Afgelopen zondag bekroop ‘ie me weer: de blues. Beter gezegd: de festivalblues. Festivaltijgers zullen het fenomeen ongetwijfeld herkennen. Na een paar dagen in een Utopia te hebben vertoefd, waar muziek, liefde en verbondenheid regeren, is het vaak hard landen in de werkelijkheid. De festivalblues is een combinatie van vermoeidheid en treurnis omdat het weer voorbij is. Dan dien je je namelijk weer bezig te houden met essentiële levensvragen. Zoals: waar vind ik een computerexpert die mijn digitale sporen op het internet weet te wissen? Want mocht Trump weer aan de macht komen, extreemrechts nog meer oprukken en mochten de Russen daadwerkelijk straks aan de deur kloppen, dan maak ik me als linkse rakker geen enkele illusie. Dan sta ik waarschijnlijk bovenaan een lijstje met personen die voor een tribunaal mogen verschijnen. Als ik al niet als ‘subversief element’ zonder pardon tegen de muur wordt gezet. Naja, zorgen voor later.
Mijn Utopia bevond zich afgelopen weekend in het Belgische Herk-de-Stad, waar het Rock Herk festival veertig kaarsjes mocht uitblazen. Een echte ‘no-brainer’, want de datum van Rock Herk staat al jaren omcirkeld op mijn kalender. Ter plekke vraag ik me telkens af waarom ik niet méér edities op de teller heb staan, want in die veertig jaar heeft zowat alles van naam en faam uit de indierock er op het affiche gestaan. Rock Herk biedt – naast een altijd geweldige line-up en een nog steeds vriendelijke ticketprijs – nóg een aantal voordelen. Het gehalte Nederlanders is er betrekkelijk laag; Belgen weten oude en nieuwe helden te waarderen en getuigen van een voortreffelijke muziekkennis en dito smaak; er staan altijd jonge en oudere Belgische bands op het affiche die een bij voorbaat gewonnen thuismatch spelen; er is weinig tot geen randanimatie, het draait hier nog uitsluitend om de muziek (hulde!); er is de geweldige ‘street’-area waar je gelijkvloers oog in oog staat met de bands en wanneer je het als band op dit podium redt, dan ben je klaar voor het grotere werk; de sfeer is er buitengewoon gemoedelijk; je ziet er bands waar je nog nooit van hebt gehoord en waar je thuis waarschijnlijk geen plaat van zult opzetten, maar die perfect binnen het plaatje passen.
Dat laatste – en een eervolle vermelding is hier op z’n plaats – gold voor het Belgische Briqueville (uit Steendorp, u vat ‘m?). Een in monnikenpijen en met maskers uitgedost mysterieus gezelschap dat volgens muzikale vakkenvullers onder de post-metal geschaard dient te worden. Ter referentie: stel je ‘Iron man’ van Black Sabbath voor, maar dan in het kwadraat. Snoeihard (België kent kennelijk geen geluidsbegrenzing), overdonderend en meeslepend. Zo’n optreden – naast loftrompetten voor onder andere Shame, Raketkanon, Yard Act, Afghan Whigs en Millionaire – maakt Rock Herk tot een festival dat je niet wil missen. En dan neem je die blues ‘the day after’ graag voor lief.
DJ 45Frank