‘Thinking that you’re such a ladykiller/Think you’re so slick’. Vraag aan de gemiddelde popkwisdeelnemer uit welk nummer voorgaande tekstregel is en het antwoord luidt Spanish stroll van Mink DeVille. Bingo.
Een tijdje terug zag ik in een filmhuis de muziekdocumentaire Heaven stood still, over leven en werk van Willy DeVille. Mooie docu over deze bohémien, romanticus en begaafd songschrijver. In chronologische volgorde werd de onstuimige carrière belicht van de als Billy Borsey geboren artiest, die rhythm-and-blues-, cajun-, salsa-, mariachi- en tejanomuziek in zijn oeuvre verwerkte. Begonnen in de CBGB-punkscene in het New York van de jaren ‘70 met zijn band Mink DeVille, proefde hij na jaren sappelen van het succes. Voornamelijk in Europa dan, terwijl thuisland Amerika hem grotendeels links liet liggen, ondanks een nominatie voor een Academy Award voor de themasong van de film Princess Bride. Naast Willy zelf kwamen bandleden aan het woord, een ex-geliefde en beroemde bewonderaars van zijn werk. Zoals veel artiesten was DeVille meer muzikant dan boekhouder. Het ene moment eigenaar van een landhuis en paarden, het andere geen nagel om z’n kont mee te krabben. Problemen met een platenmaatschappij die zijn albums niet wilde uitbrengen en/of niet genoeg aan promotie deed en artistieke grilligheid deden de rest. Voeg daar een heroïneverslaving aan toe en ook voor bijna exemplarisch muzikantendrama zat je bij deze docu goed. Mede doordat Willy DeVille niet op een stijl, trend of tijdperk viel vast te pinnen, bleef wereldroem uit. Tegelijk maakt dat zijn muziek juist tijdloos. Na afloop had ik dan ook zin om één van zijn LP’s thuis uit de platenkast te trekken.
In de zestig jaar die ik inmiddels rondhuppel op deze planeet, heb ik een groot deel van mijn vrijetijd gespendeerd aan een poging het mysterie ‘vrouw’ te ontrafelen en om die wandelende Rubik-kubussen met borsten te begrijpen. Dat ik daarin weinig ben opgeschoten, bleek maar weer eens. Een vriendin van me zat tijdens de documentaire in haar bioscoopstoel naast me te zwijmelen. ‘Wat een man! Daar zou ik meteen als een blok voor vallen’, verzuchtte ze. Nou ben ik misschien niet de eerstaangewezen persoon om de aantrekkingskracht van mannen op vrouwen te duiden. Mogelijk speelt er ook wat jaloezie mee en een male/malle gaze, maar in mijn ogen is Willy DeVille niet gelijk het type waar ik het -was ik een vrouw- van op de heupen zou krijgen en dat mijn sappen zou laten stromen. Sterker nog: vraag aan een 5-jarige, ietwat loensende kleuter een tekening te maken van Jack Sparrow uit Pirates of the Carribean’en dikke kans dat het resultaat lijkt op Willy DeVille.
Dat betekent dat ik nog een lange weg te gaan heb om een antwoord te vinden op de vraag ‘what makes women tick?’ Dat zal niet voor vandaag zijn, vrees ik. Maar ‘Maybe tomorrow’.
DJ 45Frank