Jelle Haagsma is een cassettebandje kwijt. Het is een gele en moet ergens in zijn werkruimte liggen. Met op sporen-opname van een nummer erop. Omdat het bandje spoorloos was, heeft hij maar de ruwe mix die op een ander bandje stond op de plaat gezet. Nu maar hopen dat het gele bandje nooit meer wordt gevonden. Want dan had het misschien toch beter gekund, en nu is het gewoon wat het is.
Vanuit zijn flat aan de rand van Arnhem kijk je ver richting Nijmegen. Een fenomenaal uitzicht, groen, ruimte, lucht. In de woonkamer getuigt niet heel veel dat we hier in het huis van een muzikant zijn. Enkel een manshoge poster met dat iconisch beeld van Robert Smith, op de rug gezien met zijn gitaar om zijn nek, haar hoog getoupeerd.
Door de gang links komen we in een hele andere wereld. In een kleine kamer is het volgepakt met instrumenten en apparatuur, en kastjes vol cassettebandjes. Op de grond ligt een blauwe Tascam viersporen-recorder: geliefd apparaat bij iedereen die ervan houdt zichzelf beperkingen op te leggen en lo-fi kan waarderen. Dit is de natuurlijke habitat van liedjesschrijver Jelle Haagsma, alias Jellephant, de bijnaam die een klasgenote op de middelbare school hem schonk en hij nu nooit meer vanaf komt. Het kamertje is de plek waar hij zichzelf kan zijn, waar hij zich thuisvoelt en veel van zijn tijd doorbrengt. Niet enkel om aan eigen werk te sleutelen, ook om aan de muziek van anderen te sleutelen.

Vorige week verscheen Always Down van Jellephant & The Phantoms. En bij het verschijnen van het enkel digitaal en op zeer bescheiden oplage op cassette verkrijgbare album liet Haagsma weten een punt te zetten achter de band. Dat is niet alleen opvallend, ook jammer. Met het in 2020 verschenen album Spills liet de band zien wat ze in hun mars hebben. Nu is het solowerk van Haagsma ook boeiend, maar op Always Down en met name dat voorgaande album tilde de band het naar een nog hoger niveau.
„Ik heb het altijd comfortabeler gevonden om zelf op te nemen dan op te treden. Ik vind optreden bij vlagen heel leuk. Als je er als band goed inzit, het goed loopt en er een beetje vraag naar is. Dan is het wel bevredigend. Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat het mij een beetje tegenhield. Het onderhouden van een band, het plannen en organiseren. Ik werd er wel in bijgestaan door andere bandleden, maar uiteindelijk moet ik ook de liedjes schrijven en daarnaast voor het grootste deel de communicatie met zalen verzorgen. Daardoor had ik het idee dat ik heel weinig tijd kon steken in het muziek maken.”
Dat gevoel was overkomelijk geweest als Haagsma zich van nature goed had gevoeld op het podium, legt hij uit. En op momenten voelde hij zich daar ook thuis, maar door de tijd nam dat alleen maar af. Daarnaast speelde bandwisselingen hem parten. Met nieuwe bandleden erbij speelde Haagsma voor zijn gevoel heel lang alleen maar dezelfde liedjes, en ging daar de lol vanaf. Parallel werkte hij aan de opnamen van Always Down, waaraan hij nota bene nog met een voorgaande bezetting had gewerkt. „Ik begon het heel erg te missen in mijn eentje te werken. Ik bedacht me dat ik het eigenlijk nodig had te resetten. Om de ruimte te creëren iets te maken zonder de band als een soort bedrijf in stand te moeten houden. Ik ging ook erg opzien tegen optredens. Als je op een gegeven moment hoopt dat iets niet doorgaat terwijl je er heel veel moeite voor hebt moeten doen om het voor elkaar te krijgen dan…. pfft ja.”
Stress
Het vele werk, het gevoel dat je mensen om je heen niet wilt teleurstellen, dreigende verveling en de drive voelen om in afzondering muziek te maken. Onontkoombaar kwam het moment dat Haagsma na moest gaan denken wat hij nu eigenlijk wilde. „Maar we hadden al wel deze nieuwe plaat opgenomen. Nog met de vorige bezetting dus, dezelfde als bij Spills. Dan komt een beslissing niet meer live te willen spelen natuurlijk niet super goed uit. Maar het is gewoon zo. Ik wil die plaat toch uitbrengen maar ook niet nog een half jaar spelen met de band terwijl dat eigenlijk niet goed voelt en energie vreet. Dat is in grote lijnen wat er is gebeurd. Allemaal dingen die te overzien zijn als je een muzikant bent die fanatiek live wil spelen en daar bevrediging uit kan halen. Voor mij leverde het juist veel stress op.”
Wat is het dan precies, wat hem tegenstaat bij het optreden? „Als band klonk het altijd hartstikke goed, en ik was wel tevreden hoe het als geheel stond. Maar ik ben denk ik vooral heel kritisch op mijn eigen bijdrage. Live zingen vind ik niet zo plezierig. Ik vind ook dat ik daar niet zo heel goed in ben. Er is iets met mijn vocalen en harde muziek dat live niet zo goed samengaat. Ik vind dat ik er dan niet goed uitkom. En dan krijg je dus na een optreden van mensen te horen dat ze het super vet vonden maar ‘ik kon je stem echt niet horen’. Dan ga je helemaal naar Groningen en dan is dat het resultaat. Daar zou ik heel erg op kunnen gaan oefenen, ik zou zangles kunnen nemen… Maar het trekt mij toch al niet zo om op een podium te staan en mijzelf te presenteren als persoon of uitvoerend muzikant. Ik vind het veel fijner hier gewoon muziek te maken.”
Naast zijn zang frustreert de muzikant soms dat een door hem geschreven liedje live niet uit de verf komt zoals hij het heeft bedacht. „Bijvoorbeeld dat een moment dat je belangrijk vindt in een liedje – zo’n moment waar je als het ware een liedje omheen hebt geschreven – live niet dat effect heeft of dat er dan net iets gebeurt waardoor je er over struikelt. Dat zijn dingen die gewoon gebeuren, maar mij heel erg bezig kunnen houden. Soms sta ik daar luchtiger in en is het geen probleem. Maar op het moment dat het al veel van je vraagt om een band te hebben, dan kan zoiets verkeerd vallen. En dan vraag je je wel eens af ‘waarom doe ik dit eigenlijk, het is eigenlijk helemaal niet leuk’.”
Jelle Haagsma praat zacht en kiest zijn woorden zorgvuldig, zich goed bewust van het feit dat ook anderen zijn geraakt door voor zichzelf te kiezen. Tegelijk is het helder dat het hier geen spontane beslissing betreft; hij kan het tot in detail goed beredeneren. „Ik zeg ook niet dat ik nooit meer wil optreden of nooit meer een band zal hebben. Het zou goed kunnen dat dit over een paar jaar wel weer zo is. Nu voelt het heel erg fijn om even vrij te zijn en weer gewoon dingen te kunnen maken zonder erbij na te moeten denken of het ook met een band uitvoerbaar is; dat het niet hoeft te passen in twee gitaren, drums, bas en zang.”

Telkens iets nieuws
Haagsma heeft er een broertje dood aan om twee keer hetzelfde te doen. Bij elk album kiest hij het liefst weer een andere weg. Spills is live opgenomen in een oefenruimte, na die nummers in de coronaperiode lang tot in de puntjes te hebben voorbereid met zijn band. „We hebben het album op één nummer na in één dag ingespeeld, terwijl we er vier dagen voor hadden uitgetrokken. Dat was niet nodig omdat we het veel te goed konden spelen. Die energie en spontaniteit die er inzit, verbaasde mij ook; het is gewoon heel goed gelukt en hebben daar ook veel reacties op gekregen. Dan zou je zeggen, het volgende album doe je weer zo. Maar zo voel ik dat dan toch niet. Ik vind het moeilijk iets twee keer te doen. Op het volgende album wilde ik nauwkeuriger omgaan met het geluid en de partijen, er meer een studioplaat van maken. En de band vond dat ook een goed idee, om het weer eens anders te doen. Bovendien bevestigde Spills dat we als band en ik als producent zo’n album kunnen maken. Dat is gelukt. Dus dan ga ik liever iets anders doen om te kijken of ik dat ook kan. Bovendien is Spills recht toe recht aan. Er is niks aan toegevoegd, zelfs geen reverb: het is een moment op een plek die je vastlegt. Maar ik weet niet of dat nog een keer zo goed lukt. Het lijkt me irritant uit te vinden dat dat niet lukt. Dan heb je ook al zo veel geïnvesteerd in het idee dat te te doen, dat je het gevaar loopt het te gaan forceren.”
Haagsma switcht niet alleen graag van aanpak bij albums, hij wisselt de afgelopen jaren ook solo- en band-albums af. Dat maakt het er niet altijd duidelijker op voor de ‘muziekbusiness’, stelt hij vast. „Programmeurs nemen aan dat je met je band je laatste werk gaat spelen. Maar dat doen we helemaal niet, want dat was een solo-album. Wij spelen het laatste dat we met elkaar hebben gedaan, iets van twee jaar geleden. Dat moet je heel erg uitleggen. In het muziekcircuit is het toch zo dan een band muziek uitbrengt, zo klinken ze, ook als ze op het podium staan; het is dan super duidelijk wie ze zijn en wat zij doen. En ik heb niet het gevoel dat daar veel ruimte in zit bij programmeurs. Klopt het niet met dat beeld, dan vinden ze het moeilijk weg te zetten en hoor je niks van ze. Ik heb helemaal geen zin om daarover na te denken. Dat kost allemaal tijd, en waarom dan? Om een beetje in het plaatje te passen?”
Maar Haagsma maakt het nog bonter. In de periode waarin hij werkte aan de voltooiing van Always Down, maakte hij tussendoor het solo-album Where’s The Fire? Zijn bandleden moesten daarvoor even in de wacht. „Voor dit nieuwe album hadden zij alles al opgenomen en moest ik mijn partijen nog toevoegen. Ik heb ze toen gezegd, ‘ik heb een idee en moet dat nu eerst even uitwerken, daarna ga ik er mee verder’. Toen heb ik tussendoor dat andere solo-album opgenomen.”
Terwijl zijn bandleden geduldig afwachtten hoe het werk zou vorderen, merkte Haagsma dat hij het steeds moeilijker vond nog aanvullende liedjes voor het nieuwe album te schrijven. „Het duurde lang, er kwam gewoon niks. Eigenlijk wilde ik wachten tot we meer zouden hebben voor een album met misschien wel 14 nummers.” Het wachten brak twee bandleden op; zij verlieten The Phantoms. Haagsma heeft daar alle begrip voor. Tegelijk vindt hij het spijtig, want daarmee werd het onmogelijk meer nummers te schrijven voor Always Down en op te nemen met die bezetting. En verder bouwen aan het album met de intussen vernieuwde bezetting, was ook uitgesloten. Haagsma voegde zelf ook nog materiaal toe, en vond uiteindelijk de oplossing met een intro, outro en middenstuk die tezamen met de zes nieuwe nummers toch een mooi afgerond album opleverden. Dat zag dan eindelijk het licht in de herfst van 2023.
Uit de woorden van Haagsma klinkt ongemak over hoe de gang van zaken heeft geleid tot het uit elklaar vallen van The Phantoms (in twee varianten). Hij voelt de verantwoordelijkheid op zijn schouders om als componist met nieuw werk zijn band voor iedereen boeiend te houden en een situatie te creëren dat weer live kan worden gespeeld. „Voor hetzelfde geld had ik wel meer nummers kunnen schrijven. Dan waren de bandleden misschien ook meer getriggerd om te blijven, omdat het dan verser, leuker blijft. Dat werkt twee kanten op en dat besefte ik mij ook. We waren intussen drie jaar dezelfde nummers aan het spelen. Dat gaf mij het gevoel ‘er moet nu iets gebeuren’. En dan stagneert het al helemaal. Als ik weet dat ik nu iets móet schrijven, dan gaat het niet gebeuren.”

Golf pakken
Jelle Haagsma oogt ontspannen in zijn wereld, die kleine kamer in een appartement in Arnhem, als een kluizenaar temidden van zijn apparatuur en laden vol cassettes, waaronder een onvindbare gele. Daar is hij na het afronden van Always Down weer langzaam maar zeker tot zichzelf aan het komen, én nieuwe liedjes aan het schrijven. Vooralsnog enkel instrumentaal. Hij hoopt weer eens ‘een golf te kunnen pakken’, zoals hij in het verleden wel eens had er in korte tijd ruim dertig liedjes uit zijn brein vloeiden, in één enkel jaar uitmondend in twee goedgevulde solo-albums.
Het liefst brengt hij in dat kamertje veel tijd door, knutselend en fröbelend. „Eigenlijk vond ik het best jammer dat we Spills toen in een dag hadden opgenomen en in een paar weken gemixt. Normaal was ik daar een half jaar mee bezig geweest. Daar had ik zin in, het is zo’n fijne bezigheid. Ik hou erg van het proces van bijschaven, maar dat hoefde allemaal niet bij dit album. Het was als het ware al klaar toen wij de auto inpakten bij de oefenruimte.”
Ook bij dit werk is hij niet snel tevreden. „Als ik je vertel van album tot album wat ik er mis aan vind, dat kost mij geen moeite. Ook op Spills zijn er factoren waarbij in denk, ahhhh, als ik dat of dat anders had gedaan dan had het zo-veel beter geklonken. Maar goed, ik kan het niet terugroepen. En ik heb er helemaal geen tijd voor om het nog weer te remixen. Misschien later, als ik geen ideeën meer heb. Zolang ik nieuwe dingen kan maken, is het niet de moeite waard achterom te kijken.”
2 gedachtes over “Jellephant: ‘Ik begon het heel erg te missen in mijn eentje te werken’”