Waar blijft mijn MOMOsiasme?

In mijn tijdlijn verschijnen de afgelopen dagen aan de lopende band enthousiaste post van jaren terug. Allemaal vanaf de MOMO-festivalvloer in Rotterdam. Dwepen met Kae Tempest bijvoorbeeld, of met die Spaanse indie-kids van Mourn, de veteranen van Go! Team, de verbluffende pracht van Villagers, The Notwist, ongenaakbaar Protomartyr of de punkfunk van Formation. En het filmpje van Idles die het festival afsluit in Rotown blijk ik elk coronajaar te hebben gepost, als een houvast om niet krankzinnig te worden.

Morgen, donderdag 18 april, barst Motel Mozaique los. Het veelzijdige festival is al jaren een ijkpunt in mijn agenda. Met voor mijn smaak zo’n rijk aanbod dat het puzzelen is om zo min mogelijk te moeten missen. Nu vind ik mijzelf achter de computer, starend naar de line-up 2024 en ik vraag mij vertwijfeld af waar mijn MOMOsiasme blijft. Natuurlijk heeft dat te maken met je smaak en waar je naar op zoek bent. Ik ontdek ook graag nieuwe dingen, maar liefst binnen een zekere bandbreedte. Als liefhebber van (vernieuwende) alternatieve muziek in een redelijk breed spectrum – van noise tot en met dance met alternatieve tintjes – kwam ik in die zin altijd ruimschoots aan mijn trekken. Dit jaar voelt dat anders.

Een aantal hoofdlijnen in de programmering keren ook dit jaar weer terug. Prachtig is dat het festival de stad letterlijk en figuurlijk omarmt. Het Rotterdamsiasme van MOMO is aanstekelijk. Dat zie je ook terug in het omarmen van een kenmerk van deze stad; de grote culturele diversiteit. Die diversiteit of mix van culturele invloeden is een van de hoofdlijnen in de line-up. Dat kan tot hele leuke dingen leiden. De Belgische act Aili Maruyama en Orson Wouters bijvoorbeeld, maakt aanstekelijke dansbare electropop maar zingt in het Japans. Of neem uit het Verenigd Koninkrijk Fatdog – al eerder in Rotterdam te zien geweest – dat allerlei invloeden samenbrengt in een heerlijke chaotisch punkfunk potpourri. De mix van culturen duikt ook op op plekken waar je het niet direct verwacht, wat de vraag oproept of het als selectiecriterium geldt: de uitstekende Belgische rockact Ila bijvoorbeeld heeft een zangeres van Turks-Belgische herkomst en de muzikaal gezien aan hen verwante Engelse band Trout heeft een zangeres met Iraanse wortels. Maar veel vaker komen acts op de MOMO-line-up die op de een of andere wijze culturele invloeden mixen uit in jazz-, hiphop- of dance-sfeer. Niet datgene waarvoor ik naar het festival ga.

Een andere hoofdlijn in het programma van MOMO is het aanbod van Engels talent. De scene rond The Windmill in Zuid-Londen wordt al jaren op de voet gevolgd. In het verleden leverde dat smakelijke aanvullingen in het programma op, Black Midi om maar iets te noemen. Uit Zuid-Londen komen weer een serie bands met als meest noemenswaardige Miss Tiny. Niet omdat die band ons nu van de sokken blaast, maar omdat producer en Speedy Wunderground-baas Dan Carey zelf in de band speelt. Een kans om dat fenomeen eens in het echt te zien, maar daar blijft de opwinding wel toe beperkt. De andere Londense inzendingen – Mary in the Junkyard en Picture Parlour bijvoorbeeld – zijn aardige zachtmoedige indie bands die passen in het ruime aanbod van wat je als ‘bedroompop’ zou kunnen kenschetsen (Lime Garden, NewDad, Trout). Niks mis mee, maar niet verrassend en in elk geval geen voer voor wie zoekt naar acts in de postpunk- of noise hoek. Wu-Lu tot slot, doet het hart wel even sneller kloppen; een Engelse band met stevige rock- en crossover-invloeden.

Naast de Windmill-scene put MOMO uit de jaarlijkse BBC-lijst met talent dat je in de gaten moet houden. Van die signatuur zien we dit jaar bijvoorbeeld HotWax: piepjong, veel energie, maar op het oog nog wat ongecontroleerd. Wel iets om voor de zekerheid aan te kruisen in je tijdschema.

Uit het Verenigd Koninkrijk tot slot staat als publiekstrekker Dry Cleaning op het affiche. De praatzang-act lijkt toch een beetje over het hoogtepunt heen en omdat ze in Rotterdam al vaker te zien zijn geweest geeft het toch een ‘seen that, done that‘ gevoel.

Nog een paar rode draden die we herkennen in het MOMO-programma: Belgische acts. Vanouds is het land leverancier van puike bands en artiesten. Ila klinkt veelbelovend en Boris Popul komt zijn nieuwe solowerk presenteren, maar neemt Charlotte Adigéry niet mee en dan wordt het toch een stukje minder innemend. Nog een vast gegeven: artiesten die net een nieuwe plaat uit hebben gebracht. Noemenswaardig in de categorie is Gglum, de 21-jarige in Londen geboren Ella Smoker, die interessante onder andere door Alex G geïnspireerde indiepop maakt. De moeite van het checken waard. Ook Dana Gavanski heeft nieuw werk uit: vrolijk, speels, maar het is de vraag of dat live ook beklijft.

Tot slot, de te prijzen alerte blik van Momo op Nederlandse en lokale artiesten vormt voor mijn smaakgroep misschien wel een kleine reddingsboei in het programma. MOMO-bezoekers kunnen een live productvergelijking uitvoeren nu Dry Cleaning én Library Card naast elkaar te bewonderen zijn. Amsterdams Baby’s Berserk maakt hartstikke leuke stekelige electro. En het warmst worden we op voorhand van het optreden van Texoprint; dat is hernoemd Kalaallit Nunaat dat op het punt staat een nieuwe ep uit te brengen en muziek maakt met genoeg energieke noise om MOMOsiast van te worden. Daarentegen zijn deze acts regelmatig op Rotterdamse podia te zien. Daar hoef ik niet per se voor naar MOMO.

Een rode draad ontbreekt dit jaar overigens. Geen Spinvis of Typhoon te bekennen dit jaar.

Ik kan niet om de conclusie heen dat het MOMO-aanbod voor mijn smaak aan de magere kant is. Daar staat een berg performances en een leger aan dj’s tegenover. Het is goed als een festival met de tijd meebeweegt. En dat kan dan tot gevolg hebben dat het mij persoonlijk minder te bieden heeft. De vergelijking met de ‘discussie’ rond Metropolis dringt zich op.

Brengt de komst van Tom Skinner dan uitkomst? Al enkele edities vraagt MOMO artiesten om meerdere keren op te treden en telkens iets anders te doen. Dat leverde aardige momenten op, maar ook geïmproviseerde draken. Jazz-drummer Skinner is uiteraard benaderd vanwege zijn rol in The Smile. Maar het belangrijkste aangekondigde optreden op MOMO is de uitvoering met zijn band van Voices of Bishara. Dat is het solowerk van Skinner dat in 2022 is uitgeroepen tot het beste jazz-album. De vraag is wat liefhebbers die enthousiast zijn over het recent verschenen album van The Smile daar van zullen vinden. Het is ongetwijfeld van wereldklasse wat Skinner naar Rotterdam brengt, maar, noem mij maar eenkennig, niet iets waar ik reikhalzend naar uitkijk.

Plaats een reactie