All the small things

Size does matter. Wie verwacht dat hier nu een lofzang komt op groot geschapen muziekevenementen: think again. De laatste jaren laat ik de grote popfestivals zoveel mogelijk links liggen. De Ziggo Dome? Nog nooit geweest en ook geen spijt van. Andere uit de kluiten gewassen arena’s weten me ook zelden of nooit over de streep te trekken en blij toe.

‘Ach, ouwe lul, je trekt het gewoon fysiek en financieel niet meer, geef nou maar toe!’, hoor ik jullie denken. Zit misschien een theelepeltje waarheid in. De grote mensenmassa’s, de daarbij behorende volksverhuizingen en de tot astronomische hoogten gestegen ticket- en drankprijzen maken het denken zeker makkelijker. Weinig trek om de poeplap te trekken om vergeefs voor een – wegens volgepakt – gesloten Barn te staan, zoals bij mijn laatste bezoek aan Werchter Classic. Beu om een uur of langer als een naar voedsel hunkerend kind in Gaza aan te moeten schuiven om in een voorvak te geraken, om na een gesneefde poging vervolgens een concert grotendeels te moeten volgen op een videoscherm. Alsof je thuis voor de tv zit, maar dan zonder luie stoel en een zak chips op schoot. Ik was, ben en blijf daarnaast boven alles een indie kid, weliswaar met inmiddels zestig lentes op de teller.

Nee, ik breng hier met alle plezier een ode aan de kleine zaaltjes. De poppodia waar met hangen en wurgen zo’n 300 tot 400 man/vrouw/x in passen. Waar je tijdens en na een show (oog)contact hebt met de optredende artiesten. Artiesten die vaak nog zelf met hun apparatuur slepen, of zich niet te groot voelen om hun backline uit te lenen aan hun support act (kudos voor RVG in het Stroomhuis in Eindhoven). En wat dat contact met artiesten betreft: ‘starfucken’ is niet mijn kopje thee. Ik ga zelden of nooit achteraf met een artiest op de foto om daarmee te kunnen shinen op de socials. Een praatje, misschien een plaatje kopen (signeren is niet per sé noodzakelijk) of een simpel ‘dankjewel’ volstaan ruimschoots.

Daar, in die kleine zaaltjes gebeurt het (ik vermijd bewust de vreselijke dooddoener ‘beleving’. Nou ja, bijna…) Dáár kun je – met name in België – met een beetje mazzel een speld horen vallen, zoals afgelopen week bij het concert van Bill Ryder-Jones in de kleine zaal van Trix Antwerpen. Daar kunnen acts het verschil maken, zoals het mooie initiatief Geleen Calling in het zonnige zuiden, dat ik – mea culpa – te weinig frequenteer. Daar mogen fouten of valse noten passeren, die met de mantel der liefde worden bedekt. Daar kun je het (angst)zweet van artiesten ruiken, vinden gewenste intimiteiten plaats en word je met een beetje mazzel aangenaam verrast. Ghostwoman en Dean Wareham/Galaxie 500 in Merleyn Nijmegen, Het Zesde Metaal en Mooneye in de kleine zaal van Muziekgieterij Maastricht, Chuck Prophet in Ekko Utrecht, Takh en Psychonaut in de kleine zaal van Nieuwe Nor Heerlen, of met vijftig andere gelukkigen genieten van chansons en yéyé-klassiekers in de Minderbroederskerk in Maaseik (B), afgelopen zaterdag. To name but a few.

Vrijdag naar A Place to Bury Strangers in de kleine zaal van Doornroosje Nijmegen. Zin an? Domme vraag. Is de paus katholiek?

DJ 45Frank

Plaats een reactie