Er stond op social media een oproepje van een meisje die bij een van onze evenementen een jongen was tegengekomen. Ze wilde hem graag nog een keer zien, want ze vond hem leuk en ze had het idee dat de interesse wederzijds was, maar dat wist ze niet zeker. Of zoals zij het omschreef: ‘Er leek wat in de lucht te hangen, maar ik kan ook een beetje delulu zijn.’
Delulu.
Ik had nog nooit iemand het horen gebruiken, maar ik vond het meteen een prachtig woord.
Dit weekend kwam ik onderweg naar huis een meisje tegen dat bij mij in de buurt woont, dus we liepen een stukje samen op. Bij gebrek aan betere gespreksstof vertelde ik haar over het oproepje en dat ik daardoor voor het eerst de uitdrukking ‘delulu’ had gehoord.
Ze trok haar wenkbrauwen hoog op en zei smalend: ‘Had jij nog nooit van delulu gehoord? Hallo, heb je geen TikTok of zo?’
Dat heb ik wel, maar kennelijk zit ik in een compleet ander algoritme, want ik krijg voornamelijk hondjes te zien die in de modder liggen te rollen en die zeggen verder niks.
Het leek me beter om het gesprek op iets anders te brengen en ik vroeg haar naar haar favoriete muziek. Ze begon een verhaal over dat ze dankzij haar ouders vooral veel oude muziek leuk vond en dat het jammer was dat veel van die artiesten al dood waren, zodat ze het moest doen met de muziek die er al was. Straks had ze alles gehoord en kwam er niks nieuws bij.
Ze leek het oprecht jammer te vinden, dus om haar op te vrolijken, zei ik dat er soms postuum toch nog nieuw werk verscheen.
Ze keek me lichtelijk geïrriteerd aan. ‘Postuum? Wat bedoel je?”
ik wilde mijn wenkbrauwen hoog optrekken, maar ik heb het niet gedaan.
Postuum, delulu. Je kunt niet alles weten.
Minke Weeda