Cupido pinde haar vast in Brugge, maar Bobbi Lu, die in het dagelijks leven Lucy Ryan heet, is geboren en getogen in Oxfordshire. Als doe-het-zelver bracht ze enkele singles uit en zo speelde ze zichzelf in de kijker van zowel het Belgische publiek als van een Belgisch Label. Onder de vlag van het in Kortrijk gevestigde Mayway Records verschijnt haar debuutalbum Arrow, Four, dat een collectie bevat van nummers die Ryan de afgelopen jaren componeerde.
Hoewel elk van de tien tracks een eigen verhaal vertelt, is de rode draad dat ze zijn geïnspireerd door het boek Future Shock van Alvin Toffler dat gaat over de grenzen aan het aanpassingsvermogen van de mens. En dat de mens, door het oprekken van die grenzen overbelast kan raken, wat weer kan leiden tot mentale gezondheidsproblemen. Zowel in haar teksten als in de muziek, een bijkans wonderlijke mix van piano, elektronica en samples, komt dit sterk tot uitdrukking, al is de vervreemding nooit zo groot, dat de luisteraar er niet door wordt aangetrokken. Eigenlijk wil je de muziek het liefst omarmen en zo voorkomen dat er iets breekt, al blijkt Bobbi Lu op Arrow, Four de teugels strak in handen te hebben, zodat ze ons vakkundig langs eventuele valkuilen loodst.
Het album begint rustig met Surgical Love, dat slechts een weinig te intens is om als ambient te labelen, en pakt indrukwekkend door met Metapwhore, waarin diepe bassen het pad uitstippelen waarlangs een zoektocht vanwege onzekerheid begint. Conclusie: “I know nothing.” Reeds als derde volgt het nummer Future Shock, de laatste single, die vurig en uptempo is en zo vormgeeft aan het overkoepelende thema van het album. Maar er zijn ook rustpuntjes, zoals Not Ours en Vaccuum, alsof Bobbi Lu niet wil dat bij ons het lijntje knapt.
Maar hoe zou het kunnen knappen met zoveel fascinerende, meeslepende en soms ronduit dramatische tracks? Luister maar eens naar de hyperbool van een popnummer Learn To Lie, waar diverse muziekstijlen heel knap samenkomen in een dromerige en toch opzwepende sfeer. Weer slaagt Bobbi Lu erin te doseren, want met het daaropvolgende Radioheadachtige All Yours, weet ze vervolgens ons adrenalinepijl weer binnen aanvaardbare grenzen te brengen. En zo meandert Arrow, Four naar het mooie slotnummer Other Couples, dat vanwege de tekst wel enigszins neerslachtig is – “I can’t see what you see in me / I cannot love / And I can’t be what you are for me / The sweetest melody” – maar vanwege de melodie ons niet doet aarzelen om terug te keren naar het begin en via Surgical Love de muzikale trip, die Arrow, Four feitelijk inhoudt, nogmaals te beleven.