Dan Snaith (Caribou): ’Mijn eigen muziek moet passen in de tijd waarin ik leef’

Elke dag daalt Dan Snaith af in de kelder onder zijn huis in een rustieke Londense buitenwijk. Daar sluit hij zich af voor de wereld en schaaft aan zijn elektronische composities. Helemaal in zijn eentje. Met als voornaamste toetssteen zijn vrouw. „Die hoort de muziek onvermijdelijk door de vloer van ons huis heen.”

Achter de naam Caribou gaat Dan Snaith schuil. Intellectueel brilletje, onopvallende kleding, geen alcohol maar wel gezond eten, een rustige sympathieke uitstraling. Snaith is wiskundige die er naast zijn wetenschap ook nog een gezin met driejarige dochter, een dj-carrière én een kelder met eigen geluidsstudio op nahoudt. In het najaar van 2014 presenteert hij zijn nieuwe plaat Our Love, de opvolger voor het succesvolle Swim. Our Love brengt hij uit onder het pseudoniem Caribou. Snaith is ook actief onder de namen Manitoba en Daphni. Om het nog gekker te maken laat hij zijn ene alter ego ook wel eens een remix van de ander maken. Een schizofreen is nooit……

Hoe is het om alleen te werken?
„Vroeger verdween ik hele dagen in die kelder. In de studio onder ons huis bracht ik dan wel 12 uur per dag door en ik kwam er hoogstens even uit om iets te eten. Nu is het ritme enorm veranderd omdat ik een paar uur per dag voor mijn dochter zorg. Zodoende is het maken van muziek veel meer geïntegreerd in de rest van mijn leven. Het niet minder productief maar voor mijn gevoel wel veel gezonder geworden. Ik ben meer sociaal en meer in contact met anderen. Zodoende is het geen eenzame bezigheid meer.”

„Ik vind het leuk om samen te werken met anderen, maar ik kan me moeilijk voorstellen hoe het is om een heel album met een band te maken. Want ik doe er erg lang over en heb tijd nodig om in mijn hoofd uit te vinden waar ik eigenlijk mee bezig ben. Dat gaat niet werken met een hele groep mensen om mij heen in een oefenruimte. Maar zo af en toe heb ik toch de thrill om spontaan met anderen muziek te maken. Want als we live spelen zijn we met zijn vieren; altijd met dezelfde groep en we spelen het op een heel andere manier dan hoe het op de plaat klinkt.”

„In de kelder werk ik in mijn eentje aan nieuwe ideeën, maar ook dat doe ik niet in een volledig isolement. Er zijn anderen die mij feedback geven. Allereerst mijn vrouw die mijn muziek onvermijdelijk door de vloer van ons huis hoort. Wat ik belangrijk vind, is dat zij geen muzikant is. Zij kijkt dus vanuit het perspectief van een luisteraar naar mijn muziek. Én ze is heel eerlijk en heeft een goede muzieksmaak.”

„Daarnaast adviseert Kieran Hebden van Four Tet mij over alle stappen in het proces: van idee en arrangement tot mix of mastering. Hij is een van mijn beste vrienden en wij zijn het echt altijd eens over nieuwe muziek en wat ons daarin enthousiast maakt. Hij is letterlijk een goed tweede paar oren die mij helpt als ik het zicht kwijt ben op waar ik heen wil of wat goed of slecht is aan wat ik doe. Die rol vervul ik ook voor hem.”

„Het verschil tussen mij en Kieran Hebden is dat hij meer gefocust is. Hij is een muzikant die elf ideeën heeft en er daarvan tien selecteert om een plaat mee te maken. Ik heb echt bergen ideeën nodig en maak er elke dag wel een stuk of drie. Voor deze plaat had ik er zo’n 900 van pakweg 30 seconden. Die komen niet allemaal en ook niet allemaal letterlijk op de plaat terecht. Soms gebruik ik alleen een sound, een beat of melodie. Sommige dingen moeten echt de vuilnisbak in”, lacht Snaith. „Het zijn allemaal tussenstappen in het proces op weg naar waar ik heen wil.”

Wat moet een idee hebben om er mee verder te gaan?
„Dat ik er een emotionele reactie bij heb. Dat merk je vaak al als je het maakt; geeft het een impuls, een gevoel van opwinding? Er gaan ook dagen voorbij dat niets werkt. En misschien ken je als muzikant de ervaring dat je aan iets werkt waar je op dat moment enthousiast over bent, maar dat gevoel helemaal weg is als je het de volgende dag terugluistert. Dat je je dan afvraagt wat je er in hemelsnaam in hebt gezien. Ideeën die me later nog een kick geven, daar kom ik op terug en werk ze verder uit.”

Dan Snaith woont in Londen maar is in Canada opgegroeid. Als tiener kwam hij vooral in aanraking met de rock uit de jaren zeventig: „Yes, Pink Floyd.” Tot een vriend van vakantie uit Engeland thuiskwam met een stapel danceplaten van onder andere Aphex Twin. Dat zette de wereld van Snaith op zijn kop. Hij pikte een oude sampler die in een kast stond te verstoffen op zijn high school, kocht een synthesizer en koppelde die apparaten aan een Mac Classic die als sequencer dienst deed. Zo nam hij zijn eerste muziek op.

Heb je die sampler nog?
Snaith grinnikt. „Nee. Je kon er vier samples van een seconde of één sample van vier seconden mee opnemen. Zelfs toen was dat ding al achterhaald. Daarom werd ‘ie ook niet meer gebruikt op school denk ik. Enorm beperkt in mogelijkheden, helemaal als je dat vergelijkt met wat er nu allemaal binnen handbereik is voor iedereen met een laptop. Maar, op die manier heb ik wel de basics geleerd van wat ik nu nog doe.”

Wat is nu je favoriete tool?
„Ik heb bij het maken van deze plaat veel gebruik gemaakt van een modulaire synthesizer. Die is gemaakt van onderdelen die je er fysiek in- en uit kunt pluggen, bijvoorbeeld een oscillator of filter. Je doet als het ware de interne bedrading aan de buitenkant. Heel flexibel, je kunt echt elk geluid maken dat je wilt.”

”Maar echt mijn lievelingsinstrument is nu een Juno 106. Jessy Lanza (electro-R&B-zangeres, red.) die één van de nummers op Our Love heeft meegeschreven, bleef een keer logeren op een moment dat ik desperaat op zoek naar een nieuw geluid. Zij had een Juno 106 bij zich. Ik had er nog nooit op gespeeld, mocht ‘m uitproberen en ben er direct voor gevallen. Het apparaat is zo makkelijk te programmeren. Dat is een van de kenmerken waarom die Juno zo fantastisch is. Er zijn een beperkt aantal controls, maar die geven je wel een brede range aan sounds. Niet voor niets een klassieker. Tot mijn verrassing vertelde Jessy dat zij er nog twee thuis had staan en dat ik er een mocht overnemen. Dat is de katalysator geweest voor veel dingen op het album, zoals het oehzy orgeltje aan het begin van Our Love. En op de laatste track van het album heb ik het echt overal gebruikt. ”

Critici schrijven dat je klassieke rock en dance combineert in je muziek. Moet je me toch eens uitleggen waar ik iets van Yes hoor in Our Love.
„Dat is nu inderdaad minder goed te horen. Swim was mijn eerste plaat met veel dance-invloeden. Het album daarvoor klonk bijvoorbeeld meer als een psychedelische rockplaat uit de jaren zestig. Toen ik Swim ging maken had ik bedacht dat geen van de rockplaten die ik in mijn jeugd zo had geïdealiseerd, waren gemaakt om iets uit het verleden te recreëren. Al die rockbands maakten muziek die paste in die tijd en maakten gebruik van de mogelijkheden van dat moment. Dus waarom maak ik dan van die platen die terugkijken? Als ik mijn eigen muziek wil maken moet die ook passen in de tijd waarin ik leef. Dat idee was een grote omslag voor mij. Maar als ik er nu zo op terugkijk, pasten die platen waarin ik de sound van oude platen probeerde na te maken ook niet echt in dat genre. Ik maakte die ook al op de computer, gebaseerd op loops. En nu ik meer dance-georiënteerde muziek maak, pas ik ook niet echt in dat hokje. Dat komt bijvoorbeeld weer door mijn achtergrond als songschrijver en dat ik klassieke songstructuren gebruik. Al die muziek uit mijn jeugd, die is er nog steeds en zit verweven in wat ik doe. Om een voorbeeld te noemen: de keyboards in Second Chance laat ik vervormen; ze ‘buigen’. En dat doet mij denken aan My Bloody Valentine; als een gitaar met een whammy bar.”

Swim was ’more madness than method’ heb je eens gezegd. Is Our Love weer meer method dan madness?
„Ja, dat is wel zo. De reacties op Swim verrasten mij. Ik dacht dat het een idiosyncratische excentrische plaat was waarvan ik niet had kunnen bedenken dat het zo’n succes zou hebben. Dat zette mij deze keer aan het denken hoe mijn muziek op anderen overkomt. Ik wilde deze plaat graag voor die mensen maken. Eerder had ik dat niet. Dan dacht ik alleen aan mijzelf. De deur van de studio ging dicht en dan interesseerden andere mensen mij helemaal niet meer.

Je had een publiek in gedachten voor deze plaat
„Ja, maar niet dat het populistisch moest zijn of in een genre moest passen. Ik wilde de afstand tussen mij en de mensen die er naar zouden gaan luisteren, zo klein mogelijk maken. Dus daarom ben ik meer economisch omgegaan met de geluiden en onderdelen in de muziek. In Swim stopte ik alles vol en maakte er een rommeltje van. Messy; de losse einden liet ik er bij wijze van spreken uithangen. Daar hou ik wel van als ik het terughoor. Maar deze keer wilde ik iets maken dat meer focus heeft. Dus alles heeft nu meer zijn eigen plaats in de mix en het arrangement. Ik heb daarvan geleerd dat er door zo te werken meer ruimte overblijft voor de versiering en details. Ik kon nu heel minutieus een stukje viool opgenomen door Owen Pallet een eigen plaats geven. Of heel precies plannen waar ik de hele mix door een faser wilde halen. Door preciezer te werken ontstond de ruimte om dat soort details echt effectief te laten zijn en tot hun recht te laten komen.”

Lees ook de recensie van Caribou’s nieuwe plaat Our Love

2 gedachtes over “Dan Snaith (Caribou): ’Mijn eigen muziek moet passen in de tijd waarin ik leef’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s