‘If my memory serves me well…’. Nou, dat doet het dus niet. Mijn geheugen is steeds vaker een bitch. Ruim veertig jaar geleden zag ik Talking Heads live op Rock Werchter, dat destijds nog dubbelde met Torhout. Op het affiche destijds onder meer Allez Allez, U2, Pretenders en Mink DeVille. De vader van een vriend van me reed ons tot aan de Werchter-wei, hoe we weer thuis konden komen moesten we maar zien uit te vogelen. Uiteindelijk konden we het grootste deel van terugreis maken als verstekelingen in het gangpad van een georganiseerde busreis.
Talking Heads waren fa-fa-fa-fa-fa-fa-fa-fa-fa-fa-fantastisch op Werchter. Althans, volgens de overlevering. Actieve herinneringen heb ik nauwelijks aan dat optreden. Er staat me enkel nog een troebel beeld voor de geest. Wanneer ik daar in de donkere kamer onder mijn schedeldak een afdruk van probeer te maken, resulteert dat in iets wat nog het meest lijkt op een mislukte, overbelichte Polaroid-foto. Nog een geluk dat de complete Werchter-set – inclusief een streepje TomTom Club – op YouTube te vinden is, als reminder.
Goed dus ook dat Stop making sense weer in de bioscopen draait, de alom bejubelde concertregistratie van regisseur Jonathan Demme. Afgelopen zondag toog ik naar een filmhuis om me nog eens onder te dompelen in de muziek van Talking Heads. Ik zag een band in topvorm, die het publiek langzaam maar zeker in extase brengt. De kierewiete danspasjes van voorman David Byrne, de uitgekiende, conceptuele opbouw van de set, het speelplezier dat er vanaf spat; ook vier decennia na dato is Stop making sense nog altijd een lust voor oog en oor. Muziek die uitnodigt om het op een dansen te zetten alsof morgen niet bestaat. Vanwege de helaasheid der dingen zat ik echter gekluisterd aan een bioscoopstoel, waar bij andere vertoningen ruimte wordt gemaakt voor een dansvloer. Het voelde alsof ik anderhalf uur een dwarslaesie moest simuleren. Alleen mijn bovenlichaam bewoog mee op de polyritmiek van Talking Heads. Steeds was er de neiging om, na het einde van wéér een magnifiek nummer, op te staan, te applaudisseren, te joelen en om na afloop van de film om een toegift te schreeuwen. Het smaakte naar meer, dus binnenkort nóg een keer, dan hopelijk mét dansvloer.
De afgelopen maanden was ik al lekker gemaakt voor de re-release in de bioscoop. Kranten en tijdschriften roemden deze ultieme concertfilm terecht opnieuw en ook op Facebook regende het Talking Heads posts. Daartussen ook posts die opriepen om te ‘kappen met die cupzooi’, oftewel milieubelastende koffiecups. Nou drink ik geen koffie, behoor ik niet tot de havermelk-elite en kom ik ook nooit in koffietentjes waar hippe barista’s heel moeilijk doen over het maken van een bakkie pleur. Toch ben ik niet te beroerd om een kleine – zij het futiele – bijdrage te leveren aan een betere wereld. En daarom: Stop making Senseo.
DJ 45Frank