Fields of joy

Een goede voorbereiding is het halve werk, heet het. Zo bezien trok ik afgelopen weekend volledig arbeidsongeschikt naar Misty Fields. Aangezien Spotify en ik er een moeizame relatie op nahouden, vooraf niet de bands gecheckt die er ten dans spelen. En waarom zou je ook, wanneer je blind kunt varen op de programmeur van dienst. Misty Fields is een zee vol oesters, waarin het heerlijk parelduiken is.

Nóg een reden waarom je geen huiswerk hoeft te maken: de drie podia op Misty Fields overlappen elkaar niet of nauwelijks, dus hier geen keuzestress. Ook fijn om te zien: de genderfluïde medemens kan zich hier in al zijn veelkleurigheid tonen, zonder bang te zijn voor hoon of haat. 

Drie dagen op ontdekkingstocht door een gevarieerd muzikaal landschap, waarbij aangetekend dat ondergetekende inmiddels ietwat jeuk krijgt wanneer een band het predicaat ‘postpunk’ opgespeld krijgt. Postpunk is een trog die stilaan tot de rand toe gevuld is en over dreigt te lopen, niet noodzakelijkerwijs van kwaliteit. Desondanks als muzikale (bijna)alleseter geen enkele band gezien die kwalitatief door de ondergrens zakte. Het speelplezier druipt er bij iedere act zowat van af, de dank voor de waardering van het publiek is oprecht en je kunt bandleden na hun show op het terrein tegen het lijf lopen voor een praatje of een selfie, terwijl ze op weg zijn om zelf tussen het publiek plaats te nemen. 

Even wat persoonlijke hoogtepunten op een rij. Allereerst Getdown Services, de jolige broertjes (of zatte nonkels) van Sleaford Mods. Twee Britten die getuige hun blote basten tevens een eerbetoon brengen aan buikvet en love handles. Heerlijke ongein, die de halfopen tent ‘Het Veld’ omtovert in een kolkende feestzaal. Het Franse Meule zorgt voor bijna net zoveel opwinding. Twee synchroon opererende drummers, waarboven een klankentapper uittorent die een klein laboratorium bedient waaruit pulserende, analoge synthlijnen klinken. Van Krautrock tot Kraftwerk en meer, afgetopt met vervormde zang en een maniakale gitaareruptie tot slot. ‘C’est magnifique‘.

Absolute knaller van de drie dagen is het Britse Big Special. Wederom een duo. Drummer annex volksmenner Callum Moloney bedient zich van pads waaruit ‘black country punk & soul’ klinkt en zanger/rapper Joe Hicklin is een poëet van de straat. Wat Big Special zo bijzonder maakt, is de combi van poëzie en party. Maatschappijkritische teksten over een Engeland in verval, met een persoonlijke toets. ‘I toast my tea in mourning – for a morning come too soon”, zo klinkt het in Desperate breakfast, over de cyclus van wanhoop die werkloosheid of een shitty job met zich meebrengt. De beats beuken soms ongenadig, er mag gedanst en gemosht worden, maar wat dit optreden fantastisch maakt, is de emotionele component, geïllustreerd door een door Hicklin voorgedragen gedicht dat diep onder de huid gaat zitten. Enige wanklank: de te pas en vooral te onpas gebruikte feesttoeter door Moloney. Dat heb die jongen echt niet nodig om ‘big’ en ‘special’ te zijn. Zoals Misty Fields geen fratsen nodig heeft om ‘small’ en ‘special’ te blijven. 

DJ 45Frank

Plaats een reactie