Zaterdagochtend was ik vroeg opgestaan om op kantoor nog wat dingen voor te bereiden voor deze week. Rond een uur of vier kwam ik weer thuis en bij de lift trof ik een bezorger aan met een kartonnen doos waar heel groot ‘karaoke, altijd een feest’ op stond. Ik hield de deur voor hem open en hij bleek op mijn verdieping te moeten zijn.
Ik herinnerde me dat mijn nieuwe buren eerder die week meldden dat ze een feestje zouden geven. ‘Een beetje een housewarming zeg maar’, hadden ze gezegd en dat ze misschien wat muziek zouden draaien, maar het zou om middernacht wel klaar zijn.
Ik vond het allemaal best, want ik kan prima tegen wat herrie, ik was vooral benieuwd naar welke muziek ze zouden draaien. De nieuwe buren zijn twee blonde twintigers die ik allebei alleen nog maar in spijkerbroek en witte shirts had gezien en ik kon onmogelijk inschatten wat voor soort muziek ze leuk zouden vinden. Maar met de komst van de karaoke-set leek het me in elk geval uitgesloten dat ik een avond lang minimal house zou hoeven aanhoren.
Rond tienen kwam het feest goed op gang. Ik hoorde Guus Meeuwis, BLØF, ABBA en twee keer een liedje over een Engelbewaarder. Af en toe werd er zelfs best behoorlijk gezongen.
De hond moest nog naar buiten, dus ik lijnde hem aan en liep over de galerij langs het huis van de nieuwe buren. Er stond zeker 40 man te dansen in de kleine woonkamer. Meer mensen dan er bij mij überhaupt ooit binnen zijn geweest in de ruim 20 jaar dat ik er woon. Laat staan tegelijkertijd.
Ik liep naar het grasveldje en dacht aan hoeveel tijd en moeite wij altijd steken in het organiseren van dingen. Hoe het altijd maar meer en groter en beter moet, en dat dan nóg niet iedereen tevreden is.
Mijn hond had er weinig zin in, dus het werd een kort rondje.
Op de terugweg keek ik nog een keer bij de buren naar binnen en ik zag dat er een polonaise werd gelopen. Het klopt dus gewoon. Karaoke, altijd feest.
Minke Weeda