Fanrecensie: Deftones – Ohms

Na een paar jaar begint het weer te kriebelen. De kinderen zijn naar school en iedereen is vergeten waar die ruzies ook al weer over gingen. Zo af en toe maakt een band een mooie comeback en start onder fans onmiddellijk het debat: kunnen ze het nog? MuziScene vraagt Deftones-fan-van-weleer Dinant Dorsthorst zijn licht te laten schijnen over hun onlangs verschenen comeback-plaat Ohms, en stelt hem de vraag: Hee Dinant, kunnen ze het nog?

Door: Dinant Dorsthorst

1995, dat was het jaar waarin de Deftones hun debuutalbum Adrenaline uitbrachten. Op het label Maverick van Madonna nota bene. Het album liftte mee op de hype die nu-metal heette en Korn was de band die deze muziekstijl op de metalkaart zette. Deftones was het kleine broertje. Ze waren melodieuzer en wat droeviger. Beter eigenlijk (mijn persoonlijke mening). Dat trok de band door op de vervolgplaat Around The Fur. Maar het monument van de Deftones is toch wel het album White Pony. Een bijna geile plaat, vol prachtige nummers die zowel hard als zacht zijn.

En waar Korn een beetje een poppenkastact werd, bleef Deftones meer puur en dichter bij zichzelf. Zanger Chino Moreno won wat kilo’s, raakte ze even kwijt en won ze weer. Maar zijn zang bleef onmiskenbaar. Gillen als een speenvarken, fluisteren, hijgen, croonen, hij deed en doet het allemaal.

Na White Pony was het echter wel een beetje gedaan met de vernieuwing. Deftones bleef doorgaan met waar ze goed in zijn: metal maken met een zacht randje melancholie. De The Cure van de metalscene. Enkele albums volgden nog, maar ik verloor ze uit het oog. Live zag ik ze nog wel een paar keer. Goede concerten. Maar als je een medley nodig hebt van enkele grote hits om iedereen tevreden te stellen, dan ben je toch een beetje van mijn pad af.

En nu komen de Deftones dan met Ohms, hun negende album. Met een producer met wie ze ook in het begin samenwerkten, Terry Date. En ook hier gaan ze lekker door met wat ze al jaren doen. Dat begint al meteen op openingstrack Genesis. Slepende gitaren en speenvarken Chino schreeuwt en zingt op zijn bekende kreunende manier (lekker veel echo op de zang). Het bezorgt me heel even een kippenvelmomentje. Ik heb ze misschien toch te lang niet gehoord. Maar is het echt een bijzonder nummer….? Nee dat niet.

En zo gaat het eigenlijk het hele album door. Wat me opvalt is dat ik met elk nummer lekker meeswing en mijn hoofd meegaat op het ritme. Maar hoor ik de nummers ook echt? Zo zit in Ceremony enige elektronica valt me op. Urantia begint met zo’n vette metal riff, dat ik even moet checken of ik nog wel naar de Deftones luister. Maar na een paar seconden weet ik het al: de lijzige zang van Chino is weer hoorbaar boven een zweverige metal gitaar (dat vette metal riffje staat ook aardig op repeat). I like! Het nummer Error rockt ook lekker weg en even denk ik een briljant refrein te horen…. maar dat stokt… helaas. Met The Spell Of Mathematics raken ze mij even kwijt. Zeker als tegen het einde een nietszeggend stuk voorbij komt waar eigenlijk vrij weinig meer gebeurt dan het volspelen van de tijd. Pompeji volgt en ook daar een beetje hetzelfde effect. Ik luister, maar hoor ze niet echt meer. Radiant City brengt me wel weer een beetje bij de les. Een spannend nummer, gevolgd door Headless. Dit nummer is ook helemaal volgens Deftones-recept bereid. Alles zit erin wat de Deftones tot Deftones maakt. Met een heel kleine Tool-groove. Titelnummer Ohms sluit de plaat af. Die groovet en heeft een lekkere zang. Een goede afsluiter van een plaat die vooral heel heel heel heel (had ik al ‘heel’ gezegd?) erg Deftones is.

Kortom: De Deftones-fan kan zich dus heel veel aantrekken van deze recensie en Ohms blindelings kopen. Alles wat Deftones kenmerkt, zit er weer in. Het is een goede cd, maar ik zal hem niet grijs draaien. Wel ben ik gewoon weer van de partij zodra ze weer eens live te aanschouwen zijn (ga eens weg corona!). En wellicht ontdek ik dan nog een pareltje dat me is ontgaan nadat ik een beetje afhaakte na White Pony. En bijt ik me wel door die medley heen (dan ga ik de biertjes wel halen).

Ik zet Ohms weer even op en wacht op de volgende productieklus van weer een nu-metal producer: het nieuwe album van Touche Amore, geproduceerd door Ross Robinson!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s