Grooven & Stoeven op Zwarte Cross

Het is weer kermis in de Achterhoek. Onder het motto van Grooven & Stoeven, gaat Zwarte Cross weer vier dagen los. Terwijl de ritmes grooven, stoeven de motoren. Maar stoeven heeft ook een andere betekenis. Je schrijft het dan ook wel met een f, stoefen, en dan betekent het pronken. Goed gevonden dus, want met meer dan dertig podia, zo’n 150 bands en 1000 theatermensen, mag je trots zijn als een pauw.  

Tekst en foto’s: Theo Stepper

En dan hebben we het nog niet gehad over cross zelf. Dat is dus het grootste motorcrossevenement ter wereld met bizarre klassen waarin amateurs in zelfgebouwde voertuigen de baan over schieten afgewisseld met serieuze motorsport door echte wereldkampioenen. Deelnemers in de ‘humorklasses’ werken vaak een jaar lang aan de raarste voertuigen, ze bouwen brandweerwagens, shovels, rollators of wegmotoren om tot woeste machines of hijsen zich in absurde outfits. Het moge duidelijk zijn, in deze klassen gaat het niet om het winnen, maar om het vermaak. En op dat vermaak, of het nu muziek, theater, literatuur, bmx, motorcross, gezelligheid of bier is, daar komen dan weer zo’n 277.000 daggasten, waaronder zo’n 20.000 festivalkampeerders op af. De cijfers spreken voor zich, er mag gesnoefd worden. 

Donderdag 
Voorafgaand aan de zesentwintigste editie is er een boel gedoe geweest. Artiesten zegden af en ruim 50 gaten in de line-up moesten worden gevuld. Slechts anderhalve week van tevoren maakte Zwarte Cross de laatste namen bekend van de omvangrijke festivalbezetting. Gelukkig zijn er nog voldoende bands te vinden, die liever óp de bühne dan vóór de bühne een statement maken. En dat podium biedt Zwarte Cross dan ook volop.  

Typhoon

Donderdagavond protesteert Typhoon samen met Amnesty Nederland op het hoofdpodium om aandacht te vragen voor de situatie in Gaza. Dat doen ze tijdens de levendenherdenking, een plechtigheid bedoeld voor iedereen die leeft. Om 20.00 uur is het gedurende 50 seconden stil op Zwarte Cross. Stil op elk podium, stil backstage: 70.000 mensen stil. Da’s stil hoor.  Om twee voor acht kondigt Typhoon het vredesmoment aan. Hij vraagt aandacht voor het uitrollen van een rode loper voor de Vrijheid die haaks op het podium wordt uitgerold. Het publiek maakt letterlijk ruimte voor de vrijheid en de vrede. Vervolgens doet Typhoon een beroep op vrede, een speech uit het hart, waarbij hij oproept dat het genoeg is: ‘We trekken een rode lijn omdat onze regering het niet doet!’ En het publiek scandeert: Vrede, vrede, vrede!’ Dan klinkt een knal van het confettikanon en duizende rode snippers dwarrelen door de lucht, terwijl iedereen zich juichend en brullend laat horen. Waarom? Omdat wij leven, omdat we in vrijheid mogen leven en kunnen genieten van een festival. 

Overigens weet de rapper uit ‘t Harde goed om te gaan met de pauze in zijn set, die naast nummers van zijn succesvolle album Lobi da Basi, dat hij wat mij betreft altijd en overal integraal mag spelen, ook nummers bevat van debuutalbum Tussen Licht en Lucht en Lichthuis. Samen met broer O-Dog, die zijn rol als MC met verve vervult, zet hij zowel voor als na de break een wervelende show neer. Tijdens Bumaye bijvoorbeeld, blijkt hoe goed de broers op elkaar zijn ingespeeld. Ze trekken elkaar aan, stoten elkaar af, dansen als derwisjes om elkaar heen, terwijl ze passen maken die de volgende avond bij Madness niet zouden misstaan. Tijdens Alles Is Gezegend (voor de pauze) breekt de zon door, alsof Hij/Zij wil zeggen dat Typhoon gelijk heeft en dat is natuurlijk ook zo. Slotnummmers zijn o.a. Hemel Valt en Zandloper.  Mijn avond kan niet meer stuk maar hoe kan dat dan ook, na een dagje zon en vrijheid met fijne muzikale omlijsting.  

Maar laat ik bij het begin beginnen. Het duurt even om binnen te komen, maar dat is nu eenmaal inherent aan een festival van dit formaat. Tijdens het wachten voor de entree vraag ik me af, of het vroeger niet allemaal beter was. Wat is er mis met festivals waar bands vanaf de platte kar spelen? Festivals met twee podia, waar je zonder fomo kunt genieten van een band, in de wetenschap dat zodra de laatste klanken wegsterven op het ene podium, een nieuwe band begint op het andere? En hoe dat zich herhaalt, totdat de line-up is op- of afgerold. Overigens is het saluut van de Koninklijke Luchtmacht met drie F-35’s om 15.00 uur, als de poorten naar het vierdaagse walhalla opengaan, natuurlijk wel grandioos.  

Høken met de Heinoos

Op het hoofdpodium opent De Heinoos, die vaak worden geafficheerd als Høken met de Heinoos. Dit jaar is de band verantwoordelijk voor het Zwarte Cross lied, dat heel toepasselijk Grooven & Stoeven heet. Natuurlijk opent de band hiermee.  Het is net als veel andere nummers van het viertal uit Gramsbergen schatplichtig aan Normaal. Sterker nog, het is met goedkeuring van de componist en pater familias van de boerenrock Bennie Jolink gebaseerd op de melodie van Normaals Hummelo. Het viertal zet er overigens vlot de vaart in en zo komt Zwarte Cross fluks op gang. 

Omdat ik De Heinoos met Hemelvaartsdag nog heb gezien op het 50-jarige verjaardagsfeest van Normaal, bol ik halverwege het optreden op de klanken van Lieve Lieveling af richting Harder Café, waar Eyesores, een piepjong punkrockbandje uit Harderwijk aantreedt. Onlangs stonden ze met hun jongste single Digital Prison nog in onze playlist.

Zoals verwacht voelt de band zich in het donker van dit aan het Stadsplein van Zwarte Cross gelegen cafeetje als een vis in het water. Eyesores gaan los alsof het de laatste show van de tour is, in plaats van dat ze een van de openers van het festival zijn. Geregeld vragen zij om een mosh pit, en terecht, want hun testosteron-punkrock met een neiging naar hardcore is daarvoor uitermate geschikt. Nu nog moshers vinden die op de been kunnen blijven, want het is gooien en smijten in de pit, waardoor er wel lekker veel ruimte ontstaat om los te gaan. Als dan vervolgens een aantal meer ervaren pogoërs verschijnt is het hek van de dam. Op eerdergenoemde single ontstaat zelfs een circle pit. Dat vervolgens het voor Eyesores betrekkelijk rustige Visitor wordt gespeeld is geen overbodige luxe. Laat deze jongens maar schuiven, ze spelen een heerlijke set en ze kennen hun klassiekers, zo blijkt aan het eind als zij het nummer Fuck the USA van betonpunkers Exploited onberispelijk, dus lekker vuig en gruizig ten gehore brengen. Voor wie vroeg aanwezig is en bij het juiste podium is gaan staan, gaat het Amerikaanse gezegde early bird catches the worm helemaal op. Proost jongens, up yours! 

Door naar de Nederpop All Stars, die mij is aangeraden door co-pilot. Dat dit AI-mirakel hiermee kwam was verrassend, omdat ik vroeg om gitaarrock en indie uit Nederland, maar zeg vervolgens maar eens nee tegen een band die grootheden uit de Nederpop als o.a. Erik Mesie, Nol Havens en Henk Westbroek begeleidt. Laten die boys nou ook nog eens op Zwarte Cross opdraven en je begrijpt, de potpourri van Nederpop voelt als de soundtrack van mijn jeugd. Henk Westbroek doet een aantal nummers van Het Goede Doel, zoals Nooduitgang, Vriendschap en België. Dat is natuurlijk kaasje voor gitarist Sander van Herk, die immers ooit met hem in Het Goede Doel zat. Maar ook voor een Doe Maarcover draait hij duidelijk zijn hand niet om en dat geldt evengoed voor bassist Robert Kramers (Alderliefste), die zo mogelijk even soepel als wijlen Hennie Vrienten klinkt.

Daarna is het de beurt aan Nol Havens, die aftrapt met Als ze lacht (dan lacht ze echt), dat hij samen schreef met Ferdi Lancee, die het in 1982 uitbracht. Vervolgens is het natuurlijk tijd voor nummers van VOF De Kunst. Eerst Oude Liefde Roest Niet en ook Eén Kopje Koffie en Suzanne ontbreken uiteraard niet. Dankzij The Sceneklassieker Iedereen Is Van De Wereld als intermezzo, kom ik ook weer in de stemming, al doet de te langzame en gepolijste versie van Klein Orkests Over de Muur daar meteen weer enigszins afbreuk aan. Maar daar is Erik Mesie en de energie keert terug met Net Als In De Film en Ik Heb Nog Zoveel Te Doen, maar uiteraard heb ik toch Stiekem Met Je Gedanst. Ik hoop dat je het leuk vond. 

In de Undercovertent wacht nog een trip down memory lane. Daar brengt een gelegenheidsband onder leiding van David Aferiat (7T-Rox, RUBBER) een ode aan een van de invloedrijkste hardrock/heavy metalbands van de afgelopen 50 jaar. Wat heb ik naar die muziek geluisterd in de jaren 80 van de vorige eeuw! Dat ik begin jaren 90 afhaakte, maakt niet uit, want in de tijd dat ik dit drukbezochte Iron Maiden tribute bijwoon, komt louter oud werk voorbij. Het is gewoon een best off van oude bangers die de revue passeert en de teksten van nummers als 2 Minutes To Midnight, Fear Of The Dark, Flight of Icarus, 22 Acacia Avenue, Run To The Hills en Caught Somewhere In Time worden door jong en oud meegezongen. Deze muzikanten weten wat ze doen, en dat geldt niet in de laatste plaats voor zangeres Sally Mometti, die moeiteloos de hoogste noten die Bruce Dickinson er weet uit te persen kan nabootsen. Ze draagt een zwart shirt met de tekst The Evil That Men Do en ook de bassist heeft een shirt met een actuele tekst aan: FUCK KKR.  

Undercover: Iron Maiden tribute

De wandeling van de Undercovertent naar het hoofdpodium is nauwelijks lang genoeg om te schakelen van de gierende gitaarsolo’s naar de beats en flows van rapper Typhoon. Tja, had ik maar een minder eclectische muzieksmaak, mijmer ik. Om te vervolgen met de gedachte dat het toch eigenlijk machtig mooi is, zo’n festival met voor elk wat wils. Glimlachend om mijn Rupsje-nooit-genoeg-syndroom, besluit ik verstandig te zijn en op huis aan te gaan. Morgen eerst wat werken en dan zo snel mogelijk terug naar Zwarte Cross.  

Vrijdag 
Ik heb mijzelf beloofd dat ik op de tweede dag weer eens lekker ga struinen. Vorig jaar ontmoette ik zo puur toevallig twee vriendinnen die ik lang niet had gezien en dat mondde uit in een uitstekende festivaldag samen. Natuurlijk beland ik op de Theaterweide, een plek die ik iedereen kan aanraden. Het is er relatief rustig, er is altijd wat te beleven en je koopt er de beste hamburgers van het festival.

Ik genoot er bijvoorbeeld van de show van het Catalaanse gezelschap Cia La Tal. Twee brandweerlieden met een brandweerauto zonder sirene, maar met muziek sporen argeloze bezoekers aan om mee te gaan in hun gekte. De twee brandweerlieden in hun cartooneske brandweerwagen zorgen voor veel bekijks en spektakel en dat werkt zeer aanstekelijk op mijn humeur en mijn lachspieren.  

Ook de Nederlandse theatergroep Close-Act gooit hoge ogen met zijn grootschalig straattheater. Op Zwarte Cross loopt hij rond met een aantal mobiele objecten en zoekt hij interactie met het publiek. Een groep slagwerkers begeleidt drie gigantische steltlopende prehistorische vogels en de BirdMobile. Dat is een enorme vogel die boven het publiek zweeft en het onderdompelt in een fantasierijke wereld.  

Voor een voorstelling van het uit Oldenzaal afkomstige Hydra Theater maak ik graag tijd. Dit straattheatergezelschap staat voor de 16e keer op Zwarte Cross. Deze keer heet de voorstelling Machina Voltaire. Dat is een mysterieuze stilgevallen muziekmachine, ooit een bron vol ritme en energie en een onwezenlijk mechanisch volk wekt dit gevaarte opnieuw tot leven… 

Meghan Parnell

Ik heb het zo naar mijn zin, dat ik bijna vergeet dat ik voor de muziek kom. Vandaag is Bywater Call een van de bands waarvoor ik naar Zwarte Cross ben gekomen. Ik leerde die band kennen doordat ik een artikel las in Music Traveler, dat trouwens een aanbevelenswaardig tijdschrift is voor muziekliefhebbers. Zou de programmeur van. Zwarte Cross het ook hebben gelezen, of bestaat toeval toch? Ik ben er in elk geval erg blij mee dat ik een behoorlijk staartje van het optreden van deze Canadese band weet mee te pakken.

Mijn god, wat een band: een krachtig zevenkoppig southern soul- en rootsrockmonster uit Toronto, dat vorig jaar in Engeland nog werd onderscheiden als Beste Internationale Artiest bij de UK Blues Awards. Zangeres Meghan Parnell heeft ongetwijfeld een van de beste vrouwelijke stemmen in de hedendaagse blues- en rootsscène. De band heeft net een nieuw album, Shepherd, uit, maar brengt vandaag zowel oud als nieuw werk en blijkt ook een aardige versie van Led Zeppelins Kashmir in huis te hebben en Parnell komt met haar uithalen soms eng dichtbij die van Robert Plant. Het wordt gevolgd door slotnummer Everybody Knows, van het laatste album, dat een waardige uitsmijter blijkt. 

The Family Battenberg

Kom ik weer met mijn twee platte karrentheorie: terwijl de laatste noten van Bywater Call bij wijze van spreken nog in de lucht hangen, begint op nog geen 50 meter verder The Family Battenberg. De trouwe Zwarte Crossbezoeker zal begrijpen dat ik binnen de omheining van The Roadhouse en The Bayou ben en dat ik nauwelijks genoeg tijd heb om een verse tarwesmoothie te scoren. The Family Battenberg is het levende bewijs dat er veel moois uit Wales komt. Dit is rock hoe het oorspronkelijk bedoeld is. Vier jonge gasten, die er lol in scheppen om een aangenaam gestoorde bak met pleurisherrje te maken. Die lol is af te lezen van hun gezichten, maar ook van die van de talloze bezoekers, die zowel de zaal als de hoefijzervormige entresol van de uit houten planken en golfplaten opgetrokken schuur bevolken.

Of het nu zo warm is door de muziek of door het materiaal, daar kunnen we slechts naar raden, maar het resultaat is red hot. Tijd voor een album, zou je zeggen, want de singles die het viertal op zijn naam heeft staan, zoals het onlangs uitgebrachte Anteater doen het live dermate goed, dat daar, me dunkt, toch wel een markt voor is. Sowieso hier, want er wordt niet geklaagd, ondanks dat de familie het na drie kwartier voor gezien houdt. Daar gaat mijn pleidooi voor naadloos door op het volgende podium… 

Ooit probeerde ik een album van Beans and Fatback te bestellen bij zijn label. Volgens de site van Excelsior was het voorradig, maar ik kreeg een totaal andere plaat opgestuurd. Ook leuk, want die kende ik nog niet en dat bleek best een leuke band, maar daar gaat het nu niet om. Dit is zo’n gevalletje als Mozes niet naar de berg komt, dan komt de berg wel naar Mozes en voilà, hier ben ik. Als het niet thuis uit mijn speakers komt, dan graag live op de Zwarte Cross. The Bayou blijkt het perfecte podium voor de Amsterdammers onder aanvoering van Onno Smit, die dan ook meteen de deur intrappen met Bombshell, gevolgd door Tight Ripped Jeans en Loaded Gun.

En wie had gedacht dat het vijftal vervolgens gas terugneemt komt van een koude kermis thuis, want met een prettige lange versie van Hold Fast wordt stevig doorgepakt. Zelfs tijdens een gitarenwissel gaat de drummer onverstoorbaar door waarna de band invalt en Gotta Keep On inzet. Heerlijk dat gitarist Paul vervolgens bast alsof hij gitaarspeler is en zo voor een vette donkere sound zorgt en bassist Jet Stevens zijn gitaar hanteert alsof het een bas is. Wat een heerlijk bandje is dit, en wat zijn ze goed live. Ik ga toch maar weer op zoek naar zijn albums. 

Het lijkt erop dat mijn dag niet meer stuk kan, maar even later volgt toch een kleine teleurstelling. In de Undercovertent begint net een INXS tribute en de tent puilt uit van publiek, zodat ik mij naar binnen moet wurmen. Eenmaal redelijk vooraan aangekomen, blijkt al gauw dat het geluid niet geweldig is. Het klinkt mat en de zang komt niet goed uit de mix. Al na enkele nummers lopen dan ook mensen weg en ik begrijp dat wel, want I Need You Tonight dat klinkt als langdradige liftmuziek, daar zit niemand op te wachten. Toch is het muzikaal best dik in orde, zoals goed is te horen tijdens het redelijk onbekende nummer Shine Like It Does, dat behoorlijk funky wordt gebracht en waarmee de band mij even bij de lurven grijpt. Deze uitvoering zou niet misstaan op North Sea Jazz. Ballad Beautiful Girl komt vervolgens weer minder goed uit de verf en ik mij ook de voeten maak. Tijd om nog wat te struinen en wat te eten scoren.  Maar wat blijkt, het ligt niet aan de band, want buiten de tent is het geluid vele malen beter en klinkt de muziek en zang met veel meer bezieling. Ik blijf dus nog even hangen, voordat ik ga kuieren. 

Het zal vloeken in de kerk zijn, maar ik vind Nozem niet per se heel lekker. Toch ben ik heel enthousiast over het Nozemijsje. Dat zou ik persoonlijk landelijk uitrollen, dat wordt geheid een hit in menig snackbar. Sabbelend op de ijsco check ik een bandje dat de mensen in de wachtrij voor The Wall Of Death. In deze “Hell on Wheels” rijden de Lucky Daredevils rond, een stel wildemannen op motoren die voor de duvel niet bang zijn en die in een ronde piste rijden als gekken in het rond rijden alsof angst en zwaartekracht niet bestaan.  

Op het Stadsplein is ook weer van alles te doen. Bij Febo trek ik Tante Riki’s kort-pittige snack – De Tante Rikanto – uit de muur (“zet je hart én mondje in vuur & vlam“) en in de verschillende kroegen aan het plein, vinden continu doelgroep gedreven optredens plaats. Gisteren was ik reeds in Café Harder!, een smoezelig kroegje met harde muziek en een mono-biercultuur van Grolsch-pilsener. In Verhalencafé Het Ezelsoor nemen Helden der Nederlandse letterkunde je mee op een literaire reis. En in de regenboogkleurige glittergaybar De Kast blijk je ook als hetero hartstikke welkom en bovendien zijn er extravagante een oogstrelende shows. Maar misschien nog wel het leukste is het Open Podium. Daar word je ronduit verrast. Het kan alle kanten op, van leedvermaak, tot wow-die-is-goehoed! Bovendien kun je er lekker ouwehoeren met wie er maar wil luisteren en zo niet, dan val je toch niet op in het gezellige geroezemoes. 

Tante Rikanto bij de Febo
( Foto: Zwarte Cross)

Vorig jaar schreef ik over het Stadsplein: ‘Het enige dat nog ontbreekt is een museum.’ Zouden ze dat bij Zwarte Cross hebben gelezen? Feit is, dat er dit jaar een dependance is gevestigd van Museum MORE. Onder de noemer Less is MORE heeft het Stadsplein nu dus ook een éénpersoons museum. Aan de muur hangt het topstuk Zebra’s in rood rotslandschap (1958) van Carel Willink. Wat fijn om je op Zwarte Cross heel even onder te dompelen in de wereld van het magisch realisme, te midden van alle muziek, theater, motorcross en stunts. Het mini-museum is zo ontworpen dat er slechts één bezoeker tegelijk naar binnen kan. Dat levert zo’n intieme ervaring op, dat ik me ook een beetje bijzonder voel. 

Vraag me niet hoe, maar ik beland precies op tijd op de Reggaeweide. Ik was niet eens van plan om te gaan, maar ik ben blij met de vrienden die ik tegen het lijf liep en hun vermogen om op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn. Wanneer wij arriveren is net Horseman van Dubmones bezig aan een indrukwekkende bewerking van Insane In The Brain. En alle Dubmones blijken verrassend goed in coverversies met een vette dubsaus.

Ik noem een paar voorbeelden: I Wanna Be Sedated en Blitzkrieg Bop (niet zo heel verrassende, gezien de naam van de band), Jefferson Airplane’s White Rabbit en Model van Kraftwerk. Wij zijn totaal opgewarmd voor Madness, die niet veel later op het hoofdpodium aantreedt, mits frontman Suggs ook op tijd arriveert. Naar verluidt stond hij eerder vandaag op het vliegveld van London zonder paspoort en is hij onder politiebegeleiding onderweg naar Zwarte Cross. 

Madness

Hoewel het knap is dat Suggs zonder enige voorbereidingstijd aan het optreden begint, is al gauw duidelijk dat Madness niet langer de flair van vroeger heeft. Geroutineerd werkt de band zich door zijn setlist. De nummers zijn herkenbaar en het meezingen voelt goed, maar het tempo ligt doorgaans te laag. Als voorafgaand aan het derde nummer het geluid is uitgevallen, houd ik mijn hart vast. Suggs kan er wel om lachen en herhaalt schouderophalend de intro. Met geluid klinkt Madness een stuk leuker. Mooi om te zien dat ze nog steeds Prince Buster eren. Via NW5, Wings Of A Dove, dat wordt aangekondigd met een politiek statement: “What’s so funny about love and peace? Free Palestine”, arriveren we via Lovestruck bij nog een tribute. Tijdens The Harder They Come worden beelden gedeeld van Jimmy Cliff. Eigenlijk zijn de visuals met name memorabel. Zo is het flimpje bij Shut Up best grappig en van de live-sketch met echte politieagenten schiet ik in de lach. Een jongen van in de twintig spreekt me aan en wil weten hoe oud ik ben. Of ik deze muziek dan ook ken uit mijn jeugd? Nou en of! Hij jaloers, want vindt dit optreden geweldig… Geamuseerd kijk ik de jongeling na, die dansend in de massa verdwijnt. Heerlijk, zo’n festival met voor elk wat wils. 

Zaterdag 
“Meneer u ziet er dorstig uit. Wilt u misschien een lekker koud biertje voor onderweg?” Een pizzakoerier met blonde krullen, blauwe ogen en ongelooflijk veel empathie en mensenkennis houdt mij staande, terwijl ik van het station naar het festivalterrein sjok voor de derde dag van Zwarte Cross. Ik knik en antwoord dat zijn aanbod mij als muziek in de oren klinkt. Even later vervolg ik mijn weg met een heerlijk koud blikje Grolsch in mijn hand. Wat een prachtige streek is de Achterhoek toch. 

Undercover: REM tribute

Als ik even later in de Undercovertent bij een REM tribute sta, kan ik het biertje voor onderweg nog proeven, ondanks dat ik ben overgestapt op water. Dat heeft er alles mee te maken dat het erg warm is. 31 graden Celsius volgens mijn weerapp: “Zonnig en droog. Er staat een stralende middag op het menu. Maar het is wel bloedheet. Drink genoeg water!” Zou het kunnen dat ik vesrtanding word op mijn oude dag? Overigens is het geluid in de Undercovertent vandaag weer wel goed. Ik ben duidelijk niet de enige die dat vindt, want overal waar ik kijk zie ik tevreden gezichten en veel mensen dansen en zingen. Deze band heeft REM onder de huid zitten, dat merk je aan de intensiteit waarmee wordt gezongen, de timing en de manier waarop met de muziek en de teksten wordt meebewogen. Hoewel de Undercovertent niet het spannendste podium is, is dit geen statisch optreden. Fijne binnenkomer, vooral ook omdat er geen nummer is dat ik niet ken en ik dus, om mijn stembanden te verzorgen, toch weer een goudgeel gerstenat mag bestellen van mezelf. 

Minko

Door naar de act die bovenaan mijn lijstje staat voor vandaag, Minko. Slechts twee singles staan er op Spotify, maar daarmee heeft de band mijn hart al gestolen. Het viertal uit Dordrecht blijkt live te grossieren in dampende rock ‘n roll, stomende country soul, roots en rhythm and blues. Ik blijk me dus niet te hebben vergist in de muzikale potentie van de broers Dusty en Darryl Ciggaar, Nick Croes en Tammo Deuling. Die laatste zou je trouwens kunnen kennen van Dawn Brothers, ook al zo’n fijn bandje, maar dat terzijde. Wat belangrijker is, is dat Minko onlangs een plaat heeft opgenomen bij Pablo van de Poel (DeWolff), en dat dat album in oktober uitkomt op I Love My Music, het label van Tim Knol. Het optreden van vandaag mag daarom gerust als een sneak preview worden beschouwd.

Vergeef mij dus dat ik niet alle nummers kan benoemen. Toch heb ik El Chorro, dat is ontstaan nadat beide broers een berg in Spanje hebben beklommen, luid en duidelijk voorbij horen komen. Fijne rumble met rollende surf vibe. In een nummer dat ik voor het gemak maar even On & On noem, zit een schitterende gitaarsolo van Dustin Ciggaar, die hij er schijnbaar achteloos uitgooit, maar die op mij toch een diepe indruk achterlaat. En die indruk is blijvend, want wordt alleen maar versterkt door wat er zoal nog meer voorbijkomt. Halverwege de set bijvoorbeeld, een onberispelijke versie van Waylon Jennings’ Only Daddy That’ll Walk the Line, die wordt gevolgd door meer puike rock ‘n roll, zoals bijvoorbeeld Ritchie Valens’ Come On, Let’s Go. Het is onvoorstelbaar dat alle nummers die de revue passeren op het album staan – drummer Darryl gunde zijn band geen rust en bleef aftellen naar het volgende nummer, terwijl het applaus soms nog niet was verstomd – maakt dat ik toch vast een bestelling bij mijn platenboertje heb geplaatst. Ik kan iedereen adviseren hetzelfde te doen, dan kan je later zeggen dat je de originele eerste persing hebt. Die is nu al figuurlijk, maar als de band doorbreekt, letterlijk goud waard. Mark my words. 

Dat een oude vos zijn streken niet verliest, bewijst Green Lizard. Het vijftal oude rotten is te elfder ure opgetrommeld, maar gaat los alsof het festival om hen draait. Altijd fijn, geen poespas, gewoon knallen! Als zanger Remi Tjon Ajong aangeeft dat het waarschijnlijk het laatste optreden voor lange tijd zal zijn, dus dat het fijn is als het publiek hem en zijn maten het idee geeft dat ze op het hoofdpodium staan, geven de toeschouwers direct gehoor. Tegelijk lijkt de intensiteit van het optreden toe te nemen. Hangt de Tilburgse band die in 1994 werd opgericht na ruim dertig jaar zijn grunge-gitaren aan de wilgen? Zo te horen is er nog voldoende energie om door te gaan, maar mochten ze daadwerkelijk stoppen, dan ben ik blij dat ik ze nog één keer Under Pressure live heb horen spelen.  

Het laatste optreden van vandaag was ronduit verrassend. Ik weet dat Chef’Special een goede liveband is, omdat ik ze in 2021 live zag op Vestrock Downtown. Destijds sloot de band voor mij het festival, dat net tussen twee lockdowns in werd georganiseerd, op indrukwekkende wijze af en vandaag is dat niet anders. Ik zou de tekst van vier jaar geleden bij wijze van spreken kunnen kopiëren, want ondanks dat ik nu niet tussen de barriers stijf tegen het podium aansta, maar ergens halverwege het veld, klink de vijfkoppige band uit Haarlem supergoed en energiek. Het geluid lijkt op Zwarte Cross halverwege het veld sowieso beter dan vooraan. Kristalhelder is het en zelfs van deze afstand is de energie bijna tastbaar. Dit is pop in optima forma, soms funky, soms met een reggaevibe, soms ingetogen (In Your Arms) dan weer ronduit opzwepend zoals tijdens Amigo. Omdat de Chefs ambassadeur van Warchild zijn, neemt frontman Joshua Nolet uiteraard de tijd om aandacht te vragen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dit gaat niet ten koste van de sfeer, sterker nog, doordat wordt gezwaaid met gele vlaggen met daarop in rood de tekst “Peace Now”, lijkt er nog meer saamhorigheid te ontstaan, op de weide van dit toch al zo gemoedelijke festival.  

Chef’ Special

Zondag 
Net als vorig jaar volgt na de warmste dag de natste dag van Zwarte Cross. Gelukkig staan er dit jaar wel veel minder buien op het programma dan vorig jaar. Het mag de pret dan ook geen moment drukken, al lijkt het wel alsof sommige bezoekers het zekere voor het onzekere nemen en vroegtijdig het festival verlaten. Zo druk als het gisteren was, is het op de slotdag van Zwarte Cross voor mijn gevoel bij lange na niet, al zal eenieder die bij het optreden van Normaal was, dit beeld niet herkennen, want het zou goed kunnen dat het voltallige kwartmiljoen dagbezoekers zich bij het hoofdpodium heeft verzameld. 

Normaal

Tien jaar geleden stond de band van Bennie Jolink voor het laatst op het hoofdpodium van Zwarte Cross. In datzelfde jaar nam Normaal onder het motto, “Ajuu, de mazzel!”voorgoed afscheid van zijn fans in een uitverkochte Gelredome. Dat de band nog steeds kan rocken als de beste, hebben fans sinds 2018 kunnen ondervinden, want in dat jaar keerde de Achterhoekse band terug op de planken met de reünietour “Olderwets Høken” en sindsdien zijn ze elk jaar actief geweest, hoewel het aantal optredens wel afneemt. Dit jaar bestaat de band 50 jaar en zijn er zes concerten gepland op legendarische locaties, waarvan Zwarte Cross er dus één is. Vandaag kan dus gerust als buitenkansje worden gezien voor iedereen die achter het net viste voor kaartjes in bijvoorbeeld Lochem of Dalfsen.

En uiteraard stelt de band, die allang niet meer bestaat uit vier boerenrockers, maar live minstens zeven muzikanten bevat, geenszins teleur. Dat hij aftrapt met Ik ben maor een eenvoudige boerenlul, wordt met luid gejuich ontvangen. Vervolgens stapelen klassiekers zich op, springen bokje en doen de hinkstapsprong. Nummers als Achter wolken, De boer dat is de keerl en Ojadasawa worden luidkeels meegezongen en bij de biertaps is het lopende band werk, maar blijkt de capaciteit voor het eerst dit weekend onvoldoende. Na een klein uurtje spelen lijkt Normaal af te sluiten met Oerend Hard, maar na een korte pauze volgt een waanzinige drumsolo, waarmee Deurdonderen wordt aangekondigd. Is dit een verwijzing naar het feit dat de band nog steeds niet klaar is met optreden? Het antwoord laat zich raden, maar ik geloof dat ik het wel weet, want als slotnummer kiest de band voor het woord dat meters hoog aan de acherwand van het hoofdpodium prijkt; Høken. 

Undercover: Bob Marley tribute

Terwijl ik geniet van een Bob Marley tribute waarschuwt de organisatie van Zwarte Cross dat er vanaf 15.00 uur code geel geldt vanwege de verwachte buien. Campinggasten wordt gevraagd om partytenten in te klappen en scheerlijnen strak te zetten. “Kans op waaiwind en een bak water”, waarschuwt het festival. Het lijkt een boodschap uit een andere wereld, want in de Undercovertent schijnt spreekwoordelijk de zon op een punky reggae party. De I Threes zijn weliswaar met z’n tweeën en met mijn ogen dicht, komt de muziek net niet in de buurt, maar klinken nummers als Get Up Stand Up en Jamming wel verdomd lekker. 

Inmiddels zit de dienst van de eerste vrijwilligers met wie ik vandaag heb afgesproken erop. Omdat ik geen spelbreker wil zijn, steek ik mijn pen weg en klok ik ook uit. Ik zou nog sappige verhalen kunnen ophangen over wat er vervolgens allemaal nog gebeurde, maar voor sommige zaken geldt dat What happens on Zwarte Cross, stays at Zwarte Cross. Ik kan dat iedereen wel van harte aanraden, dus tot volgend jaar. Zorg dat ie d’r bie bunt! 

Plaats een reactie