Tussen 2007 en 2017 bracht hij vijf platen uit en toerde hij door binnen- en buitenland, maar het is dus vooral heel lang stil geweest rond Mark Lotterman. Des te meer verheug ik mij op zijn zesde langspeler, zijn eerste Nederlandstalige. Dat de Rotterdamse singer-songwriter in de tussentijd werkzaam was in de jeugdzorg, leverde hem klaarblijkelijk inspiratie op voor Stedentrip, een rauw portret van het leven in een moderne stad.
Op zijn nieuwste album gooit Lotterman niet alleen qua taal het roer om, ook de muziek is anders. Het heeft een behoorlijke 80’s-vibe. En dat is niet verwonderlijk, want de muzikant nam de nummers bij hem thuis op met behulp van een 40 jaar oude keyboard die hij van zijn vader erfde. Wie zit te wachten op een man met een gitaar, zoals ik Lotterman zelf een aantal keren live zag in Rotterdamse kroegen, moet direct naar het laatste nummer gaan, waarop de muzikant op akoestische gitaar dichter Hans Verhagen begeleidt, die zijn gedicht Chicago ten gehore brengt. Toch is dit nummer verre van exemplarisch voor de overige nummers, en de luisteraar loopt hierdoor veel moois mis.
Openingsnummer Geen Zin is een duistere, elektronische en wave-achtig spoken word, waarin een portret van de (mentaliteit van) veel hedendaagse jongeren wordt geschetst. De lamlendigheid wordt zowel in woord als geluid verbeeld, en toch is het nummer een fantastische opener, die de luisteraar stevig bij de hand neemt en nieuwsgierig maakt naar meer. De stem van Lotterman lijkt een kruising van Nick Cave en Leonard Cohen en de keys in de lange outro doen enigszins denken aan het nummer Riders On The Storm. Het wordt gevolgd door het uptempo Bang Dat Het Fout Gaat, dat doet denken aan kleinkunst à la Maarten van Roozendaal die zich laat begeleiden door Bots. Hoe schrijnend ook, toch lijdt mijn humeur er niet onder.
Hoe anders is Joyce, spoken word met aanvankelijk minimale muzikale omlijsting, een gedicht, een verhaal met slechts een hartslag. Triest, grauw en bluesy, met tot slot een scheutje instant synth-soul. Gelukkig volgt Alles Anders, dat opbeurender is: “Bij wijlen wat alleentjes, maar ongelukkig ben ik niet,” zingt Lotterman. En: “Ik ben blij dat ik blij met jou ben, ik hoop jij ook met mij / De tijden van voor je me liefhad zijn godzijdank voorbij.” En hoewel ook dit nummer aanvankelijk lijkt op een door wolken bedekte, kleurloze dag, breekt wel degelijk de zon door, met name zodra Teus Nobel zijn trompet laat schallen.
Op het grappige en cynische Gratis Yoga, dat gaat over beslommeringen van millennials, de ratrace om geluk en de gutmenschen die dat voortbrengt, is Sophie Reekers (Meneer van Dalen) in het refrein te horen. Maar de uitbijter van dit album is voor mij ongetwijfeld Ze Weten Niets met een weergaloze gastbijdrage van Lucky Fonz III, die op sublieme wijze het ‘kutjoch dat niet naar school wil’ vertolkt. Niet eerder hoorde ik zulke trieste, lome reggae. Hoe tragisch het verhaal ook is, toch zing ik het thema al gauw glimlachend mee: “Niet wie mijn vader is, niet waar mij vader woont, niet wat mijn vader dacht, toen ie me verliet.” En wederom zorgt Nobel voor zonneschijn met zijn trompet. Wat een briljant nummer dit, al geldt dat eigenlijk voor alle nummers. Wat een plaat, dus! Als dit onder kleinkunst valt, dan toch zeker kunst met een hoofdletter K. Mark Lotterman is terug, en hoe!
2 gedachtes over “Mark Lotterman – Stedentrip”