Mooie momenten op routineus MoMo

Motel Mozaïque viert zonder al te veel toeters en bellen het vijfentwintig jarig bestaan. Een jubileum, een verschuiving in de directie: er zijn redenen genoeg die aanleiding kunnen geven eens uit te pakken. Toch voelt MoMo 2025 als een routineuze editie. Met voor liefhebbers van underground en alternatief een aantal mooie momenten.

MoMo heeft door de jaren een vaste plek in de culturele agenda verworven in Rotterdam. En evenzeer in het hoofd van het publiek dat graag een beetje bij wil blijven bij wat er op cultureel gebied gebeurt in de wereld. Die status wordt onderbouwd doordat bijvoorbeeld de Volkskrant er altijd wel iets van aandacht aan geeft. Vergelijk het met de Volkskrantdag op het filmfestival: zo’n moment waarmee je als drukke professional even in korte tijd bijgepraat wordt in wat er cultureel speelt, en je bij etentjes thuis weer mee kunt praten. Je ziet het aan het publiek dat de zalen bevolkt: een flink deel heeft geld om uit te geven, heeft hele drukke banen, en in een leeftijd dat er nog net geen kinderen zijn of ze zijn net de deur uit. Een groep die je door het jaar heen zelden in de kleine zalen bij concerten tegenkomt.

Squid, foto Motel Mozaïque/Niek Hage

MoMo 2025 is opnieuw een uitermate veelzijdig festival dat ook een grote diversiteit aan publiek trekt. Een programma van veelbelovend talent – met het oog altijd gericht op de Engelse ‘to watch‘ lijstjes – en net doorgebroken acts zoals headliner Squid dat enkele jaren geleden in Rotterdam nog in Roodkapje speelde. Daarnaast veel aandacht voor een grote diversiteit aan muziekstijlen en invloeden uit diverse culturen. De dance-cultuur is goed vertegenwoordigd met een uitgebreid programma aan dj’s en dansnachten. Voeg er de raakvlakken met beeldende kunst en dans, en je vinkt bijna alles aan dat er aan te vinken valt. En natuurlijk zijn er ook nog de mogelijkheden om de stad Rotterdam beter te leren kennen.

Die brede aandacht gaat uiteraard ten koste van de diepgang van het aanbod als je je – net als wij – toch vooral interesseert in wat we voor het gemak maar alternatieve muziek noemen: ongeacht of het nu met gitaren of synthesizers is. Maar met een beetje geluk moet het dan toch mogelijk zijn om een programma te bieden waar ook wij van kunnen smullen. En dat was tijdens MoMo 2025, zoals de routine wil, ondanks een op het oog wat mager programma toch weer het geval. Af en toe moeten zelfs pijnlijke keuzes worden gemaakt. Dan helpt het dat een flink deel van de acts al eens in Rotterdam te zien was – bijvoorbeeld tijdens Left of the Dial – zodat we die kunnen skippen.

Pem

Liefhebbers van alternatief maken een paar mooie momenten mee op MoMo 2025. Op de vrijdagavond komen bijzondere stemmen en vogelkijken samen als we Anna B Savage de sterren van de hemel zien spelen in de Waalse Kerk, en Pem schoorvoetend de avond helemaal in haar eentje moet openen in Worm. Pem kennen we nog van Left of the Dial, en is nu in haar eentje afgereisd naar Rotterdam. Ze start in een vrijwel lege zaal, zichtbaar gegeneerd. Gedurende haar set met singer-songwriter liedjes druppelt de zaal gelukkig langzaam voller. Wat Pem bijzonder maakt is haar betoverende en unieke stem – haarzuiver als Minnie Riperton in het hoog – en een eigenaardige triller in de lage registers, die wat doet denken aan Katy J Pearson. Pem zingt perfect, mist bij de start nog hees een enkele toon, en charmeert met haar liedjes over meeuwen en ijsvogeltjes, begeleid door het verhaal dat haar enkele jaren geleden overleden vader een fanatiek vogelkijker was, en sindsdien zijzelf ook.

Met het vogelthema wordt een direct lijntje getrokken naar Anna B Savage die haar hele carrière al over vogels zingt, tot ze een poosje terug verliefd werd op een partner en daar haar hele laatste album mee vulde. Dat nieuwe album You & I are Earth speelt toch niet de hoofdrol in de set die zij in de Waalse Kerk speelt. Toch krijgt de sound van Savage en haar band een meer ‘folk’ karakter omdat de toevoegingen van elektronica-kunstenaar Mike Lindsay ontbreken. Omgeven door een band met jonge getalenteerde muzikanten die de kunst verstaan heel zacht en heel hard te spelen, ontspint zich een uur muziek dat zijn weerga niet kent. Savage straalt passie uit in het leven, en toont dat onversneden op het podium, en dat verpakt ze in liedjes die je bij de strot kunnen grijpen. De uitvoeringen van het oudere werk A Common Tern – van haar eerste album – en The Orange – met de ontluisterende sleutelzin ‘if this is all that there is‘ – zijn verbluffend intens en wonderschoon.

Een stem van een geheel andere orde heeft Helena Cazaerk van de Belgische groep Maria Iskariot. Het is bijna onvoorstelbaar dat haar stem haar geschreeuwde zang overleeft. Tot twee keer toe gaat zijn het publiek in tijdens hun explosieve set in Club Sahara: een keer om iedereen mee te laten schreeuwen ‘dat vind ik lekker’ en een keer vervaarlijk op de handen van het publiek, zo’n beetje tegen het lage plafond van de zaal aangedrukt terwijl ze Tame van Pixies covert. Wel meteen het beste liedje dat we horen, met alle respect voor het eigen punkrock repertoire van de Belgen. Het loopt uit op een bruisend punk feestje in de dansclub.

In diezelfde club is het zaterdag heel vroeg in de middag al een sauna zo warm en vochtig als het Duitse trio Goblyns (foto leader) een voornamelijk instrumentaal potje psychedelische rock speelt. Opmerkelijk is dat de Duitse formatie ogenschijnlijk al een aardige fanbase heeft opgebouwd, gelet op de devote fans die zich in de kleine club hebben verzameld. Goblyns wordt wel vergeleken met Khruangbin, maar mixt hun muziek met invloeden uit alternatieve rock – doch geen kraut, wat je van een band uit Berlijn wellicht zou verwachten. Die mix maakt het veel gevaarlijker en spannender dan het populaire vergelijkingsmateriaal. Zo mag de bas af en toe vervaarlijk grommen.

Yard

Zo’n mix van bekende elementen met ingrediënten die het interessanter maken herken je ook in Yard uit Ierland. De basis ligt in techno: pompende beats, bassen die je middenrif in beweging brengen. De Ieren combineren dat met noise – een gitarist staat naast de twee laptopknoppendraaiers continu lawaai te produceren – en darkwave elementen. Maar voeg er ook maar een shotje emo bij, gelet de teksten die zanger Emmet White uitschreeuwt. Escapisme met een activistische boodschap. Het mondt uit in een mix die toch bekend klinkt, maar het publiek wel in euforische beweging brengt.

Master van de mix op MoMo 2025 is toch wel Master Peace. Hij combineert live een backing tape met onder andere bas en zang met een live drummer en air gitaar waardige gitarist. Op zijn smakelijke album How To Make A Master Peace mix hij alle denkbare stijlen. De plaat schiet heen en weer tussen rock, grime en dansbare indie hitjes. In zijn set van dik een half uur schiet hij door al die stijlen heen maar is vooral bezig zijn publiek te vermaken. Hij spoort iedereen aan mee te dansen, te gaan zitten en op te springen; alles komt een keer langs. In no time zet hij zo Perron op zijn kop. Tot slot leert hij zijn toehoorders het refrein van zijn laatste liedje: I don’t wanna go home, less it’s with you. Vertederend is het om te zien dat iedereen als Master Peace het podium wil afstappen dat refrein luidkeels begint te zingen en master entertainer Peace Okezie niet anders kan dan het liedje breed lachend nog een keer te spelen.

Mich

Er is meer op MoMo 2025 dat bekend klinkt. Mich uit Amsterdam bijvoorbeeld, speelt op het Rotterdamse festival met een gloednieuw album – Chair – onder de arm. De swingende indiepop met een jaren tachtig sausje van de Amsterdammers wordt met heel veel speelplezier gebracht. Het zijn vooral korte liedjes, terug gebracht tot de essentie. In een compacte set spoelt de geroutineerde band er 19 doorheen. Bassist en zanger Bastiaan Bosma grapt met hoofdstedelijke bravoure dat zijn band de beste is op het festival en kondigt het een na het andere liedje aan met ‘het is een heel goed nummer’, en spoort zijn publiek aan om mee te bewegen. Hier gebeurt niets baanbrekends, het is wel leuk om te zien en erg goed uitgevoerd.

Bekend klinkt ook de Rotterdamse vertegenwoordiging in het programma Vampire Boyfriend. Drijvende kracht achter de band Janine van Osta (ook Broeder Dieleman) schrijft liedjes die zweven tussen singer-songwriter materiaal en lichtvoetige indie. Vampire Boyfriend heeft het genoegen te spelen op een mooie nieuwe festivallocatie: Muziekwerf, een kerkje in typisch wederopbouw architectuur-stijl (architect Gerrit Kuiper) dat recent een nieuwe bestemming heeft gekregen. Verder zit het de Rotterdammers niet mee. Vaste kracht Michell Quitz wordt vervangen door gitarist Tim Roos (Indigo Pastel) – die dat met verve doet – en de rits van het broekpakje van Osta blijft open staan, wat zij rock ‘n’ roll oplost door de bh van bandmaatje Sophie Reekers te lenen; zo moet het dan maar kunnen. Dat voelt natuurlijk toch niet comfortabel, het ongemak is voelbaar en dat kleurt het optreden van het viertal. Onnodig, want single Vampire Boyfriend klinkt live levendig en met name de liedjes die net wat steviger zijn, komen prima uit de verf.

Geordie Greep

Hee, kijk, daar loopt Black Midi-frontman Geordie Greep over de Kruiskade, op weg naar een hap eten wellicht. Misschien wel op zoek naar een plek waar hij eerder is geweest; met zijn band deed hij al eens eerder Rotterdam aan. Nu komt hij met zijn solo-album naar de Theater Rotterdam en mag gelijk als een van de headliners de grote zaal vullen. Hij legt zijn publiek direct op de pijnbank met een tien minuten durende storm van noise. Het is verwonderlijk dat gedurende die tien minuten nog nauwelijks iemand het hazenpad kiest. Maar weglopen bij een artiest die op handen wordt gedragen door zij die er verstand van hebben, doe je natuurlijk niet zo snel. Prachtig wordt het als na een overdonderende noisy start de band van Greep een eerste swingend nummer inzet van dat solo-album waar noise, mathrock en Zuid-Amerikaanse invloeden naast elkaar kunnen bestaan. Voorzichtig wordt in de zaal op plekken een salsa-dansje ingezet. En plots klinkt die band heel anders, warmer, de bassen dieper, waar die eigenaardige stem van Greep samen met zijn gitaarerupties doorheen snijden. Wat je ook vindt van een artiest die graag het publiek tegen de haren in strijkt, Greep is een fenomeen en het is mooi dat het publiek in Rotterdam de kans krijgt hem met eigen ogen te zien.

Ondanks de verbluffend mooie optredens van met name Anna B Savage en de feestjes die onder andere Maria Iskariot, Gurriers, Squid, Yard en Master Peace bouwden, gaat de jubileumeditie 2025 van MoMo toch de geschiedenis in als een minder memorabele. Een editie waarin we locaties misten, zoals V11 en Arminius, met een wat mager aanbod uit de lokale alternatieve scene, een stevige vertegenwoordiging dansbare muziek en dj-cultuur. Met in de alternatieve niche weinig verrassende ontdekkingen. Maar wel met prachtig grote contrasten; neem nu alleen maar Mich dat in no time 19 goed in het gehoor liggende liedjes speelt ten opzichte van de naar free jazz ruikende aanpak van Greep die na een half uur amper drie thema’s heeft afgehandeld. MoMo verrijkt ook dit keer het aanbod festivals in Rotterdam met name omdat het net wat grotere acts naar Rotterdam weet te trekken. Dat wordt voelbaar gewaardeerd door een enthousiast publiek, en uit zich in een prima sfeer op het festival dat precies aangenaam druk werd bezocht, maar allerminst uitpuilde.

Plaats een reactie