Fierce and fragile, lioness and lamb

Onlangs werd ik 44 jaar oud. Dat is, relatief gezien, nog niet heel oud. Het valt mij echter op hoeveel van mijn muzikale helden al niet meer onder ons zijn. Dat mijn ouders (beide 74) de artiesten uit hun jeugd een voor een zien wegvallen is niet zo vreemd. Vorige week nog met Tony Bennett (96) en eerder dit jaar onder andere Jeff Beck (78) en David Crosby (81). Allemaal overleden op respectabele leeftijden, zeker gezien de levensstijl van sommigen. Maar het feit dat van alle grote grunge bands uit mijn jeugd alleen Pearl Jam nog een levende zanger heeft, blijft tragisch. Het is helemaal pijnlijk wanneer iemand als Linkin Park’s Chester Bennington op zijn 41ste uit het leven stapt. Woensdag kwam er weer zo’n bericht: Sinéad O’Connor overleden op 56 jarige leeftijd.

De uitgesproken Ierse zangeres met het kenmerkende kale hoofd leek vanuit het niets te komen met het door Prince geschreven Nothing Compares 2 U. Een karakteristieke stem die net zo imposant was in schreeuw als in fluister. Ze combineerde diverse genres en stijlen; pop, folk, soul, klassiek en zelfs een musical ballad als Don’t Cry For Me Argentina ging ze niet uit de weg. Voor mij persoonlijk is I Am Stretched On You Grave het perfecte voorbeeld en tevens het nummer dat mij destijds in één klap fan maakte. Het nummer begint met een old school hip hop-beat, bevat bijna kerkelijke zang en eindigt in een climax met Ierse fiddle: Sinéad O’Connor in een notendop. Later ging ze steeds meer werken met dub en reggae, en maakte samen met Massive Attack de meest politieke nummers uit hun carrière.

Ik heb het geluk gehad haar één keer live te mogen zien. In 2003 in Vredenburg, Utrecht. Niet omdat ze nu overleden is, maar ik heb in het verleden meermaals gezegd dat dit één van de meest indrukwekkende concerten is die ik ooit heb gezien. Letterlijk één uit duizenden. De kleine vrouw met de grote stem. Soms keek ze kinderlijk onzeker en voelde je haar ongemak. Het leek wel of ze niet kon geloven dat er een zaal vol mensen naar haar wilde komen kijken. Terwijl ze bij een volgend nummer er krachtiger dan ooit uitzag. Je kon haar innerlijke vuur zien branden. En natuurlijk die stem, die ongelofelijke stem, die ook onversterkt de hele zaal kon vullen. Ze greep je tegelijk bij de kladden en bij de keel. Het is niet overdreven als ik zeg dat ik zelden zo ben weggeblazen door een artiest als die avond.

Je kan het niet over Sinéad O’Connor hebben zonder over de controverses te spreken. Ze sprak zich altijd uit en stond voor wat zij vond dat juist was. Een beeld dat ik vaker langs zie komen sinds haar overlijden, is van haar optreden op het Bob Dylan 30th Anniversary concert in Madison Square Garden in 1992. Twee weken eerder verscheurde ze, na haar cover van War van Bob Marley, live op tv bij Saturday Night Live de foto van de Paus, met de inmiddels onsterfelijke woorden: ‘Fight the real enemy‘. Het publiek bij het Dylan concert is er niet van gediend en ontvlamt in een oorverdovend boe-geroep. De 25-jarige Sinéad blijft roerloos staan en wacht af tot het publiek kalmeert. Wat overigens niet echt gebeurt. Kris Kristofferson loopt naar haar toe en fluistert in haar oor dat hij trots op haar is en dat ze zich niet gek moet laten maken: ‘Don’t let the bastards get you down‘. Waarop zij antwoordt: ‘I’m not down‘. De band wil het nummer tot twee keer toe instarten, maar Sinéad maant ze steeds om te stoppen. Uiteindelijk wordt het beoogde Bob Dylan-nummer nooit gespeeld, maar doet ze een nog meer verbeten versie van War. Indrukwekkende beelden van een uniek en onbevreesd artiest. Dat heeft haar keer op keer weer in de problemen gebracht, maar het heeft haar nooit weerhouden het de volgende keer opnieuw te doen.

Ook haar relatie met geloof was een lastig verhaal. In 1999 werd ze verordend tot priester van een zelfstandige katholiek kerk (los van de Rooms katholieke kerk). In 2017 veranderde ze haar naam naar Magda Davitt, om zich los te maken van haar ‘patriarchaatse slaafnaam en de ouderlijke vloek’. Een jaar later bekeerde ze zich tot de islam en nam de naam Shuhada aan. Midden 2019 veranderde ze haar achternaam Davitt naar Sadaqat.

Ondanks alle controverse bleef ze een gerenommeerd en vermaard artiest. Ze was geen superster, maar wel een artiest van aanzien, die haar stempel op de muziekgeschiedenis heeft gedrukt. Je zou kunnen stellen dat ze niet beroemd was dankzij haarzelf, maar ondanks haarzelf. De albums blijven tot en met de laatste (I’m Not Bossy, I’m The Boss uit 2014) sterke releases. De genres gaan alle kanten op van dance tot reggae van Ierse folk tot prachtig soundtrack-werk. Ze stond altijd open voor nieuwe dingen, ging met iedereen die ze interessant vond de samenwerking aan en was altijd onmiskenbaar zichzelf.

De steunbetuigingen op internet komen dan ook uit alle hoeken en het overlijden van Sinéad maakt meer los bij mensen dan ik ooit had verwacht. Ze wordt vanuit de Amerikaanse hip hop-community geprezen wegens haar protest tegen de afwezigheid van hip hop bij de Grammy’s van 1989. Ze droeg tijdens de uitreiking het logo van Public Enemy op de zijkant van haar hoofd, geverfd in haar gemillimeterde haar. Muzikale iconen als Yusuf/Cat Stevens, Morrissey, Ice-T en Peter Gabriel prijzen haar om haar kracht, lef en hoe uitgesproken ze was. Annie Lennox had misschien wel een van de mooiste odes, die de dualiteit van Sinéad liet zien. Een poëtische opsomming met onder andere deze twee regels:

Fierce and fragile

Lioness and lamb

De zelfmoord vorig jaar van haar jongste zoon op 17-jarige leeftijd, lijkt de druppel te zijn geweest. Of zoals de iets meer sprekende Engelse variant: ‘the straw that broke the camel’s back’. De sociale media-posts van de laatste jaren lieten regelmatig een uitgebluste en verslagen Sinéad zien. Van een moeilijke jeugd, via legio tegenslagen zowel privé als professioneel, is de ooit zo vurige vlam als een nachtkaars gedoofd. Gelukkig kunnen we het vuur nog steeds ervaren in haar muziek en in haar uitspraken. En wie het vuur in haar ogen echt wil zien hoeft alleen maar het Saturday Night Live-fragment op te zoeken, en je weet precies wie Sinéad O’Connor was.

Fabian Hofland

Plaats een reactie