting Over It, met een tekst die door merg en been gaat, zijn vernietigende werk in de zaal te laten doen. Ogen dicht, genieten, het hoogtepunt van de avond is hier.

Bob Mould is in Amsterdam goed bij stem en elke uithaal produceert ook daadwerkelijk geluid. Kort voor het optreden vertelt hij dat hij, ook al is de Europese toer amper gestart, al problemen ondervond met zijn stem. De leeftijd en de zelf toegebrachte overbelasting van zijn stembanden eisen steeds meer hun tol. Een dagje vrij in Amsterdam had hem goed gedaan, zodat in Tolhuistuin alles naar behoren functioneert.

Als de haren op je arm lijken te bewegen op de luchtdruk van de gitaarversterker, weet je dat het kneiter hard is. Voor het podium is de geluidsdruk bijna ondragelijk maar de oudere jongeren van weleer genieten juist daar volop van. Want ook in die zin doet dit fijn aan vroeger denken. Toch is het volume het enige minpuntje op deze indrukwekkende avond. Moulds zang verzuipt ook op de plaat in de noise, maar is deze avond misschien nog net iets meer dan normaal kind van de rekening. Na afloop voelt het concert daarom als een Thais soepje dat zo pittig is, dat je al die heerlijke ingrediënten nauwelijks meer proeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s