Een snelle telling leert dat ik tot het selecte gezelschap behoor dat niét naar een optreden van Nick Cave & the Bad Seeds gaat in Nederland, België of Duitsland. Niet dat ik dat niet zou willen, maar kennelijk wilde ik ook weer niet zó graag dat ik bereid was om een kaartje te kopen. Via-via zou ik mogelijk een plek op de gastenlijst kunnen krijgen voor één van zijn optredens, maar toen dat niet doorging, maakte lichte teleurstelling verbazend snel plaats voor berusting. Ook niet dat ik er geen vertrouwen in heb dat Cave c.s. er, zoals gebruikelijk, een fantastisch optreden van maken. Ik kan de juichende reacties in de media bij voorbaat al uittekenen. Waar wringt de schoen dan?
Afgelopen weekend was ik in Antwerpen. In een boekhandel annex vinylwinkel zag ik een metershoge poster van Cave’s nieuwe album ‘Wild God’, met daaronder korte reviews die allen gewag maakten van een nieuw meesterwerk. Nou ben ik de eerste om toe te geven dat mijn oren niet meer zijn wat ze zijn geweest, maar is mijn gehoor en mijn beoordelingsvermogen er dan zó slecht aan toe? Na beluistering turfde ik twee geweldige nieuwe nummers, twee redelijk goede songs en verder weinig wat ik in een Cave-canon zou willen opnemen. Niet direct een score die de term ‘meesterwerk’ rechtvaardigt, in mijn optiek. Verder geen probleem, de man kan tenslotte bogen op een back catalogue om door diverse ringetjes te halen.
Het zit ‘m meer in de alomtegenwoordigheid van Cave. De stortvloed aan interviews waarin hij zelf het nieuwe album duidt en zijn nieuwe kijk op het leven. Mooi dat de man zielenrust heeft gevonden na een stormachtige levensloop en de tragische dood van twee van zijn zonen op zijn eigen, hoogstpersoonlijke manier wil verwerken, zowel in het dagelijks leven als in zijn output. Prima dat hij een intense connectie met zijn fans nastreeft, in alles wat hij doet positivisme wil uitstralen en wie met z’n ziel onder de arm loopt uitermate eloquent te woord staat. En nee, ik ben niet die vastgeroeste Cave-fan die terugverlangt naar zijn jaren als God noch gebod vrezend lid van de dopegezinde gemeente. Maar evenmin zit ik te wachten op een zingende Moeder Theresa.
Waarschijnlijk is het gewoon een naar, maar voor meer liefhebbers bekend trekje: wanneer een artiest op een gegeven moment van iederéén lijkt te zijn, dan is ie niet meer van jou. Dat gevoel werd versterkt door zijn Conversations-tour, waar mijn tenen niet meer wisten hóe zich te krommen, vanwege plaatsvervangende schaamte door sommige méér dan gênante vragen van fans. Of door de paar concerten die bij mij een wee Lourdes-sfeertje opriepen, waar het publiek mee het podium op mocht en het leek alsof Cave door handoplegging wonderbaarlijke genezingen zou kunnen verrichten. Ik ben nou eenmaal gehecht aan een beetje distantie tussen artiest en fan, zodat er nog iets van mysterie resteert. Misschien moet ik Cave zelf maar eens mijn dilemma’s voorleggen in ‘The Red Hand Files’. Nou nee, toch maar niet.
DJ 45Frank