Concerten weer op 1 

Lachen hè, democratie? 

Festivals en concerten trokken in 2022 gezamenlijk 32,5 miljoen bezoeken. Statistisch gezien kan het bijna niet anders dan dat daar mensen tussen zaten die vorige week hebben gestemd op een partij die ‘alle onzinnige subsidies voor kunst en cultuur’ wil schrappen. 

Zouden die mensen doorhebben dat zo’n standpunt ook van invloed kan zijn op hun eigen concertbezoek? 

Die partij wil nog veel vreselijkere dingen, maar laten we het even heel specifiek houden bij de subsidie die een poppodium krijgt om concerten te organiseren. Die is namelijk verre van onzinnig. 

Een poppodium is geen overheidsgeld slurpende organisatie die artiesten laat optreden waar hooguit een handjevol mensen in is geïnteresseerd. Het voornaamste doel is om zoveel mogelijk concerten uit te verkopen en dat lukt alleen als er artiesten kunnen worden geprogrammeerd die zo aansprekend zijn dat mensen ervoor van de bank af willen komen. 

Die artiesten komen niet zomaar uit de lucht vallen. 

Voor het geval je binnenkort op een verjaardag naast één van de 2,5 miljoen PVV-stemmers zit en zin hebt om die discussie aan te gaan, probeer ik even zo versimpeld en kort door de bocht mogelijk samen te vatten hoe het voor een niet al te groot podium werkt:

Van een concertkaartje wordt de band en de productie van het concert betaald. Niet de programmeur die regelt dat de band naar de zaal komt, niet de promotiemedewerker die zorgt dat jij weet dat de band binnenkort speelt en ook niet de productiepersoon die regelt dat de juiste apparatuur aanwezig is en dat er technici klaarstaan. 

Als alle mensen die werkzaam zijn achter de schermen ook uit de opbrengsten van de kaartverkoop zouden moeten worden betaald, dan worden concertkaartjes een stuk duurder en de kans is groot dat het concertbezoek drastisch afneemt.   

Als podia helemaal afhankelijk zijn van die duurdere kaartverkoop, kunnen ze het zich bovendien niet veroorloven om een band te programmeren die niet uitverkoopt. Ze kunnen dus geen enkel risico nemen en alleen de bekendste namen neerzetten waar mensen zeker weten een duur kaartje voor willen kopen. 

En hoe worden die bands zo bekend dat mensen er veel geld aan willen uitgeven? Door heel veel te spelen en steeds beter te worden. Door langzaam een publiek op te bouwen dat voor een lage ticketprijs wel een gokje durft te wagen, ook al kennen ze de band nog niet. Subsidie is dus nodig om ervoor te zorgen dat artiesten zich kunnen ontwikkelen tot ze groot genoeg zijn om zoveel publiek te trekken dat er misschien ook wel mensen tussen zitten die zonder problemen op een partij stemmen die cultuur maar onzinnig vindt.  

Denk je dat je gesprekspartner überhaupt nooit naar concerten of festivals gaat, kun je het ook korter houden en alleen vertellen dat voor het bedrag dat in 2024 voor het koningshuis is begroot, Rotown 112 jaar lang bands zou kunnen programmeren. 

Dat spreekt gezien het partijprogramma vast meer aan dan wat geneuzel over de ontwikkeling van artiesten. 

Minke Weeda

Plaats een reactie