Toen ik Skoeter van de Doppelgängers op het podium in het Zuiderpark zijn snikkel tevoorschijn zag toveren terwijl hij over het veld brulde dat muziek maken geil is, wist ik het: voor Rotterdamse bands is spelen op Metropolis een mijlpaal. En dat dit zo wordt gevoeld in de rijke muziekscene in Rotterdam, draagt alleen maar bij aan de iconische status van het jaarlijkse festival. Ook voor Smudged is spelen op Metropolis een hoogtepunt. Toch?

‘Je mag altijd over ons schrijven Wim’, schreef de frontman Bart Hoogvliet een poosje terug op MuziScene. Om er snel aan toe te voegen dat het wel positief moet zijn, anders weet hij waar ik woon. Die zin prentte de flamboyante zanger mij al wel eens vaker in, als Smudged of Knife Massage ergens een zaal onveilig had gemaakt. En dus raakte ik het toetsenbord niet meer aan. Om een beetje terug te plagen.
Dit staat model voor hoe ik Smudged de afgelopen jaren heb leren kennen. Alles heeft twee kanten: je moet wat ze doen niet té serieus nemen, maar toch ook wel; een enorme grote muil en tegelijk een klein hartje; het oogt als een zooitje ongeregeld maar als eenmaal de shirtjes uitgaan blijkt het een geoliede machine op het podium; het zijn aardige gasten, maar toch ook een tikkie gevaarlijk. Verkeer je in hun omgeving dan ervaar je dat er heel veel en heel hard wordt gelachen, op momenten stevig wordt gefeest maar ook keihard gewerkt, en je proeft de onderlinge verbondenheid, de innige vriendschap. Een vriendschap en waardering voor elkaar die zich natuurlijk weer uit met een vette knipoog. In grote vette kapitalen staat op de buik van Bart Hoogvliet DE BEETHOVEN. En sinds kort prijkt dat ook op de arm van gitarist Jimmy Onrust. Het verwijst naar de bijnaam van toetsenist Mink Steekelenburg, ‘de Beethoven van Rotterdam’, die door zijn boezemvrienden graag wordt rondgebazuind.



Goed, terug naar ‘je mag altijd over ons schrijven, Wim’. Dat is niet de enige reden waarom ik ze benader of ik met ze mee mag naar Metropolis. Net als voor Lewsberg, Library Card en Tramhaus is het een mijlpaal. Spelen voor eigen publiek, een thuiswedstrijd, maar wel op een groot festival waar duizenden liefhebbers jaarlijks op af komen én een evenement met een bijzondere geschiedenis. Ik wil MuziScene-lezers laten zien hoe Mink Steekelenburg, Bart Hoogvliet, Victor Heijink en Jimmy Onrust dat beleven. Maar vinden ze het zelf eigenlijk wel bijzonder?
Mink: ‘Ik denk dat wij er, voor hoelang wij al spelen, eigenlijk best laat staan. Heel veel Rotterdamse bands hebben er heel veel aan gehad. En voor ons is het nu hartstikke leuk. Alleen, de meeste mensen die ons hier gaan zien, kennen ons inmiddels wel. We wilden hier al jaren staan, maar het is niet alsof we zelf gaan roepen ‘mogen we alsjeblieft komen’. Bart roept vanuit een hoek in de container: ‘We spelen wel op de laatste!’ Grinnikend reageert Mink: ‘Dat het nu op de valreep toch nog gebeurt’.
Dat het voortbestaan van Metropolis op de tocht staat vindt hij verontrustend. ‘Het is helemaal kut. Ik ging er als klein jongetje al naartoe en ik vond het geweldig. Als je jonger bent en je bent net aan het ontdekken hoe het is om alternatieve muziek live te zien, dan is zo’n festival als dit of het Bevrijdingsfestival te gek. Het is echt een groot gemis als zo’n festival helemaal wegvalt.’

Bart: ‘Hoe belangrijk het is dat we hier mogen spelen? Ik was na een optreden met Knife Massage vanmorgen om zes uur pas thuis en nu sta ik hier. Met kut weer’, klinkt het geagiteerd. Om ineens poeslief te klinken: ‘Nee, het is leuk. Ik heb er heel veel zin in. Ik moet wel nog even wakker worden. Ergens is dit toch wel een piekmoment. Want het is wel Metropolis, en Metropolis is ‘legendary‘. Het is als je Rotterdammer bent toch een dingetje, een eer-dingetje. Je wil er gewoon graag spelen. Ja, je moet dat gewoon gedaan hebben. Dus ik ben blij dat we het op de valreep nog mee kunnen pakken en in de fik zetten.’ ‘Hebben we een fakkel bij ons?’, vraagt Mink. ‘Nee, want daar brand ik elke keer m’n klauw aan’, grinnikt Bart, refererend aan een ongelukje, onlangs tijdens een optreden. In de ruimte barst een Geer-en-Goor-waardig gelach los.

Discussie is er over het weer. Bart merkt op dat het niet uitmaakt dat het vandaag regent. Hier spelen is gewoon leuk, vindt hij. Een ander merkt op: ‘waarom kan het nooit eens mooi weer zijn als wij spelen. We spelen op best veel kleinere festivals dit jaar, maar het regent elke keer, el-ke keer! Dan denk je, we gaan lekker spelen op een festival en staan daar drie verdwaalde mensen in een regenjas.’ Weer Geer-en-Goor-hoongelach. ‘Het is zo deprimerend, een festival in de regen’, vervolgt Bart. ‘Mensen die er nu zijn hebben de keuze gemaakt om hier te zijn. Regen interesseert ze niet. Je hebt de keuze al gemaakt om Netflix en je bank en je dekentje te verlaten’, werpt een ander tegen. ‘Ja, maar dit is echt zo’n lekker weer-festival. Dan lopen er 10.000 mensen rond, nu een paar honderd. Als ik hier niet moest spelen was ik waarschijnlijk ook niet geweest, ondanks dat het programma echt tof is dit jaar’, zegt Mink stellig.

Onderweg naar het terrein van Metropolis vraag ik me af waar ik aan ben begonnen om af te spreken dat ik ze ‘fly on the wall‘ ga volgen bij hun iconische optreden op Metropolis. Niet alleen omdat er door de hoosbuien bijna geen doorkomen aan is, maar ook omdat ik weet dat dit met deze gasten nooit normaal gaat verlopen. Onlangs nog, op een festival in het oosten van het land, wezen ze het publiek op de aanwezigheid van een recensent. ‘Daar staat Theo’. En riep Smudged het publiek op om te moshen, want het moest wel een positieve recensie worden natuurlijk. En ja hoor, zoals ik al had verwacht houdt Jimmy mij de hele middag in de gaten en steekt duimpjes omhoog of trekt bekken om dat ‘fly on the wall-idee’ in elk geval te saboteren.
Alleen op de momenten dat er naar bier wordt gezocht, vergeten ze even mijn aanwezigheid.


Over dat bier. Smudged heeft een eigen container waar zij zich kunnen omkleden. Niet dat ze dat doen, maar er wordt wel gretig gebruik van gemaakt om met elkaar te kletsen en vrienden te ontmoeten. In die sfeerloze met tl verlichte container staat een ijskastje met een sixpack bier. Die is al op voor de volledige band het podium bereikt. Dan start een zoektocht naar biertjes. Achter het podium staat een ijskast, Mink checkt het uit, maar enkel geladen met frisdrank en wat Desperado’s. Mompelend gemor, dat samengevat erop neer komt dat ze niet zo te spreken zijn over de gastvrijheid. Tot drie keer toe gaat er dus een expeditie op weg naar de container. Daar staat in een gezamenlijke ruimte een biertap, hoewel bediend door vrijwilligers die nog nooit een biertje hebben getapt, maar er komt bier uit. Drie leveringen bereiken de band kort voor en direct na het optreden.





Eenmaal op het podium begint het opbouwen en wachten… Altijd maar dat wachten.





Het is bewonderenswaardig hoe rustig Victor, Jimmy, Mink en Bart zijn als zij eenmaal hun spullen klaar mogen gaan zetten op het podium. Mink en Bart overleggen nog wat over de setlijst. Smudged speelt vandaag wat nieuwe nummers. Er wordt gewerkt aan een nieuwe release in het najaar. De crew op het podium draagt versterkers en microfoons aan en verbindt alles via een woud aan kabels. De band ondergaat het gelaten, en ook al verstrijkt de tijd snel en komt het moment dat ze moeten starten ras naderbij, vertonen ze geen enkel teken van stress.




Eigenlijk zijn de vier nog maar net klaar met het klaarzetten van de spullen, of ze worden al aangekondigd. Geen tijd om te schminken… Maar opnieuw geen paniek in de gelederen. De muziek start, en Bart gaat rustig rond en verft ieders gezicht groen.




En pas als iedereen een groen laagje heeft, dan… gaat Smudged los. Ideale festivalband. Visueel is er voortdurend wat te beleven, en Bart schrikt er niet voor terug de gekste kapriolen uit te halen. Dat levert ‘m soms een hand vol blaren op, of hij belandt zoals op Metropolis in de gracht tussen podium en publiek, maar kan haast onmogelijk weer terugkeren. Die meters brede gracht, daar beklaagt de band zich achteraf over. Hoe overbrug je die afstand naar je publiek? Het gaat ten koste van de beleving voor band en toeschouwers. Smudged overbrugt met hard werken dat gapende gat, trekt de tent vol met een enthousiast publiek dat los gaat op de dansbare punkfunk van de vier Rotterdammers. Een show Metropolis waardig, en een van de betere deze editie, zo valt achteraf te beluisteren.







Backstage loopt tijdens het optreden Jack Parker rond. Fotograaf, promotor, journalist, concertorganisator; wat doet hij al niet? ‘Mag ik wat foto’s maken met je camera’, vraagt hij. Nou vooruit dan maar. En hier is het resultaat:





En dan is het al weer voorbij. Geluidsman Matthijs staat achter het podium na te praten en verzucht dat het op festivals altijd voorbij is voor je er erg in hebt. De vier belanden achter het podium, praten even na, maar gaan dan snel de tent in om shirts te verkopen en met vrienden en bekenden te praten. Bart zwaait zijn ouders uit.






Langzaam druipt de band af richting de container. Tijdens het concert van Smudged brak zowaar de zon even door en werd de temperatuur snel aangenaam op Metropolis. Maar niet veel later keert de regen weer terug, maar valt het gelukkig niet meer met bakken uit de hemel. In de container wordt met vrienden nagepraat, en complimentjes in ontvangst genomen. Een vriend plaagt Bart en vraagt of hij hier nu ‘jaren van heeft gedroomd’. Gelukkig is hier weer bier verkrijgbaar. Bart laat aan de vrijwilligers nog even zien hoe dat tappen in zijn werk gaat. En al snel verschijnen eindeloos veel filmpjes op het web die onmiddellijk worden bekeken.


Slepend met hun bagage gaat de band richting openbaar vervoer. Want ook al heeft een deel van de band maar weinig slaap gehad de voorgaande nacht, nu staat er nog een dj-set op het programma tijdens de Metropolis after party in Rotown.
Nou Bart, om hier maar te antwoorden op je artikel op MuziScene, bedankt voor een mooie middag in jullie midden. Smudged is een mooi stel dat behalve hartstikke leuke muziek maakt, ook garant staat voor een geweldige show. Die groene gezichten moeten blijven hoor, want dat symboliseert zo mooi de knipoog bij jullie levenslustige, swingende, maar ook zeer serieus te nemen muziek. Want er moet natuurlijk wel gelachen kunnen worden. Je hebt bovendien gelijk, een publiek wil een band zien die plezier beleeft aan het samen spelen, en dat er chemie is tussen de mensen op het podium. Dat hebben jullie in overdaad. En dat werkt, kijk maar in die tent in het Zuiderpark: mensen hebben het naar hun zin en staan allemaal met een vette grijns op hun gezicht. Daaraan gaan ze die allerlaatste editie van dat iconische festival herinneren. Wat is er nu mooier om als muzikant te bereiken?
Foto’s, tenzij anders vermeld: MuziScene