Rotterdams talent maakt meters op het Calls from the Hull-festival

Het is maar een relatief klein schip. Maar als je tijdens het Calls from the Hull-festival toch alle elf acts wilt zien op de twee podia aan boord, maak je ongemerkt toch heel wat meters op een lange avond die kenmerken vertoont van een uitputtingsslag. Het festival gekoppeld aan het verschijnen van de derde editie van compilatie-lp’s met daarop nieuw (Rotterdams) talent, presenteerde zaterdag 5 en zondagochtend 6 oktober een nieuwe generatie muzikanten. Rijp en groen: net als de contrasten in genre is ook het verschil in ervaring en professionaliteit heel uiteenlopend.

Foto’s: Martijn Berlage

Het project Calls from the Hull is in de corona-periode ontstaan en heeft als doel om Rotterdams talent de kans te geven ervaring op te doen. Ervaring met het opnemen van een liedje, dat als het is geslaagd op de compilatie-lp wordt opgenomen, en via het festival live-meters maken. Een aantal bands op het festival hebben daar nog duidelijk baat bij. En dan hebben we het niet over het feit dat er eens een nootje wordt gemist. Soms zie je het al bij het sound checken. Op een festival is er weinig tijd om al je spullen op te stellen en het geluid zo af te stellen dat het in de zaal en op het podium goed klinkt. Samenwerken met de geluidsman-van-dienst is daarbij belangrijk. Diens aanwijzingen zijn goud waard om tot een voor het publiek acceptabel geluid te komen en jouw muziek goed uit de verf komt. Beginnersfouten worden er dus gemaakt op V11. Door een bassist bijvoorbeeld die vooral bezig is dat hij zichzelf goed kan horen, de adviezen van de geluidstechnicus ietwat in de wind slaat en op het laatste moment toch nog weer aan de knoppen draait. Met als resultaat dat de bas bij deze act vrijwel alles overstemt. Of de gitarist die zijn band en het wachtende publiek geen plezier doet door pas te beginnen met aansluiten als de rest al klaar staat en daarna eindeloos aan de knopjes van zijn effecten draait om het naar zijn zin te maken. De bandleden spelen ondertussen pauze deuntjes, het publiek reageert ongelofelijk lief en geduldig. Deze keer nog wel.

Daar is het festival voor, daarin vindt het project Calls from the Hull zijn waarde: meters maken, ervaring opdoen, leren.

Aan de andere zijde van het spectrum zien we een aantal bands die heel goed weten waar zij mee bezig zijn en bijna professioneel voor de dag komen. Een aantal ook die al een fan base opbouwen, en door hun volgers gretig worden opgewacht; Thrilled bijvoorbeeld, en L’orne. Deze twee maken deze avond ook indruk. L’orne was een jaartje terug nog een gezelschap dat op gevoel een weg probeerde te vinden, maar is na een groeistuip intussen een band die de set tot in de puntjes uitdenkt en hun naar de jaren zestig teruggrijpende psychedelische muziek met veel drama en dynamiek brengt. Veel aandacht schenken zij ook aan het visuele aspect. De kleding, de opmaak, de mix van sixties Bohemian, gothic en neo-romantische invloeden, tot aan live gemaakte video-beelden aan toe. De eigengereide artisticiteit druipt ervan af. Daarbij valt de minder perfecte zang in het niet.

Op het bovendek van V11 zien we vanavond de lichtvoetiger en vaak minder luide acts. Hier vinden we minder sloop- en breekwerk, maar doordachte melodieuze muziek. En ook in die categorie zien we er een aantal die de moeite waard zijn te volgen. Kind Human maakt verzorgde, gelikte pop die toch opvalt door het gebruik van wat elementen die je in dit genre nog niet te vaak ziet; autotune bijvoorbeeld. So-Fi, oftewel Sophie Reekers is een talent, dat spreekt uit alles wat ze doet. Haar muziek houdt het midden tussen kleinkunst en vrolijke pop, gebouwd rond Nederlandstalige teksten met rake observaties die je doen glimlachen. Met een stem van goud, alleen nog maar mooier in samenzang met haar ‘partner-in-crime’ Janine van Osta, pakt ze haar gehoor met gemak in. Ook So-Fi heeft een doordachte show, met gebaartjes die de teksten kracht bijzetten. Gelukkig is haar muziek en benadering van de wereld meer opgeruimd, anders doet het daardoor misschien wat te veel aan Eefje de Visser denken.

Is Chypko eenmaal aan de gang, dan charmeert dit oogstrelend gezelschap vooral met dromerige liedjes op een licht wiegend ritme. Zij werden voorafgegaan door Lucas Thijs, een band die luistert naar de naam van de voorman. Thijs is een vaardig liedjesschrijver. Hij voert zijn liedjes samen met zijn kompanen Dave Menkehorst, Julius Rense en Kamiel Top tot in de puntjes verzorgd uit. De perfectie zal niet iedereen bekoren – het is een beetje netjes allemaal – maar hoor hoe uitgebalanceerd het zelfs op deze geïmproviseerde plek klinkt. Dat heeft niet enkel te maken met een goed gevoel voor balans in de sound, maar ook in de rollen van de vier muzikanten. Indruk maakt gitarist Kamiel Top die met zijn partijen subtiel, maar o zo mooi ‘ear candy‘ toevoegt. Klasse. Nu alleen nog wat goeie hooks en iets van onaangepastheid…

Zo genuanceerd doet Poodle het allemaal niet, maar juist daarin schuilt de charme van deze band die vanavond op ieders gezicht een glimlach tovert met indiepop met The B-52’s-kenmerken en een vette knipoog naar de riot grrrl-stroming. Het rammelend grappige songmateriaal en de ontwapenende presentatie zijn absolute troeven.

Calls from the Hull laat mooi zien hoe breed en divers het aanbod van jong talent in Rotterdam momenteel is. De contrasten tussen de sets die afwisselend boven- en onderdeks worden gespeeld kunnen af en toe niet groter. Zo speelt So-Fi direct na het sonisch geweld van Void Diver – een Baroeg-waardige band die ‘happy music for happy people‘ speelt (not!) en knap voor de dag komt met slepende zware nummers-in-mineur en het stevige gegrunt. De deur van de ruimte waarin So-Fi speelt moet worden gesloten om niet overstemd te worden door de soundcheck benedendeks van oorverdovend Sessions. En je kunt dat als storend ervaren, maar eigenlijk is het wel leuk kleinkunst te zien op een bedje van noise. Het schept bovendien een bijzondere en wat rommelige sfeer op de boot, die in feite kernachtig samenvat wat zich hier vanavond afspeelt. Sessions probeert iedereen in de buik van V11 een oorbeschadiging aan te meten met hun set die bestaat uit een langgerekte eruptie van noise. Je moet er van houden. Loveth Besamoh legt meer gevoel voor nuance aan de dag in hun set vol stevige rock met af en toe een toef reggae bijvoorbeeld. Ook dit is een vaardige act die intussen navolging krijgt in Rotterdam.

De wedstrijd hard, harder, hardst wordt toch weer op punten gewonnen door Mug. Punk zoals het hoort. Manisch, zinderend, een tikkie krankzinnig. Mug komt, ziet, overwint en oogst de meest wilde pit van de avond. Meest opmerkelijk dit optreden van de Rotterdamse punkformatie is dat het lijkt alsof zanger Timo Croes in zijn nette pak komt opdagen. Die gaat eens niet uit de kleren, denk je dan. Maar dat gebeurt uiteraard toch, waarbij hij wel door iemand uit het publiek moet worden geholpen: ‘mijn broek past niet over mijn schoenen’.

Het is flauw op te merken dat het wel zo zal zijn dat Thrilled de lange uitputtende avond mag afsluiten omdat zanger-gitarist Edward Smith bij V11 werkt. Niets daarvan, onzin. Thrilled heeft sinds het verschijnen van hun ep Out Of It eerder dit jaar overal en nergens gespeeld en dus al heel wat meters gemaakt. Combineer dat met een groep jongeren die hun weg weten op hun instrument, en een goed gevoel voor muzikale trends door shoegaze nieuw leven in te blazen, en er ontstaat in Rotterdam toch weer zo’n act die een belofte voor de toekomst kan zijn. En een die dus op eigen merites een plek verdient op dit festival. Ook al is het vroeg in de ochtend en kan de laatste metro naar huis elk moment vertrekken, blijft een flinke groep toegewijde fans om de set te zien. En zij worden niet teleurgesteld. Thrilled sluit de avond op V11 toepasselijk af met ‘de boot-song’ – het liedje dat op Calls from the Hull III te vinden is – en afsluiter en nu al publieksfavoriet Wonderful. En dat is het.

Plaats een reactie