‘Nee, daar ben ik nog véél te jong voor’, zo luidt sinds enkele decennia steevast mijn antwoord op de vraag of ik als erkende festivaltijger ook een ticket voor Bospop ga kopen. ‘Een geriatrische instelling vermomd als festival’, merkte ik al eens denigrerend op. Een plek waar dinosaurussen op en vóór het podium hun liefde voor blues en classic- c.q. belegen rock belijden en waar ellenlange drum- en gitaarsolo’s nog op een ovationeel applaus kunnen rekenen. Ieder z’n meug, maar niks voor een rechtgeaarde snob zoals ik. Aangezien ieder vooroordeel z’n nadeel heb, was ik desondanks wel eens te vinden op de festivalwei in Weert. Dat was dan te danken/wijten aan het feit dat ik er enkele keren ben gevraagd om plaatjes te draaien bij een after party of in de silent disco. En aangezien hypocrisie mij niet vreemd is, zet ik daarvoor mijn principes graag even in de ijskast.
Een typerend moment, dat voor mij de conservatieve inborst van de gemiddelde Bospop-bezoeker blootlegde, was toen jaren geleden de band Cake optrad, een destijds behoorlijk vreemde eend in de Bospop-bijt. Mijn vriendin en ik waren zowat de enigen die dit optreden konden smaken, maar ook de band voelde zich volledig misplaatst, getuige de aankondiging ‘the next song you probably don’t know either…’, waarop m’n vriendin en ik in koor ‘Oh jawel !’ riepen.
Maar waar de dino’s ten gevolge van een meteorietinslag in één klap werden weggevaagd, gebeurt dat bij de dino’s van Bospop via de weg der geleidelijkheid en door natuurlijke selectie. Het noopt de organisatie om een verjonging door te voeren, zowel wat betreft de programmering, als de bezoekers. Een proces dat met horten en stoten gaat, maar er valt wel – in tegenstelling tot Pinkpop – een lijn in te bespeuren. Daarvan waren we afgelopen weekend getuige. Met een weekendbandje om de pols als dank voor een dj-set in de silent disco, genoten we middels cherry picking van optredens van Manic Street Preachers, Franz Ferdinand en – in mindere mate – The Black Keys. Daar zat nog altijd weinig tot geen sleet op, in tegenstelling tot ondergetekende. De bands werden bovendien enthousiast onthaald. De acts die na de Zeven Plagen van Egypte wat mij betreft als achtste aan dat rijtje mogen worden toegevoegd (tribute bands…) en de obligate klassieke rockacts lieten we links liggen, noblesse oblige tenslotte. Desondanks aangenaam verrast door zowel de line-up als de hele uitstraling van het festival, dat sinds jaar en dag geroemd wordt om z’n gemoedelijkheid. We draaiden een leuke set in de silent disco, waar bij eerdere edities al opviel dat er een jong publiek aanwezig was, dat niet vies was van indierock en ander spul dat je niet direct associeert met Bospop.
Bij een rondgang over het ruime, perfect ingerichte en van alle gemakken voorziene festivalterrein, merkte ik tegen m’n vriendin op dat het gros van het publiek desondanks nog altijd uit ‘oudjes’ bestond. Om er in één adem door de ietwat confronterende en pijnlijke conclusie aan te verbinden, dat het merendeel van die oudjes mogelijk jonger is dan ik.
DJ 45Frank